De j-klank

Als kind leer je lezen door middel van het koppelen van een klank aan een letter. Vervolgens lees je een stel letters, daarbij maak je de bijbehorende klank, en dan begrijp je als het goed is welk woord er bedoeld wordt. M-e-l-k. Melk. Dat is een mooi systeem. Chinese kinderen hebben die luxe niet, bij

Als kind leer je lezen door middel van het koppelen van een klank aan een letter. Vervolgens lees je een stel letters, daarbij maak je de bijbehorende klank, en dan begrijp je als het goed is welk woord er bedoeld wordt. M-e-l-k. Melk. Dat is een mooi systeem. Chinese kinderen hebben die luxe niet, bij het leren lezen.

Azdat dan regionale verschille oplefert, so bie it

Er zijn ook mensen in Nederland die de luxe van ons klanksysteem nog niet ver genoeg vinden gaan. Die vinden dat we veel fonetischer zouden kunnen schrijven. En azdat dan regionale verschille oplefert, so bie it. Azzut ma enigsins begijpuk is.

Nou goed, dit was vooral in de jaren zeventig. Maar toch, het idee dat een letter en een klank met elkaar corresponderen, dat zit er bij de meeste mensen in geramd.

Dat idee gaat voorbij aan het gegeven dat vele klanken op vele manieren worden uitgesproken, en met elkaar worden vermengd. Zeg ik ‘Paulien’, dan is de l-klank redelijk licht. Zeg ik daarentegen ‘Paul’, dan eindigt die l ergens achter in mijn keel, het wordt een soort oe-klank. (Pauw en Witteman wordt derhalve, uit een soort hypercorrectie, bij veel mensen weer Paul en Witteman – ook omdat het natuurlijk heel onhandig is dat Witteman ‘Paul’ van z’n voornaam heet. Maar dat terzijde).

De laatste tijd heb ik veel nagedacht over de j-klank. („Wat is je hobby?” „Nadenken over de j-klank.” „O… ké…”)

Want kijk. De j-klank kan met vele andere klanken vermengd worden. Hiertoe zet je je mond in de j-stand, en tegelijkertijd spreek je een andere klank uit. Dat is niet weer te geven in schrift, dus zet ik ze even naast elkaar.

Neem de ‘jn’-klank, de ‘j’ en de ‘n’ vermengd dus. Zeg eens: „Ik kajn jniet.” Dit komt erg in de buurt van het plat Amsterdams. „Jnee, ik heb geejn si’jn om te wajndelojn.” (“Nee,ik heb geen zin om te wandelen.”)

Maakt de j-klank alles ordinair? Verre van.

Combineer hem eens met de r-klank. Ik heb het nu over de Gooise r, ook wel de Amerikaanse of de Kinderen-voor-kinderen-r genoemd. Deze r wordt alleen aan het einde van een lettergreep gebruikt. En zeg nu eens het woord ‘ojrnamentje’. Of: „Wij gaan elk jaajr naar de Côte d’Azujr, dat vinden wij heejrlijk.” Die j-klank maakt die hele zin kakkineuzer! Overigens komt de jr-klank natuurlijk ook weer voor in het plat-Leids, en dan is het weer niet bekakt. Het ligt er in dat geval maar aan hoe je je andere klanken uitspreekt.

Er moet nog veel uitgezocht worden over de j-klank. Maar uit deze eerste bevindingen wordt gelukkig wel al duidelijk dat het een mateloos fascinerend onderwerp is, waar ik nog vele middagen over na mag denken.