Nu het geld kost, is de EU wél welkom

Over ‘Europa’ wordt graag en veel geklaagd.

Maar bij crises, zoals nu rond de EHEC-bacterie, verwacht iedereen dat ‘Brussel’ financieel bijspringt.

Europa is bemoeizuchtig, Europa beperkt onze soevereiniteit, Europa is duur. In tijden van opkomend populisme lijken we steeds minder ‘Brussel’ te willen. Eurosceptische partijen winnen stemmen, Noord geeft af op Zuid en vice versa.

Maar grensoverschrijdende problemen blijven bestaan. En soms verschijnen ze onverwacht – zoals de dodelijke EHEC-bacterie. Nu groententelers van Spanje tot Nederland zwaar worden getroffen, terwijl Duitsland maar niet kan achterhalen wat de besmettingsbron van de darmbacterie is, klinkt er opeens, van Noord tot Zuid, de roep om méér Europa. Europa moet meer geld beschikbaar stellen voor de telers. En Europa moet de aanpak van dit soort gezondheidscrises beter coördineren.

De Spaanse minister van Landbouw, Rosa Aguilar, is vooral boos op Duitsland, dat vorige week ten onrechte suggereerde dat Spaanse telers de bron waren van de EHEC-bacterie. Maar ze neemt haar woede mee naar heel Europa. In Luxemburg hielden de 27 EU-landbouwministers gisteren een spoedvergadering over de EHEC-crisis en Spanje eiste daar „honderd procent compensatie”. Madrid wil dat geld ‘terug’ krijgen – via de Europese Unie (EU).

Daarmee is de EHEC-crisis niet langer een Spaans-Duitse woordenwisseling, maar een politieke en financiële kwestie voor de EU. De Europese Commissie deed gisteren in Luxemburg een voorstel voor een noodfonds. Brussel zal groenten als komkommers en paprika’s gaan opkopen die boeren en telers niet kwijt kunnen op de markt. Want in crises willen EU-lidstaten dat ‘Brussel’ bijspringt – ook landen die vaak sceptisch zijn over EU-inmenging. Spanje en Nederland trekken samen op voor EHEC-compensatie.

Voor Nederland is het landbouwbeleid een Europese zaak, en dus moet de compensatie van de agrarische sector dat ook zijn, zegt een woordvoerder van staatssecretaris Bleker (Landbouw). Nederland gaat ervan uit dat een dergelijke opkoopregeling „uit bestaande middelen” kan worden betaald en dat de EU-begroting dus niet omhoog moet.

Een wettelijke basis voor een opkoopregeling bestaat nog niet in de Europese regelgeving. Daarin is wel compensatie voor onder meer melkveehouders en veetelers voorzien, maar niet voor groententelers. De Commissie werkt nu in alle haast aan uitbreiding van deze regels.

Zo leidt de EHEC-bacterie, zoals menige voedsel- en gezondheidscrisis in het verleden, tot méér activiteit van de Europese Unie. De oprichting in 2002 van Europese Voedselveiligheidsautoriteit was een gevolg van voedselcrises in de jaren negentig, waaronder de gekkekoeiencrisis. Lidstaten reageerden op die crisis door elk hun eigen markt af te sluiten, wat grote economische schade veroorzaakte.

De SARS-uitbraak van 2003 resulteerde in 2005 in de oprichting van het Europees Centrum voor Ziektepreventie en -bestrijding. Dit centrum adviseerde lidstaten in 2009 in de bestrijding van het Mexicaanse griepvirus H1N1. Maar toen werd duidelijk dat landen heel verschillend omgingen met de vaccinatie tegen de griep. Gezondheidszorg blijft een bevoegdheid van nationale staten, maar de toenmalige Belgische EU-voorzitter concludeerde dat er „meer coördinatie” nodig was.

Hetzelfde patroon is zichtbaar bij andere grensoverschrijdende problemen, zoals bij de eurocrisis. In principe willen EU-lidstaten zoveel mogelijk soevereiniteit behouden. Maar als antwoord op de eurocrisis kwam er het ‘pact voor de euro’, waarin verregaande coördinatie van fiscaal en sociaal beleid tussen lidstaten is vastgelegd. Met gemeenschappelijke regels willen landen besmettingsgevaar voorkomen: besmetting met EHEC én besmetting met elkaars schulden.

Ook nu klinkt weer de roep om een grotere rol van ‘Brussel’. Het kan niet zo zijn, zegt Spanje, dat Duitsland roept dat een bacterie uit Spanje komt en dat Brussel die boodschap zomaar overneemt. Dat was wat er vorige week gebeurde. Dat moet anders, vindt Spanje. Minister van Gezondheid Leire Pajin maakte deze week duidelijk dat de Commissie zelf de gegevens die ze van lidstaten krijgt, moet verifiëren. „Het waarschuwingssysteem voor voedsel van de EU moet worden verbeterd en versterkt”, aldus Pajin. De Commissie lijkt te luisteren naar de kritiek. Eurocommissaris John Dalli (Gezondheid) zegt het waarschuwingssysteem tegen het licht te zullen houden. Met als waarschijnlijke conclusie: meer EU-toezicht.