Oppositie went er niet aan dat het menens is met dit kabinet

Eerst duurde de euforie een paar uur. Dat was op de verkiezingsavond, een jaar terug. De PvdA had gewonnen en Cohen werd uiteraard premier.

Het liep net iets anders, maar dat verhinderde de linkse goegemeente niet om het over een „bruin kabinet” te hebben, met een bewuste verwijzing naar Hitlers vazallen. Een onsmakelijke periode, die gelukkig niet heel erg lang duurde: inmiddels trekken PvdA en PVV vrolijk samen op tégen steun aan Griekenland (de facto steun aan ons eigen pensioenstelsel) en vóór het terugvorderen van bonussen met terugwerkende kracht, desnoods tegen juridisch vastgelegde contracten in. De wegen van strateeg Ronald Plasterk zijn ondoorgrondelijk. Maar van de rest van de PvdA, inclusief kennelijk Job Cohen, krijgt hij alle ruimte.

Na die verkiezingen duurde het een jaar. Een jaar waarin eerst de formatie over rechts mislukken zou en de PvdA weer vol in beeld zou komen. Een jaar waarin het kabinet dat er dan toch kwam, over de eigen benen zou struikelen voor het goed en wel het bordes van Huis ten Bosch verlaten had. Een jaar tenslotte waarin de Eerste Kamer als oude, machtige leeuw aan het brullen zou slaan en het kabinet zou kraken en piepen.

Dit alles werd gebracht met een kracht, dictie en inzet die bijna zouden doen vermoeden dat de brengers van de boodschap het ook werkelijk zelf geloofden.

Maar ook Jolande Sap, Emile Roemer, Job Cohen en Alexander Pechtold konden zien en ruiken dat de ChristenUnie en André Rouvoet worstelden met hun rol na het laatste kabinet-Balkenende. En ook dat dat gevolgen zou hebben voor de opstelling van deze partij in niet alleen de Tweede, maar ook de Eerste Kamer.

Het is werkelijk jammer dat in doorsnee de parlementaire pers zo kritiekloos achter de bakerpraatjes van lepe, oppositionele spindoctors aanloopt. Al dat geschetter over de SGP en die éne cruciale zetel komt in een ander daglicht te staan als je naar de feiten kijkt. De positie van het kabinet is namelijk fiks versterkt. In de nieuwe Eerste Kamer is geen meerderheid van partijen die a priori op de val van het kabinet uit is, terwijl dat tot voor twee weken terug wel zo was. Dat cruciale feit heb ik weinig in de berichtgeving aangetroffen.

Dat de kiezer vaak wijzer is dan journalisten en nogal wat beroepspolitici, bewezen de peilingen. Eerst stelde Maurice de Hond vast dat tweederde van de kiezers meende dat het kabinet-Rutte voor eind 2012 zou vallen. Na de nieuwe Eerste Kamer denkt nog slechts ruim eenderde van hen dat.

Het zijn slechts peilingen, ik weet het. En die gaan ongetwijfeld ook nog fors omlaag als er gebeuren gaat wat er nu te gebeuren staat. Dat namelijk de wetgevingsmachine rap op stoom zal komen. Wetten gaan over uiterst concrete dingen. Zo wordt er ingegrepen als het gebruik van het persoonsgebonden budget gierend uit de klauwen loopt. Dat geldt bepaald voor meer. Alleen al bij onderwijs (mijn portefeuille) worden nog voor de zomervakantie drie uiterst concrete actieplannen van het kabinet besproken. En ze zullen worden goedgekeurd ook, voorspel ik. Ze bevatten concrete afspraken en bijbehorende deadlines om het onderwijs beter te laten presteren. Ik merk aan nogal wat bewindslieden dat ze klaarstaan om nu werkelijk aan de slag te gaan, vaak nadat ze zich doodgeschrokken waren van hetgeen ze in hun departementale boedel hadden aangetroffen.

De oppositie kan nog zo hard schreeuwen (en Pechtold blaast met regelmaat de longen leeg; ook hier maar eens kijken hoe lang zijn kiezers dat verongelijkte toontje blijven pruimen) – de buitenwereld ziet echt wel in dat dat voornamelijk komt omdat het menens is met dit kabinet.

Ton Elias is Tweede Kamerlid voor de VVD. Hij schrijft deze column om beurten met Jolande Sap (GroenLinks) en Martin Bosma (PVV).