Passie, maar uiterst beschaafd

Flamenco, flamenco. Regie: Carlos Saura. Met: Sara Baras, José Miguel Carmona, Montse Cortés. In: 6 bioscopen. ***

De Spaanse filmmaker Carlos Saura keert met de sobere muziekfilm Flamenco, flamenco terug naar een van zijn grootste liefdes: de dans- en muziektraditie van zijn land. Beroemd zijn zijn films Carmen (1983) en Flamenco (1995) waarin hij al eerder de camera richtte op klappende handen, stampende voeten en wervelende rokken. Ditmaal heeft hij niet eens een verhaal nodig om de dansers, muzikanten en zangers over het voetlicht te brengen. Hij transformeerde het voormalige treinstation aan de Plaza de Armas in Sevilla tot een gigantisch podium – met als achtergrond van reproducties van meer en minder beroemde schilderijen, vaak met een flamencothema – de artiesten hun muziekstukken mogen vertolken.

Om toch een structuur aan te brengen, rangschikte Saura, die zijn passie voor muziek al vroeg meekreeg van zijn moeder, die pianist was, de stukken volgens het ritme van de levensweg. Van geboorte naar dood, belicht alsof die cyclus zich binnen een etmaal afspeelt, voeren de liederen en composities je langs grote passies en zware emoties. Een film voor hardcore liefhebbers van deze muzieksoort.

Maar niet voor diegenen die in Sevilla wel eens de brug naar Triana zijn overgestoken en in een van de obscure bars de gitanos de echte rauwe, volkse, aardse flamenco waar niets beschaafds meer aan is hebben horen uitvoeren. Daarmee vergeleken is Saura’s film met zijn strakke concept toch net iets te gepolijst en opgepoetst.