Oude geschiedenis, nieuwe tijd

De jaren nul van de 21ste eeuw waren in Nederland de jaren van het herboren vaderlands patriottisme. Indachtig het waargenomen ‘multiculturele drama’ en aangespoord door het succes van wijlen Pim Fortuyn ging Nederland zonder schaamte op zoek naar zijn canon.

Die periode lijkt nu voorbij. Gisteren viel het doek voor twee instellingen die bij uitstek de pretentie hadden vaderlandse eigenheid uit te dragen: de Nederlandstalige uitzendingen van Radio Nederland Wereldomroep (RNW) en het Nationaal Historisch Museum (NHM).

Het museum kreeg te horen dat de subsidie stopt. De wereldomroep besloot te bezuinigen door alleen nog programma’s in vreemde talen uit te zenden. RNW en NHM zijn niet hetzelfde. De wereldomroep heeft een traditie van bijna 85 jaar achter de rug. Het museum moest een traditie scheppen. Maar de coïncidentie dat beide op één dag een historische poot opheffen of ophouden te bestaan, is opmerkelijk.

Dat het NHM geen levenskansen meer krijgt, lag in de lijn der verwachting. Het uitgangspunt en zeker de uitvoering ervan waren vanaf het begin op een dood spoor beland. Het idee was logisch. Elke serieuze natie heeft zo’n museum. Duitsland heeft er zelfs twee: het progressievere Haus der Geschichte in Bonn en het wat traditionelere Deutsches Historisches Museum in Berlijn. Maar het ging al mis bij het aanwijzen van een locatie. Vanaf dat moment verzoop het idee in de polder. In die zin is het lot van het NHM een fraaie illustratie van de Nederlandse geschiedenis.

De inkrimping van RNW is ook geen verrassing. De Wereldomroep ligt al een decennium onder vuur als zender van de jaren zeventig, toen het ‘gidsland’ met het ‘politiek correcte’ vingertje zou zijn gaan wijzen.

Onder druk van bezuinigingen heeft RNW gekozen voor een gedurfd plan. Om in een wereld vol censuur vrije radio te behouden, schaft ze af waarmee alles in 1927 is begonnen: uitzenden in het Nederlands.

Voor gedoogpartner PVV is dit mogelijk een provocatie. Maar het is inderdaad zinvoller de ‘Dutch values’ in het Engels, Chinees, Spaans of Arabisch te verspreiden dan in het Nederlands. Nederlanders in den vreemde, die willen weten wat voor weer het thuis is, luisteren amper naar de korte golf. Die gebruiken internet of satelliettelevisie.

Maar de realiteitszin, die de regering aan de dag legt bij het museum en de Wereldomroep in eigen huis, moet niet doorslaan. De vaderlandse geschiedenis blijft een speciale plaats verdienen, bijvoorbeeld in het Rijksmuseum in Amsterdam. En de Nederlandse taal heeft in eigen land eerder meer dan minder steun nodig. Uit angst dat de globalisering aan ons voorbijgaat, bestaat de neiging om zoveel mogelijk in het Engels te doen. Zeker in het hoger onderwijs. Dat is niet altijd goed. Liever een goed college in goed Nederlands dan een goed college in slecht Engels.