Vrienden

Afgelopen maandag waren mijn vrouw en ik te eten gevraagd  bij Jelena en Misja. Jelena is een fan van mijn vrouw en had haar gevraagd wat liederen van Mozart en Barbara te komen zingen. Er zou ook een jonge Russische pianist aanwezig zijn, die Schubert, Prokofjev, Debussy en Minotti zou vertolken. Genoeg ingrediënten voor een mooie avond dus.

Jelena en Misja, die beiden vertaler Japans zijn en goed verdienen, wonen in een klein appartement in de nieuwe - achtste- wolkenkrabber, die onder burgemeester Loezjkov aan de Slavjanski Boulevard is gebouwd. Vijfenveertig verdiepingen, met torens die op potloden lijken. Hun buren zijn Doemaleden (met lijfwachten), schatrijke Tsjetsjenen (met lijfwachten) en iets minder rijke politieambtenaren (met eigen wapens). Toen we het gebouw binnengingen, kwamen we in de centrale hal, waar dezelfde sfeer hing als in sommige van de zeven zusters, de torenflats die na afloop van de Tweede Wereldoorlog in opdracht van Stalin in Moskou werden neergezet door Duitse krijgsgevangenen. Er was een door meerdere conciërges bemande receptie, waar de post in ontvangst wordt genomen en bezoekers wantrouwend wordt gevraagd  wat ze komen doen, een stomerij en een kruideniertje. Ondanks de recente datum van oplevering ademde het geheel de sfeer van de jaren vijftig uit.

Toen Misja tijdens de Japanse maaltijd over de politiek en de corruptie begon en ik opmerkte dat hij daar als vertaler toch weinig last van had, antwoordde hij dat het tegendeel waar was: ,,Boven mij woont een van de vervolgers van Sergej Magnitski, die van het belastinggeld dat hij van Hermitage Capital heeft gestolen een enorm appartement van 2 miljoen dollar heeft gekocht. Zogenaamd voor zijn moeder, maar hij woont er zelf.  Ik kom hem dagelijks in de lift tegen. Als hij me ooit vraagt wat voor werk ik doe, zeg ik hem dat ik in dienst ben bij Firestone Duncan.” Hij doelde daarmee op het advocatenbureau waar Magnitski werkte, voordat hij door de politie valselijk van fraude werd beschuldigd, omdat hij geen belastende verklaringen tegen zijn werkgever wilde afleggen. Magnitski stierf aan - al dan niet opzettelijke - medische verwaarlozing in de gevangenis.

Tussen de gangen door werd uitvoerig gemusiceerd. De pianist, de 23-jarige Sergej, was speciaal voor deze avond uit Vladimir overgekomen, een busreis van zo’n vier uur. Hij genoot zichtbaar van zijn eigen spel en wist als weinig andere jonge Russische pianisten de transparantie van de muziek van Mozart en Bach weer te geven.

En toen begon het zingen. Solo en in duetten. Buiten ging de zon onder, die Moskou in een romantische gloed zette. Muziek verenigt alle zielen, bleek maar weer eens. Als toegift kregen we een optreden van Grisja, die op zijn gitaar het Wohltemperierte Klavier van Bach speelde. En zo zaten we tot laat in de avond te luisteren, te musiceren, te eten en te kletsen en werden nieuwe vriendschappen voor het leven gesloten.