Klimmen naar kruishoogte (8)

Anita Janssen en Tosca Niterink lopen de langste pelgrimsroute in Spanje, de Via de la Plata, en doen wekelijks verslag.

We zijn kabouter Bob tegengekomen (74) uit Duitsland, heeft achttien kilo op zijn rug, onder andere de zwaarste Jacobsschelp (pelgrimsherkenningsteken) ooit. Het beest alleen al weegt een kilo of meer, vandaar dat-ie vorige week is omgevallen en zijn rib heeft gebroken.

Nu gaat hij met de bus eerst naar Santiago de Compostella en loopt dan terug naar Duitsland, waar hij 1 oktober wordt verwacht door zijn vrouw.

„Vindt je vrouw het niet vervelend dat je zo lang weg bent?”

Bob: (lekker zelfingenomen zoals het hoort) „Nee, want ik heb haar geleerd te emanciperen!”

Verder gaat het prima met ons. WE ZIJN NIET MEER TE HOUWEN, nog even en we stampen Galicië binnen, ik zag vandaag op de kaart dat we ongemerkt een enorme streep door Spanje hebben getrokken.

Zitten in het wonderschone dorp Tábara, aan de voet van de Sierra de la Culebra die we over een paar dagen over moeten. Zit me deswege moed in te drinken, plus typen, gaat best samen!

De middeleeuwse ommuurde stad Zamora was natuurlijk prachtig: gerestaureerde cultuur op hoog niveau, ingewikkelde tapas eten op omgekeerde biertonnen, voor grof geld. Maar ik verlangde toch terug naar de dorpen, de cafés met de groen vilten kleedjes en de kaartende oude mannen die heel hard op tafel slaan, met spatvlekken langs de gulp.

Dat hebben ze hier in Tábara volop. Mijn lievelingsprogramma staat ook aan. Het heet mañana. De naam zegt het al: een allround nieuwsshow met een multitaskende presentatrice. Ze is niet alleen bloedmooi (kruising tussen Maria Callas en het Maja-zeep meisje). Ze presenteert het nieuws met een schort aan terwijl ze paella staat te bakken en onderwijl doet ze ook het weer, duwt met haar tieten de werelddelen over de buis.

In Zamora zijn we trouwens door studenten uitgenodigd om gratis te kamperen en/of te demonstreren voor een betere toekomst op de Plaza Major op de hottentottenstudentententententoonstelling. Ik verstond het niet goed, want mijn Spaans is nog steeds belabberd.

Annie zegt dat ik geen talenknobbel heb. Je kan niet alles hebben, heb al bulten genoeg, want die andere enkel is ook verzwikt. Vandaar hebben we vandaag pauze.

Het regent. Er zitten vier ooievaarsnesten op de kerktoren. Wist je dat het mannetje het nest bouwt en wacht op een vrouwtje. Uit drie nesten zie ik zwarte snavels omhoog steken, het onderste nest is leeg.

„Annie,” roep ik bang, „het zal toch niet zo zijn dat dat mannetje op een leeg nest zit te wachten op een vrouwtje wat niet komt?”

„Dat zou zomaar kunnen”, zegt A nuchter.

„Maar wat vreselijk!” fluister ik met brok in de keel.

„Zo is het leven”, zegt A, „je moet je niet altijd het leed van de hele wereld aantrekken.”

Ginder gaat de zon zakken achter de grote bergen, zwarte wolken duwen hem tussen oranje slierten door naar benee.

„Annie,” vraag ik, „zullen we samen oud worden?”

Ze kijkt me verstandig aan en antwoordt: „We zijn al oud.”

Groetjes Anita en Tosca

Dagelijks: wildwifeadventures.nl