Teleurstelling - maar ook opluchting

Historici reageren teleurgesteld op het nieuws dat het Nationaal Historisch Museum definitief niet doorgaat, nu staatssecretaris Zijlstra (Cultuur, VVD) heeft besloten geen subsidie meer te besteden aan het museum in opbouw. Het Nationaal Historisch Museum (NHM) had de plek moeten worden waar Nederlanders historische kennis konden opdoen over hun land.

Jarenlang is gesteggeld over de plek en de laatste tijd vooral ook over de kosten van zo’n museum. Zijlstra liet de directie gisteren weten dat hij de subsidie (6 mln. per jaar) volgend jaar stopzet. Initiatief voor het museum lag in 2006 bij toenmalig SP-frac tieleider Jan Marijnissen. Hij was niet bereikbaar voor commentaar.

Hans Blom, emeritus hoogleraar Nederlandse geschiedenis, is „nogal verontwaardigd”. „Het is een verlies en het is procedureel idioot. Niet zo lang geleden heeft het parlement met overgrote meerderheid besloten dat er een nationaal historisch museum moest komen. Ik vind dat het parlement zich dat niet moet laten afpakken. Juist het NHM slaagt erin groepen te bereiken die je op de traditionele manier niet bereikt.”

Historicus Cees Fasseur, net als Blom een van de vijftien ondertekenaars van de brief waarin begin mei werd opgeroepen het museum onder te brengen in Paleis Soestdijk, vindt het „jammer” dat de subsidie wordt geschrapt. „Zeker in combinatie met Paleis Soestdijk was het een interessante gedachte. Dat paleis moet toch gerestaureerd worden en het museum had er deels onder de grond gekund. Terecht was er verzet tegen de keuze van Plasterk [oud-minister van Cultuur, red.] om het museum in Arnhem te bouwen. En dat er 50 miljoen voor werd uitgetrokken, dat kan niet in deze tijd van bezuinigingen, dus ik begreep wel dat het museum moest verhuizen.” Eind vorig jaar besloot Zijlstra dat het museum geen eigen gebouw kreeg in Arnhem en bespaarde daarmee 50 miljoen.

Frits van Oostrom, lid van de Raad van Toezicht van het Nationaal Historisch Museum wil de bezuinigingsbrief van Zijlstra afwachten voordat hij een definitieve reactie geeft. „Ik zou het betreuren als het niet doorgaat, het is verdrietig. Ik heb een hele geschiedenis met het museum. Maar ik ben niet de grote verliezer in het verhaal.”

Een historicus die niet treurt is Maarten van Rossem. „Het museum was een volstrekt overbodig initiatief dat voortkwam uit de nutteloze discussie over identiteit. Het Nederlands verleden is overal, daar hoef je niet voor naar een museum.” En een museum in Paleis Soestdijk, „daar heb ik hard om gelachen; die halfgare suikertaart in Soest.”

Tweede Kamerlid Ronald Plasterk (PvdA) daarentegen noemt het een fout en kortzichtig besluit om de subsidie te stoppen. Als minister van Cultuur was hij betrokken bij het opzetten van het NHM. „We zouden er een museum van maken waar de schooljeugd de geschiedenis zou leren kennen. Ontzettend zonde dat dit als onderdeel van een extreem pakket maatregelen niet doorgaat. Nu zijn we het enige land in de wijde omtrek zonder nationaal historisch museum.”

Op de vraag wat er, terugkijkend, anders had gemoeten, zegt Plasterk: „Toen directie en raad van toezicht én Arnhem zeiden dat het museum beter kon worden ondergebracht in een leegstaand gebouw, hadden we dat moeten doen. De Tweede Kamer heeft dat tegengehouden. Als ze dat niet had gedaan, had het museum er nu gestaan.” De keuze voor Soestdijk was volgens hem niet ideaal, maar had wel meteen een ander probleem opgelost: wat doe je met het paleis? „Je wilt er tenslotte geen BMW-showroom van maken.”

Minder teleurgesteld reageert de Raad voor Cultuur, die onlangs adviseerde het NHM onder te brengen bij het Rijksmuseum. „De raad vindt het belangrijk dat er aandacht is voor de nationale geschiedenis in museaal verband, maar dat hoeft niet in de vorm van een apart museum”, is de reactie nu.

Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum, zegt over het einde van het NHM: „Het is voor ons extra reden om het belang van geschiedenis nog duidelijker over het voetlicht te brengen.” Dat geldt volgens hem voor alle musea met een historische missie. Hij wijst op het initiatief uit 2003 van zijn museum, het Museum voor Oudheden in Leiden, Paleis het Loo, het Zuiderzee Museum, het Museum Catharijneconvent en het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem, die als nationaal historische musea samen wilden optrekken.

Kamerlid Bart de Liefde (VVD), woordvoerder cultuur van zijn fractie, wil niet reageren totdat de brief van Zijlstra met de bezuinigingsplannen vrijdag bekend wordt. Ook Zijlstra zelf wil dan pas reageren.