Hiphoppers maken werk van hun talent

Veertien jonge volwassenen die ‘kunst van de straat’ maken, zoals breakdance, rapmuziek of graffiti, leren bij de Kweekvijver hoe ze met hun talent hun brood kunnen verdienen. Na drie keer spijbelen lig je eruit. „Ik weet nu hoe ik mijn zaken moet regelen.”

Voorzichtig de knokkels tegen elkaar en dan een high five. Zo begroeten veertien jongvolwassenen elkaar elke dinsdag- en woensdagavond in theater Pierrot in het Haagse Laakkwartier. Ze zijn rapper, breakdancer of graffitispuiter. De meesten zijn begin twintig en hullen zich in streetwear: broeken met een laag kruis, sweatshirts en petjes. Eerst roken ze een sigaretje bij de voordeur, dan scharrelen ze naar binnen. Op naar de Kweekvijver, een opleiding die hen in dertig weken opleidt tot ‘kleine zelfstandige in de creatieve sector’.

De veertien die hier bijeen zijn hebben allemaal een talent dat ze ‘op straat’ hebben ontwikkeld. De 19-jarige rapper Vincent (‘Vinny’) Bal bijvoorbeeld, heeft al enige faam opgebouwd in hiphopkringen. Eind maart stond hij in het voorprogramma van Kleine Viezerik in het Paard van Troje, hij trad op tijdens het Haagse Bevrijdingsfestival en werkt aan zijn eerste soloalbum. Bij de Kweekvijver wil hij vooral zijn zakelijke kennis opvijzelen. „Als ik een show geef, vragen ze me om een factuur. Ik heb geen idee hoe ik die moet maken.”

James Puppet (20) is breakdancer bij de Hustle Kidz, waarmee hij vier keer Nederlands kampioen was, optredens gaf in het buitenland en meedeed aan het tv-programma Holland’s Got Talent. „Ik wil andere jongeren geven wat breaken mij heeft gegeven.”

Geen van hen heeft een kunstopleiding gevolgd. Maxime Singelenberg (20) deed wel het oriëntatiejaar voor de kunstacademie, maar zette niet door. Op het Grafisch Lyceum haakte hij ook af. „Ze zeiden: als je deze opleiding niet afmaakt, bereik je niets. Dat zie ik als een uitdaging.” Hij wil graffitiworkshops gaan geven, liefst in een eigen atelier, of graffitikunst maken in opdracht, bijvoorbeeld voor kinderkamers.

De Kweekvijver is een opleiding die in 2004 is ontstaan in Rotterdam. Initiatiefnemer Angela Kok werkte destijds bij de Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR), die naast muziekonderwijs ook cursussen in andere kunstdisciplines aanbiedt. Omdat er veel vraag was naar breakdancelessen en rapworkshops ging ze op zoek naar ‘peergroupdocenten’: jongeren uit de scene die hun vaardigheden en enthousiasme konden overbrengen op andere jongeren. „Ik zag dat er veel talent op straat rondliep”, vertelt Angela Kok. „Maar die jongeren beschikten niet over de vaardigheden om les te geven.” Zo werd de Kweekvijver geboren, waar talentvolle jongeren naast didactische vaardigheden ook zakelijke kennis bijgebracht werd. Wie de opleiding afrondde, kreeg een certificaat en kon meteen aan de slag bij de SKVR.

De deelnemers hoeven niets te betalen. De opleiding werd in Rotterdam vier jaar lang gesubsidieerd door de gemeente en een aantal fondsen. Die financieringsstroom stopte omdat de gemeente wilde dat de opleiding geïntegreerd zou worden in het aanbod van een van de plaatselijke Regionale Opleidingscentra (ROC’s), zoals Zadkine of Albeda. „Dat was geen goed idee”, zegt Angela Kok. „De jongeren die de Kweekvijver volgen, zijn bijna allemaal drop-outs uit dat schoolsysteem. Het werkt niet om hen in zo’n schoolse omgeving te zetten.”

De meesten deelnemers aan de Kweekvijver zijn wel eens aan een beroepsopleiding begonnen, maar hielden het niet lang vol. Graffitimaker Davy de Ronde (30) heeft naar eigen zeggen „een niet al te glansrijke schoolcarrière”. Afgelopen zomer stopte hij met de opleiding communicatie aan de Haagse Hogeschool. De twintigjarige graffitimaker Koen Bos heeft drie maanden de opleiding Sport en Bewegen geprobeerd. „Daarna zat ik een jaar thuis.”

