Mijn kop moest leeg

Pieter-Jan Postma is terug en doet alles nu op zijn manier, zonder hulp van de zeilbond. Hij is genomineerd voor de olympische regatta van Londen 2012.

Van zijn kamer naar de toiletten is het bijna honderd meter, door de lange, galmende gangen van het oude schoolgebouw in Leeuwarden. Maar Pieter-Jan Postma is volledig in zijn element in zijn antikraakwoning – het voormalige informaticalokaal. Bovendien heeft hij toch niet veel meer te besteden dan de honderd euro huur die hij maandelijks moet afdragen. „Alles gaat naar het zeilen”, grijnst Postma achter een dampend bord scherpe rijst.

PJ is terug – en nu gaat het op zijn manier. Na jaren van twijfel, onrust en gesteggel met het Watersportverbond heeft de oersterke Fries de wind weer in de zeilen. Zijn portemonnee is misschien wat lichter, maar hij het plezier is terug – en de prestaties. Wat heet: als eerste van de Nederlandse zeilers verdiende Postma (29) onlangs een nominatie voor de olympische regatta van 2012, voor de kust van het Zuid-Engelse Weymouth. En dat voor een zeiler zonder bondssteun.

Maar liever solo dan in het strakke keurslijf van een kernploeg, en van een coach die hem elke dag vertelt wat hij moet doen. „Ik hou van ruimte en vrijheid, dan komt de creativiteit bij mij tot bloei.”

Het klikte nooit geweldig, tussen Postma en de bond. Wrevel en kleine botsingen leidden ertoe dat de Fries – zilver op het WK van 2007 in Cascais – na zijn olympische teleurstelling in Peking (2008) zijn eigen pad uitstippelde, los van de knellende eisen van de bond. Deze zag hem als een sporter die behoefte had aan structuur in zijn leven, aan strakke begeleiding, net als de andere zeilers in de kernploeg. „Het ging goed met mij, tot ze aan me gingen sleutelen.”

Hij luisterde, maar het voelde nooit goed. Niet toen hij die ene keer aanklopte bij zijn coach Cees Scheurwater, die avond voor de medalrace op het WK van 2008. „Ik wilde even praten, omdat ik zenuwachtig was. Maar dat kon niet: ik moest om tien uur slapen. Alles lag op de minuut vast. Ik wilde alleen die zenuwen uit mijn systeem hebben, dan kon ik me de volgende dag concentreren op het zeilen.”

Maar ook in de aanloop naar de olympische regatta bij Qingdao werkte de bond als een visnet in zijn roer. „Vlak voor de Spelen moest ik nog zeilen gaan testen. Ik had wel acht zeilen mee. Dat wilde ik helemaal niet. Zo kort voor de Spelen wil ik rust aan mijn kop, varen. Ik test deze week al mijn boot voor het WK, in december. Ik ben nu al bezig met de mast en de zeilen voor de Spelen van volgend jaar. Straks wil ik rust, me concentreren op wat ik moet doen.”

Toch was de les van ‘Qingdao’ nog niet genoeg. Een maand later was hij weer vol in training. „Ik was gefrustreerd en dacht: je moet harder werken. Dat had ik al die jaren gehoord: meer structuur, harder werken, niet altijd maar bezig zijn met je gevoel, gewoon luisteren naar je coach.”

Dat deed Postma, met een nieuwe coach, de Italiaan Nenad Vialli. Type ‘niet lullen’. Maar het ging van kwaad tot erger. „Het werkt niet bij mij, vertellen wat ik moet doen. Vialli begon meteen na mijn race vol emotie te vertellen wat er allemaal fout was gegaan. Ik zit dan zelf zo vol emoties dat ik even de ruimte moet hebben om ze los te laten. Pas dan kan ik neutraal de volgende race in.”

Postma besloot in 2009 alleen verder te gaan, waarop de bond hem uit de kernploeg zette. Twee jaar later: „Ik verwijt mezelf dat het mij niet lukte de bond duidelijk te maken wat er mis was.”

Hij zette het zeilen op een laag pitje, verhuisde van Amsterdam naar Leeuwarden en ging technische bedrijfskunde studeren. „Ik heb dat jaar gebruikt om het vat schoon te maken. Mijn kop moest leeg. Ik had de Spelen nog lang niet verwerkt. Ik moest afstand nemen.”

In zijn kast staan Amerikaanse boeken management, Chinese werken over concentratie, over emoties, over het bereiken van de flow – de heilige graal voor elke topsporter. Ze hielpen hem te formuleren hoe zijn eigen leven eruit moet zien.

„Ik ben ervan overtuigd dat je verantwoordelijkheid moet geven aan de sporter – dat is een mens. Ik kan niet werken in een hiërarchie. Ik wil werken volgens de waarheid. Ik luister naar goede argumenten. Ik geloof niet dat iemand kan bloeien met een opgelegd programma. Mensen bloeien als je ze verantwoordelijkheid geeft, vertrouwen en een beetje ruimte.”

Dat die theorie voor hem werkt bewees Postma, toen hij binnen een paar maanden tijd, en zonder vaste coach, dit voorjaar als eerste Nederlander een nominatie bij elkaar zeilde. Maar wat misschien nog wel belangrijker was: het plezier is terug. „Ik heb sinds augustus vorig jaar weer het gevoel dat ik lekker aan het zeilen ben, niet bezig ben met processen, met discussies over de aanpak. Ik wil gewoon lekker zeilen, volledig erin opgaan. Dat heb ik jaren niet gehad. Mijn kop is vrij.”

Hij mag her en der wat zweverig overkomen – excuseert hij zich – maar PJ Postma hecht grote waarde aan de levenslessen die hij heeft geleerd. „Ego is niet belangrijk”, zegt hij. „Helemaal opgaan in wat je doet is het belangrijkste. Elke dag beter worden. Het proces maakt je man. Niet een medaille. Dat is slechts een resultaat.”

Na de Delta Lloyd Regatta, eind vorige maand, zou hij om de tafel gaan zitten met het Watersportverbond. Hij kan de geldsteun goed gebruiken. Want een serieuze olympische campagne voeren op eigen kosten is niet meer van deze tijd, weet Postma. Zijn grootste concurrent, de Britse zeiler Ben Ainslie, heeft alleen al voor een nieuwe mast anderhalve ton uitgetrokken, vertelt Postma. En Ainslie woont niet antikraak.

Postma wil graag zijn coach Stefan de Vries als vast kracht aanstellen. En hij zoekt geld om zijn boot en zijn zeilen te verbeteren. Daarvoor is bondssteun onontkoombaar. „Ik wil best weer in de kernploeg, maar alleen op basis van gelijkwaardigheid. Ik ga niet weer kiezen voor een visie waar ik niet achtersta.”

Maar of dat mogelijk is? De bond heeft als stelregel: wie betaalt, bepaalt. Postma heeft goede hoop. „Ik denk dat de bond ook wil winnen. Laten we niet zo bekrompen denken, daar heb ik een hekel aan. Ik wil zeilen voor Nederland, medailles halen voor Nederland. We hebben samen hetzelfde doel, dus dan moet je toch ergens uit kunnen komen.”