VVD - niet nog meer op individu beknibbelen

Zorg is dus toch geen markt. Op een commerciële markt zou het overrompelende succes van het individuele zorgtegoed, de zogeheten pgb, aanleiding zijn voor gejuich en extra marketing. Hoe kunnen meer mensen meer gezondheidszorg consumeren met een persoonsgebonden budget?

Maar het VVD-CDA kabinet laat de markt links liggen en verwijst 90 procent van de huidige 130.000 pgb-klanten naar een paar grote collectieve zorgverzekeraars. Het rationele gedrag van burgers die informele zorg inwisselden voor met pgb betaalde zorg, is de overheid zwaar tegengevallen. De uitgaven voor pgb’s zijn sinds 2002 jaarlijks 23 procent gestegen, schrijft staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten aan de Tweede Kamer. Klinkt daar verontwaardiging? Van 414 miljoen naar 2,2 miljard euro. Ook is de pgb-regeling opmerkelijk fraudegevoelig.

Kennelijk wisten de burgers iets wat de ministeries van Volksgezondheid en Financiën niet wisten, zodat de overheid zich op de populariteit van haar eigen zorgproduct heeft verkeken. De financiële wereld is tot de orde geroepen omdat beslissers, beleggers en controleurs niet begrepen hoe de complexe producten werkten die de kredietcrisis veroorzaakten. Het gebrek aan inzicht in het pgb-succes in politiek Den Haag roept de vraag op of de overheid haar eigen innovaties begrijpt en of de pgb-vervangers de zorgkosten straks beter laten beheersen.

Maar wat betekent het opdoeken van het pgb voor twee andere individuele tegoeden: het persoonsgebonden pensioen en de zogeheten vitaliteitsregeling?

Het vitaliteitstegoed is een CDA-idee dat de vervanger wordt van het spaarloon (PvdA-idee) en de levensloop, ook een CDA-idee. Eigenlijk is de vitaliteitsregeling de authentieke versie van wat sociaal innovator Lans Bovenberg voor ogen had toen hij in 2005 met de levensloopregeling kwam. Die moest burgers individueel financieel een handje helpen tijdens het spitsuur van hun leven, voor sabbatical, eigen scholing of zorgverlof. Maar levensloop werd in de praktijk de reddingsboei om eerder te stoppen met werken. Dat niet meer, zegt het kabinet. Het regeerakkoord dicteert: „De regeling kan niet worden gebruikt voor vervroegd uittreden.” Het kabinet heft levensloop en spaarloon begrotingsneutraal op. Voor de vitaliteitsregeling is geen extra geld, er valt niets te bezuinigen, zodat de regeling er wel komt. Het kabinet kan niet alle politieke ideologie inleveren ten bate van de ideologie van begrotingsevenwicht.

De tweede persoonlijke variant is individueel pensioensparen. Pensioenen zijn sinds decennia collectieve regelingen: verplicht sparen bij pensioenfondsen die beheerd worden door werkgevers en vakbonden. De VVD wil al jaren dat werknemers individueel een grotere rol krijgen, zodat het collectieve basispensioen een maximum krijgt en mensen daarboven hun eigen pensioenspaarpot kunnen vullen. Huidig VVD-fractievoorzitter Stef Blok kon er altijd enthousiast over praten. Persoonlijk pensioensparen is praktische ideologie: met liberale beginselen én eigen verantwoordelijkheid levert individueel pensioensparen een bijdrage aan de betaalbaarheid van de vergrijzing. Met Henk Kamp als eerste VVD-minister op Sociale Zaken in drie generaties hebben de liberalen een droomkans met het pensioenakkoord. Meer persoonlijke armslag, niet beknibbelen op het individu.

Er is één hobbel. Nederlanders sparen graag en veel, zeker met een fiscaal voordeeltje. Na het pgb-echec moet het kabinet wel weten wat de gevolgen zijn voor de begroting van een nieuwe hit.

MENNO TAMMINGA