Inside the Cloud: rookwolk of donderwolk?

De Cloud is rijp om als toverwoord aan het grote publiek te worden gepresenteerd. Zoals windows hun beperkte status kwijtraakten als doorkijkdingen die je af en toe moest lappen en zemen, zo zal de cloud nooit meer alleen de hemel of je voorhoofd betrekken. De Cloud is nu pure magie. Ik weet niet wat het

De Cloud is rijp om als toverwoord aan het grote publiek te worden gepresenteerd. Zoals windows hun beperkte status kwijtraakten als doorkijkdingen die je af en toe moest lappen en zemen, zo zal de cloud nooit meer alleen de hemel of je voorhoofd betrekken. De Cloud is nu pure magie.
Ik weet niet wat het grote publiek ervan denkt - dat Steve Jobs ze daar zo maar een internetwolk in de maag splitst. Dat ze ineens horen dat de wolk al flink in de maak is. Het publiek heeft gedoe genoeg met de crisis, het is nauwelijks bekomen van de komkommerschrik - zo’n confrontatie met de iCloud maakt het er vast niet beter op.
Opslag buiten de deur, vreemdgaan met je gegevens, meer stelt het woord eigenlijk niet voor, maar Cloud klinkt zoveel dreigender. Dat is een ding dat boven je hoofd hangt.
Wat als er straks in China een Dr. Strangelove opstaat die de hele wolk inpikt?
China ligt overal.
We hebben er op dit moment al geen kijk op hoe de draden en kortsluitingen lopen binnen al de wolken en wolkjes die zich dus binnenkort tot een Superwolk zullen verenigen. Legertjes van hackers zitten nu te hengelen in die wolken. Wolkenridders, luchtfietsers. Als er straks één centrale wolk komt hebben zelfs de hackers hun laatste restje macht uit handen gegeven.
Facebook, LinkedIn, Amazon, PayPal, Google, allemaal hebben ze al eigen wolken. Elke leek zal wel eens met de gedachte hebben gespeeld: wat gebeurt daar? Wordt daar af en toe ook nog eens wat gewist of blijft alles daar voorgoed rondspoken? Blijven die gegevenssilo’s eeuwig uitdijbaar?
Een kennis berichtte me onlangs dat ze op LinkedIn een voorstel kreeg om te linken met iemand van wie ze wist dat die al een tijdje geleden was gestorven. Navraag bij de familie leerde haar dat het onmogelijk was gebleken de dode te verwijderen. Er is bij Facebook of LinkedIn niemand aanspreekbaar, niet in de vorm van een helpdesk of een groepsbeheerder, niet in welke vorm dan ook. Het zijn anonieme sites, met de totalitaire hooghartigheid die daarbij hoort. Een persoon kan alleen zichzelf de-activeren, wat voor een dooie nogal lastig is. En de-activeren is nog geen verwijderen.
Op Facebook kun je Driek van Wissen nog altijd toevoegen als vriend, mocht je daar dringend behoefte aan hebben.
Zo ‘ontstaat er een geheel nieuw circuit aan dode zielen waar Gogol nooit van kan hebben gedroomd,’ schreef mijn kennis. Er valt in dat circuit niets af en er komt steeds meer bij.
We kennen de science-fiction-fantasieën over de computer die de wereldmacht overneemt. Het geheugen dijt zo uit, de verknopingen en concentraties worden zo talrijk dat het ding op eigen houtje initiatieven begint te ontwikkelen, eens goed naar de wereld kijkt, zich op zijn computerkop krabt en denkt: het is welletjes. Het! Is! Welletjes!
Zou ik ook denken als ik een verstandige computer was.
Maar ook zonder die fantasieën dringt de gedachte zich op: ‘Waar blijft het allemaal?’ De nuchterste beginneling weet dat een ventielloze ballon, sorry een cloud, uiteindelijk moet ontploffen. En het is me daar een gewemel in cyberspace. Een ergerniswekkende eigenschap van Facebook is dat je nauwelijks zeggenschap hebt over je eigen inbreng. Je schrijft iets, en als je het niet onmiddellijk verwijdert wordt even later de ophaalbrug opgetrokken en, hap-hap, ze slikken het in en je krijgt het nooit meer terug. Duizenden zinnen heb ik misschien op Facebook geschreven. Mag ik die weer in mijn eigen zak steken? Nee, natuurlijk niet. Maar waar blijven ze dan?
In de wolken.
Wanneer raakt een wolk overbevolkt? Wanneer komt de Grote Schoonmaak?
Voor papieren zaken heb je de versnipperaar. Je hoort de dode zielen tussen de ijzeren pinnen kermen. Miljoenen zinnen en gedachten gaan er genadeloos aan.
Maar in de afgrond die Cloud heet?
Een jaar of tien, twintig geleden – precies weet ik het niet meer – dook er in de krant plotseling het bericht op dat er een break-even point was bereikt: op die dag liepen er op aarde net zoveel mensen rond als er in de hele wereldgeschiedenis achter elkaar hadden geleefd. De dode zielen en de levende zielen speelden quitte. Gedurende één bevalling.
Ik kan het niet helpen, maar aan die dynamiek moet ik denken.
De kerkhoven zullen explosief groeien.
De wolken ook. De wolk is een groeimarkt. Niets gaat er teloor en Dr. Strangelove lacht in zijn vuistje.