Angela Kok wilde de Kweekvijver, nadat de gemeente Rotterdam zich had teruggetrokken, niet verloren laten gaan en besloot een doorstart te maken in Den Haag. Het is daar een pilotproject, vertelt ze, „er is nog geen meerjarige financiering”. Ze heeft geld bijeen gesprokkeld bij verschillende cultuurfondsen (Prins Bernhard Cultuurfonds, Fonds voor Cultuurparticipatie, Fonds 1818), een fonds voor vernieuwende onderwijsprojecten (Start Foundation) en de Haagse culturele instelling Culturalis. Samen betaalden die 60.000 euro.

Via de stichting Aight benaderde ze deelnemers. Deze stichting promoot de hiphopcultuur en organiseert cursussen rap en breakdance. De voor de Kweekvijver geselecteerde jongeren komen uit hun netwerk. Davy de Ronde bijvoorbeeld, die een aantal jaren geleden nog de verveling verdreef met het bespuiten van muren, verdient nu geld met graffitiworkshops in buurthuizen en scholen. „Het liefst werk ik met de wat moeilijkere kinderen.”

De jongeren worden aangemoedigd om op zoek te gaan naar klussen. Op den duur moeten ze op eigen benen kunnen staan als kleine zelfstandige. Daarom krijgen ze iedere dinsdag lessen in ondernemerschap. Robbert Erwich, eigenaar van een administratie- en advieskantoor dat gespecialiseerd is in de creatieve en culturele sector, is een van de docenten. In de eerste lessen van de Kweekvijver legt hij onder meer uit hoe je een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) aanvraagt bij de fiscus, facturen uitschrijft, ordners met zakelijke papieren indeelt, een begroting maakt, subsidie aanvraagt, investeringskosten aftrekt en een agenda bijhoudt.

Een van de deelnemers wil fiscale trucs leren. „Waar legt de Belastingdienst de grens bij het aftrekken van kosten?”, vraagt hij. „Als je duizend euro verdient en je hebt tienduizend euro aan kosten, dan ben je geen zelfstandig ondernemer maar dan heb je een heel dure hobby”, zegt Erwich droogjes.

Op woensdag krijgen ze didactische vaardigheden van een vaste docent: Marjet Roerink. Die lessen gaf ze ook al in Rotterdam. Ze is een soort mentor. „Ik heb een beetje de rol van moeder”, zegt ze lachend. „Ik heb altijd met drop-outs gewerkt, op scholen maar ook in de gevangenis. Ze vinden me eerst vaak een gek mens. Ik zie er niet uit zoals zij en ben een stuk ouder. Toch werkt het. Ik investeer veel tijd in het kweken van een band.” Met een aantal deelnemers uit Rotterdam werkt ze nog samen in theaterprojecten.

Marjet Roerink was negen jaar artistiek leider van Young Stage, de afdeling van de SKVR voor talentontwikkeling bij jongeren. Ze weet zeker dat peergroupdocenten zoals die van de Kweekvijver voorzien in een leemte. „Docenten met een kunstvakopleiding zijn niet zo vertrouwd voor de doelgroep. De jongeren van de Kweekvijver ademen dezelfde stijl, taal en cultuur als scholieren. Ze fungeren als rolmodel en door hun rauwe randje verdienen ze een natuurlijk respect. Ze hebben dezelfde begroeting, kledingstijl en muzieksmaak. Ze zijn opgegroeid in dezelfde wijken en hebben het niet makkelijk gehad. De leerlingen voelen zich bij hen thuis.”

Roerink geeft op een speelse manier les, met gebruikmaking van haar achtergrond als dramadocent. Ze vraagt of iedereen in een kring wil staan. „We gaan een groepsspelletje doen. Dat kun je, als je zelf lesgeeft, gebruiken om het ijs te breken. Het heet het zip-boing-zap-spel. „We gaan een denkbeeldige bal overgooien. Als je hem verder doorgeeft in dezelfde richting roep je ‘zip’. Je kunt hem ook doorgeven in de andere richting, dan roep je ‘zap’.” Ze legt de spelregels verder uit en besluit met: „Wie het fout doet, valt af. Dan moet je buiten de kring gaan staan.” De rappers, breakdancers en graffitispuiters kijken elkaar lacherig aan. Maar ze doen toch mee. Fanatiek zelfs. Niemand wil verliezen.

„Ga jij zometeen weg?”, vraagt Roerink aan een van de deelnemers. „Nee hoor”, zegt hij. „Oh, ik dacht het, omdat je jas aan hebt”, zegt Roerink. Ze kijkt erbij alsof ze in verwarring is. Ze zegt niet: doe jij je jas eens uit. Maar ze heeft toch iets losgemaakt. De deelnemer stapt uit de kring en doet zijn jas uit.

