Niets te verbergen

Apple introduceerde maandag iCloud. Een dienst die het mogelijk maakt om foto’s, e-mails en documenten eenvoudig bereikbaar te maken op al je gadgets. Zoals meer Apple-zeloten zat ik kwijlend en klappend voor m’n laptop terwijl de Hogepriester van alles Glimmend, Steve Jobs, de dienst presenteerde.

Met iCloud staan je bestanden niet meer fysiek op je laptop of telefoon, maar op de servers van Apple. Jobs heeft straks al mijn privéfoto’s en (liefdes)brieven op zijn servers.

Wéér een bedrijf dat meer weet over wat ik doe dan m’n eigen moeder. Facebook houdt al sinds 2006 minutieus bij wie m’n vrienden zijn en wat ik leuk vind. Google heeft m’n hele mailbox en – bij vlagen ongetwijfeld bizarre – zoekgeschiedenis. En zonder dat ik er moeite voor hoef te doen, houdt de overheid ook allerlei gegevens over me bij in honderden databases.

Op momenten waarop ik zin heb om een gemoedelijke avond met vrienden danig te verpesten, vraag ik aan ze of ze al dat gedatabase door overheden en bedrijven eigenlijk geen eng idee vinden. Het antwoord is altijd hetzelfde: „Ik heb niets te verbergen.” En vanaf dat moment hebben we ruzie.

Want, wie heeft er nou niets te verbergen? Alleen mensen met een onwaarschijnlijk saai leven. „Heb je ook geen gordijnen?” sputter ik dan, „en mag ik je bankafschriften van het laatste jaar nu zien?” Nadat ik een tijdje later beschuldigd ben van luddisme, en het te grabbel gooien van onze nationale veiligheid, eindig ik de avond ofwel met „Hitler zou anders heel blij geweest zijn met zoveel databases!” of met „als je niets te verbergen hebt, trek dan nu maar je broek naar beneden!” (afhankelijk van het gezelschap).

Het zijn weinig productieve discussies. Maar sinds ik het boek Nothing to hide las, begrijp ik waarom. Het boek, van Daniel J. Solove, professor in de rechten aan George Washington University, zet op een begrijpelijke manier uiteen waarom de privacydiscussie tot nu toe weinig impact op de meeste mensen heeft.

Solove’s belangrijkste punt: het niets-te-verbergen-argument houdt zich alleen bezig met een klein deel van privacy: het recht om je geheimen te verbergen. Maar privacy gaat over veel meer. Het beschermt je tegen fouten die overheden en bedrijven maken met het opslaan van gegevens. Het beschermt je tegen onterechte verdachtmakingen en uitsluiting. En nog veel meer.

„Ik heb niets te verbergen” is geen antwoord, als je privacy begrijpt in de volle betekenis van het woord. En hoe meer iClouds van bedrijven en overheid erbij komen, hoe belangrijker het wordt dat er een échte discussie gevoerd wordt over privacy –- zonder het ik-heb-niets-te-verbergen-gelul.