Eindelijk een trefpunt voor De Stijl

Het Gemeentemuseum Den Haag richt een vleugel in met een vaste expositie die het belang en de eigentijdsheid van De Stijl moet etaleren. „Scholen zitten hier echt op te wachten.”

De directeur van het Haags Gemeentemuseum, Benno Tempel, mag het graag vertellen. De Amerikaanse schilder Mark Rothko noemde Piet Mondriaan – vooral bekend om zijn abstract geometrische schilderijen – de meest sensuele kunstenaar die hij kende. Tempel wil er maar mee zeggen: het beeld dat veel mensen hebben van Mondriaan als een serene monnik klopt niet. En ook: alle belangrijke Amerikaanse kunstenaars van na de Tweede Wereldoorlog, zoals Rothko, zijn door Mondriaan beïnvloed.

Daarom is het volgens Tempel zo vreemd dat er in Nederland geen plek is waar het verhaal te zien is van Mondriaan en van De Stijl, de stroming waartoe hij behoorde. Natuurlijk, op plekken als Museum Kröller-Müller en Centraal Museum Utrecht zijn werken van De Stijl-kunstenaars te vinden, maar het samenhangende beeld ontbreekt. „We vertellen in onze musea wel het verhaal van de schilders van de zeventiende eeuw en van Van Gogh. Maar De Stijl is onzichtbaar. Je kunt beter terecht in het MoMa in New York, als je De Stijl wilt zien, dan hier in Nederland.”

Daar gaat zijn museum verandering in brengen. Vanaf september is in het Gemeentemuseum een aparte vleugel ingericht met een permanente tentoonstelling van De Stijl. Er zullen onder meer schilderijen te zien zijn van Mondriaan en Theo van Doesburg, meubels van Gerrit Rietveld, foto’s van Piet Zwart en een jongenskamer en een – nog nooit geëxposeerde – plantenstandaard ontworpen door Vilmos Huszár.

Dat juist het Haags Gemeentemuseum onderdak gaat bieden aan De Stijl is niet zo verwonderlijk. Het museum heeft de grootste collectie schilderijen en tekeningen van Mondriaan ter wereld: bijna 300 werken. Daarnaast zijn er in de collectie talloze schilderijen en tekeningen, meubels, foto’s en objecten van zijn collega’s en vrienden die het museum sinds 1950 heeft verzameld.

Op dit moment wordt nog hard gewerkt in de ruimte van zo’n 750 m2 aan de achterkant van het museum, waar de Stijl vleugel komt. Alle tussenmuren zijn weggebroken, waardoor een lichte ruimte is ontstaan. Dit is de enige plek in het door Berlage ontworpen museum dat niet is afgemaakt volgens het ontwerp van de architect. De ruimte is in het 75-jarig bestaan van het museum vaak veranderd. „Alleen de zuilen zijn nog origineel”, zegt Tempel. „Dat is heel prettig, want daardoor kunnen we het helemaal opnieuw inrichten.”

Die inrichting is overgelaten aan beeldend kunstenaar Krijn de Koning en sluit aan bij het werk van de kunstenaars van De Stijl. Met architect Anne Holtrop ontwierp hij rechthoekige ruimtes in de ruimte. „Als je er van boven op kijkt, lijkt het een abstract werk van Mondriaan”, zegt Tempel. Het ontwerp sluit aan bij het door Berlage ontworpen gebouw. „Berlage was een voorvader van De Stijl. Ze hadden een haat-liefdeverhouding met hem.” De expositie wijdt ook een ruimte aan Berlage.

De opzet van de tentoonstelling zal niet chronologisch zijn, maar gaan van micro naar macro: van de intieme huiskamer (plantenstandaard, Rietveldstoel) via de straat naar de stad met onderwerpen als reclame en fotografie. Mondriaans artikel ‘De Woning – De Straat – De stad’ is daarbij als uitgangspunt genomen. In het midden van de nieuwe vleugel komt een kunstwerk van Krijn de Koning: een ruimte waarin de bezoeker kan ervaren hoe het atelier van Mondriaan in Parijs destijds was. Daar zal te zien zijn, zegt Tempel, dat Mondriaan „hele emotionele kunst” maakte en het tegendeel was van een eenzame monnik: in zijn atelier ontving hij veel kunstenaars en journalisten. „Het was een internationaal pelgrimsoord.”

Er is nog een reden waarom De Stijl volgens de directeur deze permanente tentoonstelling verdient. De stroming is onderdeel van de historische canon, in 2006 opgesteld door een staatscommissie onder leiding van professor Frits van Oostrom. „Scholen uit het hele land reageren al enthousiast. Die zitten hier echt op te wachten.” Hij verwacht er bovendien veel buitenlandse bezoekers mee te trekken.

Het grootste deel van de tentoonstelling wordt permanent. Maar er komt ook ruimte voor tijdelijke exposities, bijvoorbeeld voor hedendaagse kunstenaars die gevraagd worden werk te maken dat aansluit bij De Stijl. Tempel: „Verschillende internationale kunstenaars hebben al positief gereageerd.”

Het geld voor de verbouwing (800.000 euro) komt van het VSB Fonds, de Mondriaan Stichting en uit het eigen vermogen van het museum. Aan de gemeente is geen extra geld gevraagd. „Dat doen we nooit voor dit soort projecten”, zegt Tempel.

In de vernieuwde vleugel van zijn museum zal volgens de directeur straks goed zichtbaar zijn hoe eigentijds de Stijl nog altijd is. „Fris en levendig. Veel moderner dan Bauhaus.” Rembrandt, zegt h heeft ook eeuwigheidswaarde, maar de doorwerking van De Stijl op de hedendaagse kunst is veel groter. „Het is onze belangrijkste bijdrage aan de internationale moderne kunst.”