Hoe word ik toch blank?

Daniel J. Sharfstein: The Invisible Line. Three American Families and the Secret Journey from Black to White. The Penguin Press, 396 blz. €28,-

Barack Obama is ‘king’ en Oprah Winfrey is (of was) ‘queen’. Het is het toch opmerkelijk dat anno 2011 deze Afrikaanse Amerikanen de top van de piramide hebben bereikt, als president en rijke, geslaagde tv- personality. De problemen die te maken hebben met de verhouding tussen blank en zwart zijn een rode draad door de Amerikaanse geschiedenis en de reputatie van de VS is door het slavernijverleden blijvend getekend. De situatie is in de afgelopen halve eeuw enorm verbeterd, maar daar gingen drieënhalve eeuw onderdrukking aan vooraf. Vandaar dat voor veel zwarte Amerikanen blank worden een grote verleiding was.

In The Invisible Line reconstrueert Daniel Sharfstein op basis van bewonderenswaardig historisch onderzoek hoe het drie Afro-Amerikaanse families lukte om blank te worden. Hij pluisde de familiegeschiedenissen uit, generaties lang. Dankzij materiaal uit particuliere en openbare bronnen – rechtbankverslagen, krantenartikelen, brieven – kon Sharfstein een fascinerend boek schrijven.

Randall Gibson, die omstreeks 1877 Amerikaans senator was voor Louisiana, was zich misschien niet eens bewust dat zijn familie ongeveer een eeuw eerder de stap van zwart naar blank had gemaakt. Zijn familie had slaven gehouden en was welgesteld. Niemand kon hem betrappen op enige solidariteit met de zwarte medemens. Stephen Wall, telg uit een zwarte familie die het glazen plafond had bereikt, vertelde zijn kinderen in de hoofdstad Washington begin vorige eeuw dat de huizenprijzen daalden als er zwarten in een buurt kwamen wonen. Hij maakte de stap van zwart naar blank. George Spencer klaagde omstreeks dezelfde tijd in Virginia zijn blanke schoonvader aan toen die hem had uitgemaakt voor ‘verdomde nikker’ en won. Ook zijn familie kon zich blank noemen.

Het verhaal van de Gibsons is opvallend omdat Sharfstein aannemelijk maakt dat in het Amerikaanse zuiden van de 17de eeuw en 18de eeuw de ideeën over ras nog niet zo vaststonden als we nu geneigd zijn te denken. Amerikanen – van wie velen immigranten – was met andere woorden nog niet zo met de paplepel ingegoten dat zwarten minderwaardig waren. Mensen met een donkere tint die vragen kregen, konden zich beroepen op afstamming van Hugenoten of Portugezen en daarmee was de kous af. De Spencers zijn een voorbeeld van een familie van gemengde afkomst en huidskleur die zich ergens in Kentucky zo verankerd had in een gemeenschap dat niemand vraagtekens zette bij hun huidskleur. De familie Wall is een voorbeeld van een Afrikaans-Amerikaanse familie die uitzonderlijk geslaagd is in het Washington van vlak na de Amerikaanse Burgeroorlog, maar toch begrijpt dat de VS zwarten nog geen gelijke behandeling geven. Omdat er een kans is ‘blank’ te worden, doen ze dat. Ze veranderen hun namen en verhuizen.

In de 19de eeuw zijn de regels over wie blank of zwart is vastgelegd in de wet. Wie voor een kwart of een achtste ‘negerbloed’ had, was voor de wet zwart. Eén druppel zwart bloed was soms genoeg om iemand zwart te noemen. Voor hen was het belangrijk om bijvoorbeeld de scholen blank te houden en het blanke ras dominant te noemen want daar hing volgens de Amerikanen in het zuiden het voortbestaan van de VS vanaf – en de instandhouding van de slavernij.

Een van de nabestaanden in de familie Wall hoorde pas op latere leeftijd dat haar familie van Afrikaanse komaf was. Ze schrok er volgens Sharfstein zo van dat ze het aanvankelijk voor haar echtgenoot wilde verzwijgen. Ze weet dat ze er zich niet voor hoeft te schamen, maar toch weet ze zich geen raad met die gevoelens. Anderhalve eeuw na de afschaffing van de slavernij en met een Afrikaanse Amerikaan als president is dat loodzware verleden nog niet zo gemakkelijk af te schudden.