Iedereen wil de baas zijn, in Syrië

De crisis in Syrië verergert, met steeds meer geweld en berichten over muiterij.

Maar president Assad blijft waarschijnlijk zitten, en het wordt nog veel bloederiger.

Het bewind van de Syrische president Bashar al-Assad en zijn medestanders zal zich alleen met geweld laten verdrijven. „Ze willen aan de macht blijven. Maar bovendien hebben ze tijd genoeg gehad om te kijken wat er in andere landen gebeurt: dat ze gevangen worden gezet en mogelijk geëxecuteerd. Als ik hen was zou ik ook niet in garanties van clementie vertrouwen.”

Nikolaos van Dam (1945), oud-ambassadeur in Irak, Egypte en Turkije, is een van de bekendste Syrië-specialisten. Hij volgt de ontwikkelingen daar op de voet. „Ze zouden theoretisch het bewind kunnen hervormen, maar het probleem is dat meer vrijheden uiteindelijk altijd een fase zal inluiden waarin alsnog hun aftreden wordt geëist.”

Van Van Dam’s boek The Struggle for Power in Syria verscheen vorige maand de vierde druk. Het is een van de meest gezaghebbende werken over het moderne Syrië. De nieuwe druk is bijna dubbel zo dik als de oorspronkelijke versie uit 1979, gebaseerd op Van Dams proefschrift.

„Het boek was en is verboden in Syrië, maar juist daardoor raakte het daar bij iedereen bekend. Ook binnen de regeringspartij hebben veel mensen het gelezen.”

De Arabische vertaling kwam terecht in een Arabische boeken-toptien.

Kan het regime nog overleven?

„Ik denk het wel. Geweldloze demonstraties kan het regime hoe dan ook overleven. Maar er wordt een heleboel intimidatie gebruikt en dat is niet vol te houden. Het volksprotest op het Tahrir-plein in Egypte stuitte aanvankelijk ook op veel geweld, maar dat was vrij snel afgelopen. Vervolgens stabiliseerde de toestand zich, onder diezelfde Egyptische militairen die al aan de macht waren. Ik kan me in theorie voorstellen dat ook in Syrië bepaalde militairen het land begeleiden naar een minder dictatoriaal regime.”

Is het mogelijk Assad overboord te gooien, zoals met Mubarak gebeurde?

„Assad niet, denk ik. Hij zit er immers juist om te verhinderen dat de andere militairen en kopstukken een greep naar de macht doen. De anderen zijn alleen een eenheid omdat Bashar daar zit. Dus de laatste die ze eruit moeten gooien is Bashar.”

Volgens Van Dam is het Syrische bewind geen familiebedrijf. „Dat wordt nu heel populair gezegd: dat de Assads een dynastie vormen. Hafez al-Assad had zijn positie zelf veroverd in een strijd om de macht. Hij had gezag als dictator. Zijn zoon Bashar al-Assad kreeg die macht niet om zijn persoonlijkheid maar omdat er anders binnen het regime grote onenigheid zou zijn ontstaan over de opvolging. Ze willen allemaal de baas zijn. Uit angst voor het uiteenvallen van het regime, vrees voor erger en respect voor de erfenis van het regime van Hafez al-Assad is destijds Bashar als compromis geaccepteerd.

„Ik heb me afgevraagd: kun je een dictatuur hebben zonder dictator? Dat was met Bashar al-Assad wel een beetje zo.”

Bashar al-Assad was van het begin af aan niet echt de baas. „Hij wordt omringd door mensen die een stijl hebben van hardhandigheid, intimidatie, grof geweld. Het is niet vanzelfsprekend dat iedereen gehoor geeft als Bashar beveelt ‘niet schieten’. Het is natuurlijk ook heel moeilijk om mensen onder controle te houden die al tientallen jaren gewend zijn om willekeurig iedereen op te pakken of dood te schieten zonder enige repercussie. Maar met die excessen, waarvoor vooral zijn broer Maher en anderen verantwoordelijk zijn, kun je ook niet volhouden dat hij daar los van staat.”

Het regime is breder dan de familie van de Assads of de schoonfamilie. Die spelen een belangrijke rol, ook in economische zin. Maar er zijn in de top ook veel anderen, die geen familie zijn maar wel uit de regio komen, in meerderheid alawieten, de shi’itische minderheidssekte waartoe de Assads behoren. Het gaat daarbij niet om het geloof als zodanig, maar om de gemeenschap. Als alawiet kun je andere alawieten vertrouwen.

Is het mogelijk om zo’n regime ooit te hervormen?

„Ik denk dat hervormingen mogelijk zijn. Ze zouden meer politieke partijen kunnen toestaan – tot die gaan vragen om het aftreden van de president. Of meer vrijheid van meningsuiting, behalve dat ze op straat mogen roepen dat de president moet aftreden.

„Het probleem is dat meer vrijheden uiteindelijk altijd een nieuw stadium inluiden waarin het regime alsnog wegmoet. Maar je hoeft geen gevangenen dood te schieten in hun cellen, en dat soort praktijken. Het hoeft niet tot de val van het regime te leiden als je een beetje verantwoordelijke rechtspraak hebt.”

In Egypte wordt het leger nog steeds vertrouwd. Is dat in Syrië het geval?

„Dat denk ik niet. Dat heeft te maken met dat sektarische element. In Egypte speelt het geen rol of iemand uit het zuiden of het noorden komt. In Syrië wel. Daar is het regime op gebaseerd. Dus als ze vallen wordt het een bloedige val. Ze zitten op alle scharnieren, ook in de geheime diensten.”

Is een militaire staatsgreep mogelijk?

„Door andere alawieten, dat kan. Want er zitten vrijwel alleen alawieten op sleutelposities. Een ander scenario is een alliantie van alawitische officieren met anderen, sunnitische officieren bijvoorbeeld. Maar alweer bloedig, want ze gaan het niet zomaar opgeven.

Dus: of ze blijven en dan moeten ze onderdrukken, of ze worden met geweld ten val gebracht?

„Of ze kunnen, het derde scenario, enigszins versoepelen. Tot de oppositie te vergaande eisen stelt. De oppositie zal onmiddellijk meer eisen.”

De Jemenitische president Saleh klaagde al dat concessies alleen tot nieuwe concessies leidden.

„Dat is het dilemma. Dat kunnen ze nu bij elkaar afkijken. Ze zien dat Mubarak na twee maanden gevangen zit en ze weten wat hun te wachten staat. Waarheen moeten ze vluchten?”

Is het denkbaar dat de NAVO Syrië gaat bombarderen?

„Niemand wil dat. Er zijn geen voorbeelden van succes van zo’n regimewijziging, ik ken ze althans niet. Ik denk dat je erg voorzichtig moet zijn om een opstand aan te moedigen. Die mensen willen ook niet dat het dankzij de Amerikanen ofzo tot een succes komt. Het gaat om het gevoel van vrijheid en eigenwaarde.”