Meerderheid Kamer heeft twijfels over geplande beursgang ABN Amro

Een meerderheid van de Tweede Kamer lijkt niet akkoord te gaan met de plannen van minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) voor de beursgang van ABN Amro. De PvdA, SP en GroenLinks bepleiten uitstel van de privatisering. Gedoogpartner PVV wil een beursgang pas overwegen als het door de overheid in ABN Amro geïnvesteerde geld van 31 miljard euro volledig is terugverdiend.

Dat bleek vanochtend tijdens een debat tussen de Tweede Kamer en minister De Jager (Financiën, CDA) over banken die in 2008, midden in de crisis staatssteun kregen.

Het kabinet heeft het voornemen om de overheidsbelangen op termijn te verkopen. In een brief van januari aan de Tweede Kamer kondigde de minister aan deze deelnemingen binnen vijf jaar „zeer substantieel” terug te willen brengen. Voorwaarde is wel dat de financiële sector stabiel is en dat twijfels over het bankwezen zijn weggenomen. Ook moeten banken als ABN Amro klaar zijn voor verkoop of afwikkeling van de overheidsbelangen.

De minister wil zo voorkomen dat de bank weer opgeknipt wordt en doorverkocht aan buitenlandse investeerders, zoals in 2008 met ABN Amro gebeurde. Die bank werd overgenomen door een consortium van Fortis, Royal Bank of Scotland en Santander. Het trio knipte de bank vervolgens op. Dat gebeurde midden in de kredietcrisis. Fortis kwam door de overname in grote financiële problemen en dreigde om te vallen. De regeringen van België, Luxemburg en Nederland besloten toen Fortis en ABN te steunen. Nederland kocht uiteindelijk de Nederlandse tak van Fortis, het ABN Amro deel en enkele verzekeringsactiviteiten voor 16,8 miljard euro. Later moesten er nog miljarden extra in de bank worden gestopt, onder meer om Fortis en ABN tot een nieuwe bank om te smeden.

Tweede Kamerlid Ed Groot van de PvdA noemde de verwachting van de minister dat in 2013 aan de voorwaarden is voldaan „onrealistisch en voorbarig”. Groot: „De sector is niet stabiel en ABN Amro bevindt zich nog midden in een reorganisatie.”

PVV’er Ronald van Vliet noemde als voorwaarde voor steun voor een beursgang van ABN Amro dat „elke cent aan Henk en Ingrid is terugbetaald”. En dat is onrealistisch, stelde minister De Jager. „Per saldo is het niet zeker te zeggen dat de overheid er als neutraal uitkomt.”

Coalitiepartijen VVD en CDA willen, met steun van D66, een beursgang steunen als er aan de genoemde voorwaarden is voldaan en de optimale verwachte winst voor de overheid behaald kan worden. De drie partijen vinden dat het kabinet moet overwegen de belangen op een gegeven moment af te wikkelen om een groter verlies te voorkomen. Voor hen blijft het doel om het bankwezen op termijn weer volledig vrij van overheidsinmenging te maken. Zij sloten zich daarmee aan bij de minister: „Een internationale bank is belangrijk voor de economie van Nederland. Dat hoeft voor mij zeker geen staatsbank te zijn.”