Uitbundige Patti Smith op haar hoogtepunt

Patti Smith Gehoord: 7/6 De Duif, Amsterdam. Herhaling: 8/6 aldaar. *****

Patti Smith hoefde gisteravond slechts het podium op te komen en het publiek stond juichend op. In de Amsterdamse kerk De Duif gaf Smith met haar vier bandleden een akoestisch concert, dat ondanks de zachtaardige stijl soms de vervoering van een rockconcert had.

Op een ondergrond van doorgewinterde muzikaliteit golfde Smiths stem ruig, lieflijk of bezwerend, door de zaal. Er was geen nieuw werk, maar dat maakte niet uit.

Bij Smith (64) lijkt het alsof ze de liedjes zojuist bedacht heeft: zoals de zich in tien minuten ontvouwende geschiedenis van ‘Birdland’ (1975), het punkgevoel van ‘Rock ‘n’ Roll Nigga’ (1978), de eenvoud van opener ‘Grateful’ (2000).

Patti Smith, omringd door muzikanten van alle leeftijden, waaronder haar aloude gitarist Lenny Kaye, liet al haar kanten zien: van zangeres maar ook van spoken word-dichter; van vrolijke causeur (over haar liefde voor Van Leeuwenhoek, dankzij wie ze tenslotte een bril had); als rock-zanger in de cover ‘Wild Thing’.

En bovendien als vrouw met een geschiedenis: ze bezong de dierbare doden in ‘People Who Died’, van wijlen Jim Carroll.

Het nummer eindigde in een opsomming van overledenen (onder meer jeugdliefde Robert Mapplethorpe, en echtgenoot Fred ‘Sonic’ Smith), waarna ze, met gebalde vuisten, opriep tot levenslust: „They’re dead, but we’re alive”.

Patti Smith is sinds vorig jaar ook prijswinnend auteur, van het indrukwekkende boek met memoires Just Kids. Als zangeres is ze – wijs, uitbundig, grappig, opruiend, bizar, furieus, waardig, stoer – op haar hoogtepunt.