Booming Qatar bouwt niet voor bestaande vraag

Qatar gebruikt zijn recent verworven rijkdom om zich economisch, geopolitiek en op sportgebied te profileren. Scheefgroei dreigt. De emir hamert op het belang van ‘beheerste groei’.

Qatar, Brits protectoraat tot 1971, wordt tegenwoordig gerund als een multinational, waarvan de aandelen in handen zijn van de familie Al-Thani. Aan het hoofd staat sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani (59), die zijn vader, sjeik Khalifa bin Hamad al-Thani, in 1995 via een paleiscoup afzette. Drie jaar later sloten ze vrede.

Sindsdien gaat het, mede dankzij de oplopende olieprijs na de oorlog in Irak en de westerse boycot tegen Iran, economisch crescendo, al fluctueert de inflatie sterk. Er is geen werkloosheid, arbeidsmigranten die klaar zijn, krijgen hun paspoort terug en kunnen vertrekken.

Qatar gebruikt zijn recent verworven rijkdom om zich geopolitiek te profileren. Het bemiddelt actief in het conflict in Soedan, en tussen Israël en de Palestijnen. Ook tast het erkenning van het Internationaal Strafhof in Den Haag af – een stap die van de Arabische landen tot dusver alleen Jordanië heeft gewaagd.

Het land gaat er prat op de thuishaven te zijn van de nieuwszender Al-Jazeera, die openlijk partij koos voor opstandelingen tijdens recente oproeren in Tunesië, Egypte en Libië. Maar ze was veel zwijgzamer ten aanzien van het protest van de shi’itische meerderheid in Bahrein.

De emir van Qatar betaalt Al-Jazeera, Qatar is een naaste bondgenoot van Saoedi-Arabië, en Saoedi-Arabië ziet het protest in Bahrein om diverse redenen met lede ogen aan. Qatars regionale belangen gaan dan vóór persvrijheid.

Overigens is Al-Jazeera ook tamelijk zwijgzaam ten aanzien van democratische hervormingen in Qatar zelf. Het land is een absolute monarchie. Tot dusver zijn er alleen gemeenteraadsverkiezingen gehouden. In maart kondigde de emir ook verkiezingen voor een adviesraad aan „in de nabije toekomst”. Maar een datum is er nog niet.

Ook op sportgebied doet Qatar van zich spreken. Het organiseerde al de Aziatische Spelen (in 2006) en haalde afgelopen december tot veler verrassing het wereldkampioenschap voetbal in 2022 binnen. Daarvoor zijn acht nieuwe overdekte en airconditioned, maar CO2-neutrale stadions gepland. Begin dit jaar troefde Doha Noorwegen, Polen en Frankrijk af toen het WK zaalhandbal 2015 werd vergeven. In de categorie sport vallen ten slotte de 170 miljoen euro die Qatar betaalt om shirtsponsor van FC Barcelona te worden en de recente overname (70 procent) van de Franse profclub Paris Saint-Germain.

Daar blijft het niet bij. Alleen al vorig jaar beliepen Qatars directe investeringen in het buitenland 22 miljard dollar. Zo heeft het emiraat via vehikels als de Qatar Investment Authority (QIA) en zijn vastgoedtak Qatari Diar Real Estate belangen in meer dan twintig landen opgebouwd: in kantoren (Canay Wharf) en een warenhuis (Harrods) in Londen, in hotels (Singapore, Parijs, Cannes), in automakers (VW en Porsche), in banken (Brazilië en China) en een Amerikaans filmbedrijf (Miramax). Ook sprong Qatar het noodlijdende Griekenland bij, met 5 miljard euro.

Exponent van de Qatarese expansie is het staatsbedrijf Qatar Airways, in 1997 nog een onbeduidend maatschappijtje met vier vliegtuigen. Nu heeft het 94 toestellen die circa 100 bestemmingen aandoen. In april verwierf QA een belang van 33,7 procent in de Luxemburgse vrachtcarrier Cargolux, en met China Airways worden plannen uitgewerkt om Doha tot draaischijf tussen China en Afrika te promoveren.

Ook het binnenland deelt in de welvaart. Dat is goed te zien in de hoofdstad Doha. Nieuwe straten, nieuwe (grote) auto’s, nieuwe kantoren, ministeries, winkelcentra, hotels, een nieuw universiteitscomplex en een nieuw museum (voor islamitische kunst).

Die bouwkoorts is nog lang niet voorbij. In het oude centrum en in de zakenwijken Dafna en Onaiza, waar ook veel ambassades en consulaten zitten, wemelt het van hijskranen waaronder torenflats verrijzen die zelden minder dan veertig verdiepingen zullen tellen. Er is een metronet met 98 stations gepland. En in het noorden van de stad is de prestigieuze wijk Lusail City in aanbouw, dat niet alleen 200.000 inwoners moet gaan huisvesten, maar ook moet uitgroeien tot hét uitgaanscentrum van Qatar. Een gigantisch nieuw marmeren amfitheater wacht er al op bezoekers.

Want ook dát is goed te zien: hier wordt helemaal niet gebouwd voor een bestaande vraag. Veel staat leeg en hotelkamers zijn relatief goedkoop. Het zijn tekenen van overcapaciteit en scheefgroei die ook sjeik Hamad bin Khalifa al-Thani zorgen baren. In zijn ‘nationale visie 2030’ (uit oktober 2008) hamert hij op het belang van „beheerste groei” en „veelomvattende ontwikkeling”.

„Qatar staat op een tweesprong. De overvloedige rijkdom biedt mogelijkheden die eerder onvoorstelbaar waren, maar plaatst het land ook voor formidabele uitdagingen. Ze verplichten Qatar nu het beste ontwikkelingspad te kiezen dat aansluit bij de visie van zijn leiders en de aspiraties van zijn bevolking.”