Harry M. wil niets zeggen

Verdachte Harry M. stond gisteren als getuige voor de rechter in de grote vastgoedfraudezaak. Is hij een informant van de belastingdienst of van justitie? „Nee.”

Hij had Harry nodig. Want de Limburgse vastgoedhandelaar Harry M. deed al jaren zaken met Philips Pensioenfonds. Dat wilde Bouwfonds-directeur Jan van V. ook. En dus moest Harry M. hem in contact brengen met directeur Will F. van het Philips Pensioenfonds.

Een paar weken geleden vertelde hoofdverdachte in de vastgoedfraudezaak Jan van V. er over aan de rechtbank in Haarlem. Eind jaren ‘90 reed hij naar Limburg om M. te ontmoeten. Hij werd vriendelijk ontvangen door de receptioniste. Of Van V. nog even wilde wachten. Daar zat hij dan. Een kwartier. Een half uur. Drie kwartier. Van V. keek maar eens door het sleutelgat. Harry M. zat rustig de krant lezen, in een gele trui. „Een heel oude truc in het vastgoed”, vertelde Van V. de rechtbank. Even laten voelen wie de macht had.

Maar Van V. had nog meer over de Limburgse vastgoedhandelaar te vertellen. Kijk, dat hij allerlei mensen had omgekocht, daar deed Van V. niet moeilijk over. En dat hij pensioenfondsdirecteur Will F. flink in watten had gelegd met reisjes naar racewedstrijden dat klopt ook. Want daar was Will F. heel duidelijk over geweest. „Als ik zaken met hem wilde doen, moest ik hem eerst maar eens meenemen naar een racewedstrijd. Want dat deed iedereen.” Maar hij had Will F. geen geld gegeven rond het project Eurocenter op de Zuidas in Amsterdam. Nee, Van V. wees Harry M. aan als de omkoper van Will F., die ook verdachte is in de zaak.

Daarom moest de Limburgse vastgoedhandelaar als getuige optreden in de rechtbank in Haarlem. Rond half tien stond Harry M. te wachten op de gang. Grijs streepjespak, donkere suède schoenen. Toen kwam hoofdverdachte Jan van V. de trap op. De twee vastgoedmannen - M. nog net wat korter dan de kleine Jan van V. – keken elkaar kort aan. M. draaide zijn hoofd weg. Van V. liep verder.

Maar M. had er weinig zin in, als getuige optreden. Het enige dat hij soepel deed, was de eed afleggen. Hij had in de krant gelezen hoe dat moest. Daarna beriep hij zich op zijn verschoningsrecht. Al tijden had hij niets meer van het Openbaar Ministerie gehoord, maar hij is nog steeds verdachte. Dat vond de rechtbank wel weer wat ver gaan. Want hij kon best antwoord geven op vragen waarmee hij zichzelf niet kon belasten als verdachte. Het werd er een beetje een potsierlijke vertoning van. Want M. wilde het liefst helemaal niets zeggen. Hij had wel een verklaring voorbereid, maar die zou zijn advocaat voorlezen.

Of hij dat niet zelf kon, wilde het Openbaar Ministerie weten. Advocaat M.: „Mijn cliënt is niet iemand van papier.”

Advocaat Jan van V.: „Dat lijkt me iets wat hij zelf ook wel kan zeggen.”

Dat vond de rechter ook. Dus mocht de advocaat van hoofdverdachte Van V. dat aan M. vragen. „Bent u niet van het papier?” M. schudde wat met zijn hoofd. Hij haalde zijn schouders op en gaf toen antwoord. „Nee, ik ben niet zo van het papier.”

Zo ging het een paar uur heen en weer. Als M. dan toch antwoord moest geven, liet zijn geheugen hem net even in de steek. En dus was er aan het einde van het verhoor weinig duidelijk geworden. Alleen had Harry M. volledige openheid gegeven over de deuren in zijn kantoor waar hij eind jaren ‘90 Jan van V. had ontvangen. Die hadden helemaal geen sleutelgat, aldus M., die foto’s mee had genomen als bewijs. En hij had Van V. ook niet laten wachten. „Dat is niet mijn stijl.”

Bij vragen over zijn innige relatie met Will F. bood het verschoningsrecht M. ook uitkomst. Justitie verdenkt de voormalig Philips directeur onder meer van het aannemen van ruim 10 miljoen euro smeergeld. Een deel van geld liep via het bedrijf Universum Vastgoed. Daarvan was Will F. voor 69 procent eigenaar en M. had 25 procent in handen. Justitie verdenkt M. ook van het omkopen van Will F., maar wil niet zeggen of de Limburger nog een dagvaarding zal ontvangen.

Dat vinden andere verdachten vreemd. Zou Harry M. misschien een informant van de belastingdienst of justitie zijn? Blijft hij daardoor buiten schot. Daar wilde M. wel antwoord op geven. „Nee.”

Op de gang mopperde M. met stevig Limburgs accent over al dat gedoe. Hij heeft er flink last van dat iedere keer zijn naam wordt genoemd. Dat levert hem een hoop gezeik op. Banken doen moeilijker. Andere vastgoedmannen willen hem opeens niet meer kennen. En ging toch al niet zo goed, de laatste jaren. Dikke verliezen maakte zijn bedrijf de laatste jaren, blijkt uit de jaarrekeningen van M. Vast Goed Roermond. In 2008 maakte hij een verlies van 36 miljoen euro. In 2009 leed hij een verlies van dik 7 miljoen euro. Technisch is zijn bedrijf failliet, met een negatief eigen vermogen over 2009 van 27 miljoen euro.