Blote benen boven het Canal

Voor het eerst is er een oude meester vertegenwoordigd op de Biënnale van Venetië. Drie schilderijen van Tintoretto dienen als uitgangspunt voor een tentoonstelling over licht die nogal traditioneel is.

Geen stad ter wereld waar het licht zo magisch kan schijnen als in Venetië. Overdag is het licht er diffuus, ook als de zon hevig brandt. Dan is het net of er een filter voor je netvlies schuift, waardoor de omgeving er mooier en zachter uitziet dan je gewend bent. ’s Nachts wordt het er nooit helemaal donker. Dan lijkt het witte marmer van de paleizen en de kerken nog na te gloeien, en licht het water in de kanalen groenig op.

De zestiende-eeuwse schilder Jacopo Tintoretto (1518-1594) bracht zijn hele leven door in Venetië en wist dat magische licht als geen ander in zijn schilderijen te vangen. Dat zijn voorstellingen zo zinderend en dramatisch overkomen, heeft vooral met dat bovenaardse licht te maken. De gebouwen, maar ook de dieren en mensfiguren op zijn schilderijen stralen er op los. Boven hen pakken donkere wolken zich samen. Daar dondert en bliksemt het, zoals het alleen in Venetië kan donderen en bliksemen.

Geen gek idee dus van de Zwitserse curator Bice Curiger (62) om haar tentoonstelling Illuminations te openen met drie magnifieke Tintoretto’s. Het is voor het eerst dat op de hoofdtentoonstelling van de Biënnale van Venetië werk van een oude meester te zien is. Maar het is een mooi en helder statement. Omdat Tintoretto in zijn tijd al een tegendraads en experimenteel kunstenaar was en een voorbeeld voor vele kunstenaars na hem. Maar vooral ook omdat het vangen van licht sindsdien een van de belangrijkste drijfveren van schilders, beeldhouwers, fotografen en filmers is, zoals deze tentoonstelling wil laten zien.

Rondom de Tintoretto’s zijn modernere, maar toch ook alweer klassieke voorbeelden van lichtkunst te zien. Zoals Spazio elastico (1967) van de Italiaan Gianni Colombo, een soort matrix van fluorescerende touwen in een stikdonkere ruimte waar je als bezoeker tussendoor kan wandelen. Het werk was in 1968 ook al eens op de biënnale te zien en won daar toen de eerste prijs. Ook op het hedendaagse publiek maakt het kunstwerk nog altijd indruk. Vooral als de koorden door motortjes in beweging worden gezet, is het net of je in een uitdijend en weer inkrimpend universum staat.

Ook het werk van Colombo’s landgenoot Maurizio Cattelan is een herneming van een biënnaleklassieker. Voor Turisti uit 1997 installeerde Cattelan destijds tweehonderd opgezette duiven op de dakbalken van het internationale paviljoen. Nu heeft hij het werk uitgebreid tot meer dan tweeduizend duiven, waardoor het in sommige zalen letterlijk zwart ziet van de vogels. Recalcitrant zitten ze op de antiduifijzerdraadjes boven de ingang. Als schaduwfiguren kijken ze neer op de oplichtende Tintoretto’s.

Maar wat zou Cattelan met zijn werk bedoelen? Dat het aantal toeristen in Venetië de spuigaten uitloopt? Dat de Biënnale steeds meer een spektakel voor het massapubliek aan het worden is in plaats van een tweejaarlijkse ‘state of the art’? Of is het nog erger, en zegt hij met deze herhaling van zijn eigen werk eigenlijk dat iedere biënnale hetzelfde is?

Hoe dan ook is Illuminations door al die historische verwijzingen een nogal traditionele tentoonstelling geworden. Het is een expositie die meer terugkijkt dan vooruit blikt. En hoewel het merendeel van de deelnemende kunstenaars de veertig nog niet eens gepasseerd is, is het een expositie die handelt over klassieke thema’s als licht, vorm, compositie en materiaal. „De core business van de kunst”, noemt Bice Curiger dat in haar inleiding van de catalogus. Toch voel je gaandeweg de tentoonstelling, die met meer dan 10.000 vierkante meter in de Arsenale en de Giardini zich ook dit jaar weer eindeloos uitstrekt, steeds meer de behoefte aan nieuwe, prikkelende werken die iets zeggen over het hier en nu.

Want zelfs de kersverse werken van hedendaagse sterren als Pipilotti Rist en Urs Fischer grijpen terug op het verleden. Rist projecteert haar hallucinerende videobeelden nu op oude schilderijen van Venetiaanse meesters, waardoor de lucht boven het San Marcoplein opeens kitscherig roze kleurt, of blote meisjesbenen zweven boven het Canal Grande. Fischer maakte een levensgrote replica in was van Giovanni Bologna’s meesterlijke sculptuur De verkrachting van de Sabijnse vrouwen uit 1583 en stopte er een lont in, zodat het beeld gedurende de tentoonstelling als een druipkaars zal opbranden. In beide gevallen zijn het nogal platte en letterlijke vertalingen van het thema licht – leuk gevonden gimmicks die niet lang zullen beklijven.

Ook de blote hippies die in de tuinen achter de Arsenale dwarsfluit of gitaar spelen en houthakken, kunnen niet verbloemen dat Illuminations een wat brave en tamme tentoonstelling is geworden. De leden van het Weense collectief Gelitin – opgericht in 1978 – zijn voor hun installatie Some like it hot druk bezig lege flessen om te smelten in een glasoven. Als een glinsterende lavastroom golft het gesmolten glas het grasveld op, waar het publiek liggend op dekens toekijkt. Mensen beginnen spontaan te tongzoenen, of draaien een shagje. Onduidelijk is wat nog bij de performance hoort en wat niet.

Ongetwijfeld had het werk van Gelitin het rebelse sluitstuk van de tentoonstelling moeten vormen. Maar het herinnert vooral aan lang vervlogen tijden. Zoals veel op deze editie van de biënnale.

De Biënnale van Venetië duurt t/m 27 nov. Inl: www.labiennale.org