De eerste weken hebben de deelnemers duidelijk moeite zich aan te passen aan de vaste structuur van de Kweekvijver. Ze komen te laat, houden hun jas aan, eten in de les nog snel even een afhaalmaaltijd en zitten tussendoor te sms’en. Zonder de schooljuf uit te hangen houdt Roerink hen een spiegel voor. Is dit gedrag dat zij zich kunnen permitteren bij toekomstige opdrachtgevers? Na twee maanden staan de telefoons uit en komt niemand meer te laat zonder sorry te zeggen.

Bij de Kweekvijver geldt één ijzeren regel: elke deelnemer mag maximaal drie van de zestig lessen missen. Wie vaker spijbelt, ligt eruit. Van de veertien deelnemers zullen er in de loop van het jaar een paar afvallen, is de verwachting. Dat gebeurde ook in Rotterdam: gemiddeld driekwart behaalde zijn certificaat. Zo blijven alleen de echt gemotiveerden over.

Neda Boin volgde de Kweekvijver in 2008. Ze ontmoette er vier andere muzikanten met wie ze de groep Music Behind Bars opzette. „We beoefenden allemaal een andere discipline: zang, beatbox, rap, breakdance, poppin, piano en theater. Bij de stages die we moesten lopen, improviseerden we vaak maar wat. Daar kregen we zulke enthousiaste reacties op dat we zijn doorgegaan. Het combineren van al die disciplines en het freestylen zijn ons handelsmerk geworden.” De groep won al prijzen op festivals en opende dit jaar het Dunya Festival.

Neda Boin vestigde zich na de Kweekvijver als zangdocent in Rotterdam. „Ik heb bij de Kweekvijver geleerd hoe ik mijn zaken moet regelen. Ik ben ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en kan als zelfstandig ondernemer in mijn onderhoud voorzien.”

Graffitikunstenaar Roelof Schierbeek deed in 2007 mee aan de Kweekvijver. Hij coacht nu in Den Haag. Ooit was ook hij een ‘drop-out’. „Ik begon mijn schoolloopbaan op het gymnasium, maar gleed langzaam af. Ik accepteerde geen autoriteit en was niet gemotiveerd.” Ten slotte deed hij staatsexamen. „Ik haalde alleen het vak tekenen.” Toch werd hij toegelaten op het Grafisch Lyceum, waar hij de opleiding grafische vormgeving afrondde. Een jaar lang had hij verschillende grafische baantjes, maar hij merkte dat dit niet het werk was dat hij de rest van zijn leven wilde doen. Hij begon aan een opleiding culturele maatschappelijke vorming, maar haakte na een jaar af. „Ik was helemaal klaar met school, ik vond het tijdverspilling om hier nog eens vier jaar aan te besteden.”

Vanaf zijn veertiende vulde hij zijn vrije tijd met graffiti maken. „In het begin kladde ik uit frustratie alles onder. Maar in de loop van de jaren werd mijn werk serieuzer.” In dit circuit hoorde hij over de Kweekvijver. „Daar moest ik voor het eerst mezelf verkopen. Ze vroegen: waarom zouden we jou gratis laten meedoen en jou al die aandacht geven?”

Hoewel Roelof Schierbeek op de middelbare school „vaker in de tram zat dan op school”, miste hij bij de Kweekvijver bijna geen les. „Dit was de eerste opleiding waarvoor ik echt gemotiveerd was.” Zo werd hij van drop-out tot lichtend voorbeeld voor andere jongeren. „Bij de Kweekvijver zag ik in dat ik mijn leven en loopbaan zelf moest organiseren. Afspraken nakomen, een boekhouding bijhouden. Voor rondhangen op straat had ik geen tijd meer.”

Na de Kweekvijver begon hij zijn eigen bedrijf, waarna hij drie jaar lang in opdracht muurschilderingen maakte en graffitiworkshops gaf in Nederland en België. Angela Kok vroeg of hij, als succesvol voorbeeld, coach wilde worden van de nieuwe deelnemers aan de Kweekvijver in Rotterdam. Vervolgens werd hij dat ook in Den Haag, waar hij inmiddels werk had bij de stichting Aight. „Ik heb van mijn hobby mijn werk gemaakt. Kort geleden hebben we alweer de vijfde legale graffitimuur in Den Haag geopend. Ik doe nu de dingen waar ik vroeger van droomde.”

Niet iedereen werkt nog in de creatieve sector. Sommigen geven geen workshops meer, maar kozen voor een ander vak of nog een opleiding. Een kwart viel al tijdens het traject af. De verwachting is dat dat ook in Den Haag zal gebeuren. Maar na drie maanden doet iedereen nog mee. „Ik ben trots op hoe iedereen het doet”, zegt Marjet Roerink. „Er is een sterke band ontstaan. Deelnemer Dylan organiseert een survivaltocht voor ons. En de groep gaat een gezamenlijke show maken. Twee van de breakdancers, James en Sammy, hebben de leiding.”