Iron Maiden mag weer serieus genomen worden

Iron Maiden. 8/6 Gelredome, Arnhem. ***

Heavy metal is als relevant genre in de popmuziek zo goed als uitgestorven. Des te opmerkelijker is de comeback van Iron Maiden, een groep die zich al te makkelijk leent voor een persiflage als in de film Spinal Tap. De snerpende zang, de veel te oude mannen met wapperende haren en halflange broeken, het dwepen met zombies: allemaal lachwekkend. Maar de Britse groep mag weer serieus genomen worden na de documentaire Flight 666 uit 2009 over hun wereldtournee per Boeing 757, met zanger Bruce Dickinson zelf achter de stuurknuppel.

Iron Maiden was een pionier van de New Wave of British Heavy Metal, een stroming die begin jaren tachtig ontstond. De lompe ritmesectie heeft duidelijke wortels in de punk en in hun breed uitgesponnen hardrock is plaats voor quasi-klassiek gitaarspel en invloeden uit folk en Britse music hall. Zanger Dickinson is een onvermoeibare publieksmenner. Als een Shakespeare-acteur leidde hij de samenzang in ‘Fear of the dark’, ondertussen commentaar leverend op de gretigheid waarmee een vol Gelredome de angsten uit de donkere kinderkamer terughaalde.

De show was van de oude stempel, met grote doeken en bewegende poppen die allemaal een versie van de groepsmascotte Eddie moesten voorstellen. De meer dan levensgrote zombie verscheen in ‘The evil that men do’ voor een wandeling op het podium. Nummers van het laatste album The Final Frontier verbleekten bij hun oude werk.

Voor een knallende finale kan Iron Maiden bijna dertig jaar na dato niet zonder de meezinger ‘The number of the beast’. Het bood een lekker duivelse aanblik: een stadion vol mannen in Iron Maiden T-shirts bulderde vrolijk mee.