De Pablo Picasso van India

De schilder Maqbool Fidal Husain is een icoon van de Indiase kunst. Hij verhuisde naar Londen, omdat Hindoe-activisten protesteerden tegen zijn werk.

De Indiase schilder Maqbool Fida (M.F.) Husain, wiens overlijden vanochtend bekend werd gemaakt, is een icoon van de moderne Indiase kunst. Zonder zijn rol te belichten, heeft het geen zin de geschiedenis van de beeldende kunst in het India van na de onafhankelijkheid te beschrijven, zeggen kunstcritici. Husain was India’s bekendste schilder (aangeduid als de ‘Picasso van India’), een van de best verkopende en een van de meest controversiële.

Husain overleed afgelopen nacht in een ziekenhuis in Londen. Volgens de berichten is hij 95 oud geworden, maar zeker is dat niet. Op het arme platteland van de westelijke deelstaat Maharashtra werd geen geboorteregister bijgehouden. Er zijn ook geen schoolpapieren overgebleven, want de eigenzinnige Husain maakte zijn schoolopleiding niet af. Ook als kunstenaar ging hij in de eerste plaats zijn eigen weg. Hij koos zijn geboortedatum van 17 september 1915 uiteindelijk zelf.

Na de Indiase onafhankelijkheid in 1947 verenigden een aantal jonge, vooruitstrevende kunstenaars zich in de zogeheten Progressive Artist’s Group, min of meer te vergelijken met Cobra in Europa. Onder hen waren Souza, Ara en Raza, gelijkgestemde schilders die naar het naoorlogse Europa trokken om hun grenzen te verleggen en inspiratie op te doen in contacten met buitenlandse voorlopers. Allen hebben het tot grote faam gebracht. Hun werken worden nog steeds veelvuldig geëtaleerd in galeries en musea. Husain trad in 1948 toe tot de groep op uitnodiging van Souza. Zijn eerste tentoonstelling was vier jaar later in Zürich.

Husain, die doorgaans blootsvoets ging, is India altijd trouw gebleven in zijn schilderijen (en in enkele films, die hij ook maakte), en misschien bracht juist dat hem in zijn latere carrière in moeilijkheden. De gewone man en vrouw, veelal van eenvoudige afkomst, was een belangrijk thema voor hem, maar ook bharat (het moederland) in al haar mythische verschijningsvormen. Met name hindoefanatici hebben aanstoot genomen aan zijn werk, niet om de onconventionele vormgeving, maar onder andere om de naakte afbeeldingen van hindoegoden en -godinnen.

Die laatste afbeeldingen schilderde hij al zo’n veertig jaar geleden. Pas toen een hindoetijdschrift er veel later over schreef, klopten fundamentalisten de zaak op. Wegens de bedreigingen ging hij vijf jaar geleden in vrijwillige ballingschap. Vorig jaar accepteerde hij het aanbod van het Midden-Oostenstaatje Qatar om de nationaliteit van dat land aan te nemen. Husain heeft in India hoge onderscheidingen gekregen, maar de huidige Congresregering deed weinig moeite om hem in eigen land te houden. Premier Manmohan Singh sprak vanochtend over „een verlies voor de natie”.Husain, wiens moeder overleed toen hij twee was, werd als moslim geboren. Maar als hij zich liet inspireren door het geloof, was dat een mythisch geloof dat niet gebonden was aan moskee, tempel of kerk. In die zin was hij de oprechte belichaming van de multiculturele identiteit van India.