Obama vraagt Merkel meer leiderschap

Na een hartelijke ontvangst kreeg Merkel in Washington een duidelijke boodschap mee: Duitsland moet meer leiding geven in de eurocrisis, te beginnen in Griekenland.

Bondskanselier Angela Merkel heeft gisteren in Washington van president Barack Obama de vrijheidsmedaille gekregen, de hoogste Amerikaanse onderscheiding.

Na dit eervolle gebaar volgde meteen de rekening. Obama eist van Merkel dat ze meer leiding geeft bij de crisis in de eurozone. De Bondsrepubliek, zei hij, „is daarbij een sleutelland. Ik vertrouw erop dat onder Duitse leiding (…) weer groei in Griekenland mogelijk is.”

Duitsland is belangrijker dan het op dit moment doet, schreef de Duitse commentator Josef Joffe eergisteren. Het heeft zich gedrukt voor deelname aan de militaire actie tegen Libië en worstelt met zijn rol als economische en politieke grootmacht in Europa. „Berlijn heeft een vacuüm geschapen en dat is niet onopgemerkt gebleven. In de internationale politiek wordt dat als teken van zwakte opgevat”, zegt een oud-diplomaat, die jarenlang een hoge functie bekleedde op het Auswärtiges Amt, het ministerie van Buitenlandse Zaken in Berlijn.

Luchtledigheid in de internationale machtspolitiek, zeker van een groot land, roept reacties op. De Verenigde Staten eisen inzake de Arabische revolutie „duidelijke steun” van Berlijn. In een interview met Der Tagesspiegel zei Obama voorafgaand aan Merkels bezoek: „Ik verheug me op een discussie met de kanselier; hoe we gemeenschappelijk nog meer kunnen doen om effectiever op de veranderingen in de regio te reageren. Inclusief Libië.” Dat is diplomatiek jargon voor: Duitsland doet te weinig en dient zich bondgenootschappelijk scherper te profileren.

De Duitse buitenlandse politiek wordt al sedert het begin van Merkels tweede kabinet, een coalitie met de liberalen, gedicteerd door binnenlands-politieke thema’s. Bovendien zit er op het departement van Buitenlandse Zaken een bewindsman die tandeloos is gemaakt door z’n eigen partij en die er niet in slaagt om gezag te verwerven op de internationale bühne: Guido Westerwelle.

Na dramatische regionale verkiezingsresultaten is Westerwelle zijn voorzitterschap van de liberale FDP kwijtgeraakt en daarmee tegelijk z’n functie als vicekanselier. Het inhoudelijke verschil met zijn voorganger, de sociaal-democraat Frank-Walter Steinmeier, en met de ooit zeer gerespecteerde Duitse minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher wordt steeds groter.

Merkel is degene die richting geeft aan de buitenlandse koers van Duitsland. Maar de laatste maanden lijkt ze haar kompas kwijt. Ze aarzelt met het nemen van belangrijke beslissingen en lijkt zich – nog meer dan voorheen – te laten leiden door de stemming onder de Duitsers.

Haar zigzagkoers met de kernenergie wordt door het buitenland met een mengeling van verbazing en onbegrip gevolgd. Haar aanvankelijke getreuzel met de redding van de euro is afgedaan als een tactische spelletje met het oog op regionale verkiezingen. En nog steeds zet ze haar Europese bevlogenheid in woord slechts aarzelend en met grote terughoudendheid om in daad.

„Duitsland draagt als grootste economie van Europa geen visie uit op de toekomst van de Europese Unie. Ik ben ervan overtuigd dat Merkel die wel heeft, maar ze laat het te weinig zien. Ze komt met haar buitenlands beleid over als iemand die wordt opgejaagd door de Duitse publieke opinie, die steeds een wisselende mening heeft en daardoor conceptloos blijft ”, zegt de eerder aangehaalde oud-diplomaat.

Symptomatisch voor de internationaal zwakke rol van Duitsland is het feit dat Berlijn niemand voor de prestigieuze posten van president van de Europese Centrale Bank (ECB) en, later, van het Internationaal Monetair Fonds naar voren heeft kunnen schuiven. Merkels voorkeur voor ECB-president, Axel Weber van de Bundesbank, haakte onverwachts af. Waarom is onbekend. Berlijn stond te kijk; de Italianen lijken nu met de eer te gaan strijken. Bij de opvolging van IMF-chef Dominique Strauss-Kahn heeft de bondskanselier niet eens een poging gedaan om een Duitser voor te dragen. Er waren gewoon geen geschikte kandidaten meer.

De naoorlogse buitenlandse politiek van de Bondsrepubliek is decennialang bepaald door politieke terughoudendheid, het best verwoord door oud-bondskanselier Helmut Schmidt: „We mogen op geen enkele manier ook maar de indruk wekken dat Duitsland door zijn grote en sterke economie de leiding van de Europese Unie nastreeft.” Anders gezegd: van een Duits dictaat mag na de ervaringen in de Tweede Wereldoorlog nooit meer sprake zijn.

Maar de tijden zijn veranderd. Economie en politiek zijn in elkaar opgegaan. Een economische grootmacht als Duitsland mag zich volgens commentator Josef Joffe niet „vrijwillig en tot verwondering van onze vrienden in een politieke dwergenrol” laten manoeuvreren.

Obama heeft Merkel onthaald op een diner à deux in restaurant ‘1789’ in de oude Washingtonse wijk Georgetown – de assistenten zaten aan een bijtafeltje. Het is een eer die lang niet iedere gast te beurt valt. Maar ondanks deze hartelijke ontvangst heeft Obama Merkel in niet mis te verstane woorden aangesproken op het Duitse leiderschap. Wie groot is, moet groot handelen. De bondskanselier kan thuis met haar vrijheidsmedaille pronken, maar zal na de presidentiële aansporing tegelijk van zich moeten laten horen.

De eerste signalen dat Obama’s boodschap is aangekomen, zijn inmiddels waar te nemen. Gisteren lekte een brief van Merkels minister van Financiën uit, Wolfgang Schäuble, een voorzichtig man die niet zal handelen zonder politieke afstemming met zijn chef. Hij waarschuwt dringend voor een staatsbankroet van Griekenland en eist deelname van de privébanken aan de kosten van een Griekse redding. Duitsland toont eindelijk een beetje leiderschap.