Mijn bewondering gaat uit naar vrouw van DSK

Stine Jensen is een en al lof over de Amerikaanse aanpak van Strauss-Kahn. Vindt ze het ook zo goed dat de politie van alles lekt? Heleen Mees neemt het op voor DSK.

Nederland moet een voorbeeld nemen aan de „serieuze wijze” waarop Amerikanen omgaan met de affaire-Strauss-Kahn, stelt Stine Jensen (Opinie, 6 juni). Zij heeft overduidelijk de Amerikaanse berichtgeving niet gevolgd, anders zou ze niet zo jubelend schrijven over de Amerikaanse handelswijze.

Net als de Amerikanen ziet Jensen de arrestatie van voormalig directeur Dominique Strauss-Kahn van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) als bewijs dat het Amerikaanse rechtssysteem superieur is. Iedereen in de Verenigde Staten is voor de wet gelijk, zoals het zo fraai heet. De Fransen winden zich onderwijl op over foto’s van Strauss-Kahn, die met handboeien om wordt getoond aan fotografen, maar de perp walk vormt niet het probleem. De New York Police Department (NYPD), die een mediahype creëert door allerhande details over het lopende onderzoek naar de pers te lekken, vormt het werkelijke probleem.

Vanuit Peking heb ik met groeiende weerzin de Amerikaanse berichtgeving gevolgd over de vermeende aanranding c.q. poging tot verkrachting door Strauss-Kahn van een dienstmeisje in het Sofitel-hotel. Na jaren voor de rechten van vrouwen te zijn opgekomen, bevind ik me in de onwaarschijnlijke positie dat ik een man verdedig die wordt verdacht van een seksueel misdrijf.

Als de ontmoeting tussen Strauss-Kahn en het 32-jarige kamermeisje werkelijk zo gewelddadig was als is gesuggereerd, zal de rechter ongetwijfeld voldoende forensisch bewijs voorhanden hebben om hem te veroordelen tot vele jaren gevangenisstraf. Waarom moet Strauss-Kahn dan nu al worden veroordeeld in de publieke opinie? (Wie de publieke lynching van Strauss-Kahn ziet, mag niet verbaasd zijn dat in andere delen van de wereld steniging nog steeds wordt gepraktiseerd.)

Elk Amerikaans nieuwsbericht dat ik heb gelezen, gaat uit van de schuld van Strauss-Kahn. Elk detail over die noodlottige zaterdag is uitgelegd als bewijs van de – inderdaad serieuze – beschuldigingen. Strauss-Kahn werd vlak voor het opstijgen uit het vliegtuig gehaald. Het kan dus niet anders dan dat hij de Verenigde Staten probeerde te ontvluchten. Dat de vlucht een week van tevoren was geboekt, en dat Strauss-Kahn de volgende dag de Duitse bondskanselier Angela Merkel zou ontmoeten in Berlijn, kon de kranten noch de rechter op andere gedachten brengen.

Dat Strauss-Kahn zijn mobiele telefoon in de hotelkamer had achtergelaten, zagen de Amerikaanse media eveneens als bewijs voor zijn schuld. Het maakte geen enkel verschil dat Strauss-Kahn zelf met het hotel had gebeld om te regelen dat zijn telefoon naar het vliegveld zou worden gebracht. De kranten schreven dat de telefoon niet werkelijk is gevonden, maar dat politieagenten het hotelpersoneel hadden „gecoacht” om Strauss-Kahn te vertellen dat ze zijn telefoon hadden. De telefoon is wel degelijk gevonden. Het verhaal diende alleen maar om de rol van de NYPD te verheerlijken.

Strauss-Kahn verliet het hotel die zaterdagmiddag in grote haast, zoals videobeelden kennelijk laten zien, en zonder formeel uit te checken. Dat moet haast wel betekenen dat hij kort daarvoor een reeks seksuele misdrijven had gepleegd – maar als hij nog niet had uitgecheckt uit het hotel, wat had het kamermeisje dan in hemelsnaam te zoeken in die hotelsuite, op de laatste dag van zijn verblijf? Ik ga ervan uit dat hotels in New York City de kamers schoonmaken nadat de gasten zijn vertrokken.

Heeft niemand in de Amerikaanse pers moeite om te geloven dat het kamermeisje – dat al drie jaar werkzaam was in dat Franse hotel – niet op de hoogte was van de identiteit van deze very important person, voorafgaand aan de zogenoemde police line-up op zondagmiddag? Niet alleen verbleef Strauss-Kahn in een suite van drieduizend dollar per nacht (waarvoor hij slechts 525 dollar betaalde), had hij het hotel meerdere malen bezocht en was hij de baas van het IMF, ook was hij de grote kanshebber bij de Franse presidentsverkiezingen die worden gehouden in april en mei 2012. In het vijfsterrenhotel in Peking waar ik verbleef toen Strauss-Kahn werd gearresteerd, kent toevallig al het hotelpersoneel mijn naam en groet het me dienovereenkomstig.

De beschuldigende toon van de Amerikaanse berichtgeving kan wellicht het best worden geïllustreerd aan de hand van deze ogenschijnlijk onschuldige paragraaf uit The New York Times (18 mei): „Als de verdediging voor de heer Strauss-Kahn stelt dat de ontmoeting vrijwillig was [...], zal zij moeten uitleggen hoe en wanneer [het kamermeisje] besloot dat seks met de heer Strauss-Kahn een beter gebruik van haar tijd was dan het verschonen van het beddengoed.”

Los van het feit dat de meeste vrouwen (vrijwillige) seks aangenamer vinden dan het verschonen van de lakens – waar is het vermoeden van onschuld gebleven?

Stine Jensen schrijft dat het Amerikaanse rechtssysteem egalitair is, maar nu hij door de Amerikaanse pers is gelyncht, kun je je afvragen of Strauss-Kahn überhaupt een eerlijke kans heeft in een rechtssysteem waar ongetrainde juryleden moeten komen tot een uitspraak. Hoe egalitair is dat? Zelfs als Strauss-Kahn in de komende maanden wordt vrijgesproken, is zijn leven zo goed als verwoest. Bejubelt Jensen dan nog steeds het Amerikaanse rechtssysteem?

Mijn bewondering gaat uit naar Anne Sinclair, de vrouw van Dominique Strauss-Kahn, en zijn dochter Camille. Zij zijn hem onvoorwaardelijk blijven steunen. Ik ben het eens met de Franse filosoof Bernard-Henri Lévy, die schreef dat niets in de wereld rechtvaardigt dat een man zo voor de leeuwen wordt geworpen.

Heleen Mees is econoom, jurist en publicist.