In Berlijn verhuizen ook straatnamen met de tijd mee

Mijn fietstochten door Berlijn voeren me regelmatig over de Theodor Heuss Platz, een plein in de wijk Westend waar de Heerstrasse overgaat in de Kaiserdamm; onderdeel van de beroemde oost-westverbinding die dwars door de stad loopt.

Oudere bewoners, 85-plussers nu, weten maar al te goed hoe dit plein tussen 1933 en 1945 heette: de Adolf Hitler Platz.

In ruim een eeuw heeft het plein drie namen gehad. Rond 1908, na de aanleg, was het de Reichskanzlerplatz. Vervolgens werd het naar de Duitse dictator genoemd.

Na de oorlog kreeg het zijn oorspronkelijke naam weer terug en in 1963 werd het omgedoopt in Theodor Heuss Platz, naar de eerste president van de Bondsrepubliek.

Vriendelijk gezegd noem je zoiets levende geschiedenis. Duitsland – en vooral Berlijn – heeft honderden straten en pleinen die in de loop van de jaren meermaals een andere naam hebben gekregen. Al naar gelang de politieke ideologie van het moment.

Als gast uit een land met een minder heftige contemporaine geschiedenis blijf je je erover verbazen: er kunnen nog steeds mensen zijn die hun hele leven aan de Theodor Heuss Platz hebben gewoond en die toch vier keer adreswijzigingen hebben moeten versturen.

Aan de naamsgeschiedenis van de nu onder toeristen populaire Hackescher Markt in voormalig Oost-Berlijn kun je zien hoe ook de communistische machthebbers in de DDR hun stempel op de stad hebben willen zetten.

Voor de oorlog stond dit knooppunt van straten en tram- en S-Bahnlijnen bekend als de Börse. Rond 1950 werd het genoemd naar de twee chef-ideologen van het communisme: Karl Marx en Friedrich Engels. Zo ontstond de Marx Engels Platz.

Veertig jaar later, toen het met het communisme was gedaan, werd het plein officieel de Hackescher Markt, naar H.Chr. Friedrich von Hacke, de Berlijnse stadcommandant die het rond 1750 heeft laten aanleggen.

Dat was zo lang geleden dat niemand aanstoot nam aan de nieuwe naam.

Het kan ook anders – met ideologische ruzies en rechtszaken. Rond 2004 deed de Tageszeitung, een onafhankelijke linkse krant met hoofdkantoor in de Berlijnse Kochstrasse, een poging om de straat herbenoemd te krijgen in Rudi Dutschke Strasse. Dutschke (1940-1979) was in de Bondsrepubliek in de jaren ’60 en ’70 een omstreden linkse studentenleider en marxistische socioloog.

Iets verderop in de Kochstrasse ligt het hoofdkantoor van de Axel Springer Persgroep, uitgever van onder andere het rechtse boulevardblad Bild. Het Springer-concern, destijds de grote ideologische tegenstander van Dutschke cum suis, besloot tegen de voorgenomen naamsverandering in beroep te gaan, samen met een aantal omwonenden.

Uiteindelijk moest er een referendum aan te pas komen: wel of geen nieuwe naam voor de Kochstrasse?

Verrassend genoeg pakte de volksstemming positief uit. In april 2008 werden de straatborden vervangen. Zowel de Tageszeitung als Bild – de twee uitersten van de Duitse dagbladwereld – hebben tegenwoordig hun hoofdkantoor aan de Rudi Dutschke Strasse.

Tot chagrijn van Bild en Springer.

Nog een paar voorbeelden: de wijk Friedrichshain heette in de nazitijd arrondissement Horst Wessel, naar de aanvoerder van de Sturmabteilung (SA), de paramilitaire organisatie van Hitlers NSDAP.

De Danziger Strasse in de Berlijnse wijk Prenzlauer Berg heette in de communistische jaren Dimitroffstrasse, naar de Bulgaarse communistische politicus Georgi Dimitrov (1882-1949). Na de hereniging wilden de deelgemeente en de omwonenden niet van deze kennelijk geliefde naam af.

De eigenzinnige christen-democratische wethouder Herwig Haase sprak zijn veto – waarmee ook de Dimitroffstrasse sinds 1995 geschiedenis is.

Niet altijd (maar wel vaak) heeft ideologie aan naamsveranderingen van Berlijnse straten ten grondslag gelegen.

De Hurengasse in Berlijn- Mitte heet al weer heel lang Rosenstrasse. In de vijftiende eeuw bevond zich in deze straat een van de eerste bordelen van de stad.

Maar ‘hoerensteeg’ was te ordinair.

In de negentiende eeuw, toen de prostitutie in deze buurt nog steeds floreerde, werd de straat herbenoemd in het aangenamere Rosenstrasse.

Joost van der Vaart