96-jarige bekent een verzetsmoord uit 1946

Het slachtoffer werd verdacht van collaboratie, maar werd daarvan na zijn dood vrijgesproken.

Een 96-jarige vrouw uit Rotterdam heeft een onopgeloste moord bekend die zij in 1946 heeft gepleegd. Tien maanden na de bevrijding, op 1 maart 1946, heeft de vrouw de Leidse ingenieur Felix Guljé doodgeschoten. De dader is Atie Ridder-Visser, die onder de naam Karin in het verzet zat en lid was van de knokploeg van Marinus Post.

De vermoorde ingenieur werd door het verzet als collaborateur gezien. Hij zou zaken hebben gedaan met de bezetter, maar werd daar na zijn dood van vrijgesproken. Guljé had zich tijdens de oorlog juist ingezet voor onderduikers.

De moord zorgde destijds voor grote beroering. Guljé was een bekende persoonlijkheid, hij was landelijk voorzitter van de Algemene Katholieke Werkgevers Vereeniging. Het door de politie ingestelde onderzoek leverde geen resultaat op.

De zoon van de ingenieur, Eugène Guljé, was jarenlang op zoek naar de moordenaar. In 2007 verscheen hierover het boek Niet te Geloven. Het is nog onbekend waarom Atie Ridder-Visser de dood nu heeft bekend. De moord is verjaard, toch is de bekentenis naar het Openbaar Ministerie gestuurd. Dat liet weten de zaak vooral van historisch belang te vinden.

De Leidse burgemeester Lenferink legde gisteren een verklaring af: „Op vrijdag 1 maart 1946, omstreeks tien uur ’s avonds, wordt er aangebeld bij de woning van Felix Guljé aan de Van Slingelandtlaan 8 in Leiden. Het is guur weer, er valt natte sneeuw. Mevrouw Guljé doet open. Ze probeert het licht boven de voordeur aan te doen, maar dat werkt niet. Zij ziet een jonge vrouw staan die haar vraagt of haar man thuis is. Zij heeft een brief voor hem die zij persoonlijk wil afgeven. Mevrouw Guljé waarschuwt haar man en keert naar de huiskamer terug. Even later klinkt een schot.” (NRC)

Lees de volledige persverklaring op: gemeente.leiden.nl