Aidslanden moeten nu zichzelf genezen

Medisch is grote vooruitgang geboekt in de dertigjarige strijd tegen HIV/aids. Op de VN aids-conferentie in New York gaat het er nu om geld te vinden en overeenstemming om snel te kunnen optreden.

„Wij zijn hier vandaag bijeen om een einde te maken aan aids”, zei Ban Ki-moon gisteren aan het begin van een grote aidsconferentie van de Verenigde Naties, dertig jaar nadat de ziekte werd ontdekt. Maar het optimisme van de VN-chef, gevoed door recente successen in het aidsonderzoek, gaat voorbij aan de verdeeldheid over de manier waarop aids bestreden moet worden en aan het gebrek aan geld om dat te doen.

Amerikaanse wetenschappers concludeerden vorige maand dat bij stellen waarvan de één HIV-positief is, de kans op besmetting van de ander met 96 procent daalt, door op tijd en trouw de juiste medicijnen te slikken. Michel Sidibé, hoofd van de VN-aidsorganisatie UNAIDS spreekt van een game changer. En volgens Rachel ter Horst van Artsen zonder Grenzen wordt zo de scheiding tussen preventie en behandeling deels opgeheven. „Door aidsremmers red je levens én verminder je het risico op besmetting van anderen”, zegt Ter Horst. „Behandeling is dus ook preventief . Er zijn tien miljoen mensen die dringend aidsremmers nodig hebben maar er geen toegang toe hebben. Als dit verandert, zullen HIV en aids radicaal verminderen.”

Uit een onderzoek van Bernhard Schwärtlander van UNAIDS, vorige week gepubliceerd in het het medische tijdschrift The Lancet, blijkt dat het aantal jaarlijkse aidsdoden nog voor 2020 gehalveerd kan worden. Voor 15 miljard euro per jaar zouden arme landen universele toegang kunnen krijgen tot HIV-preventie, behandeling en zorg.

Marijke Wijnroks, de Nederlandse aidsambassadeur bij de VN, is hoopvol. „Met gerichte interventies en extra geld zouden we de strijd tegen aids kunnen winnen”, zegt Wijnroks in een telefonisch interview vanuit New York. Maar ze plaatst ook kanttekeningen. „Levenslange medicatie zoals in het Amerikaanse onderzoek wordt gesuggereerd, is niet alleen duur, het is ook geen pretje en voor betrokkenen soms zeer zwaar.”

Maar het grootste probleem is volgens haar de verdeeldheid over de aanpak van aids. Zelfs binnen de Europese Unie is het moeilijk om consensus te bereiken. „Italië is bijvoorbeeld mordicus tegen het door Nederland gepraktiseerde beleid om schone naalden aan drugsgebruikers te geven.”

Dat heeft meer met het Italiaanse drugsbeleid te maken, dan met aidspreventie. En dat is bij aidsbeleid wel vaker het geval. Homo’s, prostituees en druggebruikers zijn belangrijke risicogroepen, maar in veel landen zijn die groepen moeilijk te benaderen. Bijvoorbeeld omdat homoseksualiteit en prostitutie verboden zijn, of omdat alles wat drugsgebruik zou kunnen stimuleren niet geaccepteerd wordt.

In Kenia vindt bijvoorbeeld een derde van alle aidsbesmettingen plaats bij homo’s en prostituees. „De Afrikaanse landen worden nu met hun neus op de feiten gedrukt”, zegt Wijnroks. „Programma’s die zich niet richten op de kwetsbare groepen zijn niet effectief. Afrikaanse landen moeten de voorhoede vormen in de strijd tegen aids. Wij kunnen als westerse landen die veranderingen niet uitvoeren.”

De mentaliteitsverandering moet dan wel in ontwikkelingslanden zelf plaatsvinden, het geld om het bijbehorende beleid uit te voeren zal uit de rijke landen moeten komen. Nu is daarvoor jaarlijks bijna 11 miljard euro beschikbaar. Er is dus, blijkt uit het onderzoek in de Lancet ‘maar’ iets meer dan 4 miljard euro extra nodig om de aidsepidemie te overwinnen.

Volgens UNAIDS-chef Sidibé is het de vraag of dit geld er komt. Twee van de drie aidspatiënten woont in Afrika, waar politiek, financieel en menselijk kapitaal om aids effectief te bestrijden schaars zijn. De Nigeriaanse President Goodluck Jonathan riep daarom gisteren op tot internationale solidariteit.

Maar westerse landen kampen met de gevolgen van de economische crisis. Ze zijn vooral bezig met bezuinigen. En dat doen ze ook op ontwikkelingshulp. Amerika en het Verenigd Koninkrijk zullen naar verwachting weliswaar meer gaan bijdragen, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat het door UNAIDS gevraagde budget bereikt gaat worden. Wijnroks ziet een rol voor opkomende economieën: „Landen als China en India zouden hun eigen aidsprogramma’s volledig kunnen gaan betalen.”

In ieder geval heeft Nederland besloten in de komende twee jaar het budget voor ontwikkelingssamenwerking terug te brengen van 0,8 naar 0,7 procent van het bruto binnenlands product. Toch noemt Wijnroks aidsbestrijding nog steeds „een prioriteit”. In 2011 draagt Nederland 54 miljoen euro bij aan het Global Fund. Maar dat is wel 26 miljoen euro minder dan twee jaar geleden.