Het lijkt toevallig maar het is trucage

Hij was de eerste die zijn foto’s levensgroot afdrukte.

Jeff Wall gelooft dat toeschouwers daardoor met elkaar in gesprek gaan.

Jeff Wall (1946) weet nog precies wanneer hij zijn eurekamoment beleefde. Het was 1973, hij studeerde kunstgeschiedenis aan het Courtauld Institute in Londen en werkte aan zijn doctoraalscriptie over de Franse kunstenaar Marcel Duchamp. Tot dan toe had Wall zelf ook wat halfslachtige pogingen gedaan om als kunstenaar aan de bak te komen. Hij experimenteerde wat met conceptuele kunst, maar toen zijn grote doorbraak uitbleef, besloot hij kunstgeschiedenis te gaan studeren.

Voor zijn scriptieonderzoek reisde Wall naar Philadelphia voor een grote Duchamp-tentoonstelling. Hij zag er Duchamps laatste meesterwerk Étant donnés, de gluurinstallatie die via een gaatje in een houten deur uitzicht biedt op een naakte dame in het gras, en was „diep onder de indruk” van de vreemdheid ervan. Ook dook hij er in de archieven, waar hij Duchamps handleiding voor het in- en uit elkaar halen van Étant donnés vond. Een openbaring, aldus Wall. „Omdat het liet zien dat een kunstmatig geconstrueerde wereld iets kon betekenen.”

Geïnspireerd door Duchamp begon Wall eind jaren zeventig met het maken van zijn eigen geconstrueerde tableaus. Metersgrote foto’s waren dat, van door de kunstenaar nauwkeurig in scène gezette situaties: interieurs die hij als filmsets van vloer tot plafond had nagebouwd, of straatgezichten die oogden als momentopnames maar die in werkelijkheid tot in de puntjes geregisseerd waren.

Het idee om die foto’s op grote lichtbakken te presenteren, deed Wall op tijdens een reis door Spanje, waar zijn oog viel op de verlichte billboards in een busstation. Sindsdien is de lichtbak hét handelsmerk van Jeff Wall. Als nachtvlinders worden we door zijn oplichtende fotowerken aangetrokken.

Op zijn tentoonstelling The Crooked Path in het Brusselse museum Bozar laat Jeff Wall zijn werk nu zien naast dat van de kunstenaars die hem beïnvloed hebben. Er is kunst te zien van zo’n veertig zielsverwanten, onder wie generatiegenoten als Dan Flavin en Robert Smithson, maar ook van historische voorbeelden als Diane Arbus en Walker Evans, en van hedendaagse kunstenaars als David Claerbout en Kai Althoff. Duchamps Étant donnés is niet in Brussel te zien, dat werk mag niet meer op reis. Maar de map met instructies ligt er wel. Het is voor het eerst dat Duchamps handleiding buiten Philadelphia hangt .

Het is alsof Wall ons zijn geloofsbrieven aanbiedt: dit zijn de mensen die ik bewonder. „In ieder geval zijn het werken die me geraakt hebben en die een stempel hebben gedrukt op mijn ontwikkeling als kunstenaar”, zegt Wall, een zestiger met krullend haar tot over zijn schouders.

De titel van de tentoonstelling, The Crooked Path, verwijst naar een werk van Wall uit 1991: een foto van een slingerpaadje dat door onbestemd niemandsland leidt. Voor de kunstenaar is die titel een metafoor voor de vele omwegen in zijn leven. „The Crooked Path gaat over de onverwachte dingen die je in het leven tegenkomt, de spontane ontmoetingen met andere kunstenaars die je beïnvloeden zonder dat je daarnaar op zoek was. Je kunt je levensloop niet plannen. Er gebeuren altijd ongelukken of er zijn verrassingen die je van richting doen veranderen. ”

Opmerkelijk is de zaal met minimalistische kunst van Dan Flavin, Carl Andre en Frank Stella. Wat heeft dat sobere werk te maken met de intense foto’s van Wall? Maar dan valt opeens de gelijkenis in formaat op. „Ik ben opgegroeid met de schilderijen van Rothko, Pollock en Stella”, beaamt hij. „Mij fascineerde vooral de grootte van hun werk, en de impact die hun kunst had op de toeschouwe.”

Wall was een van de eerste kunstenaars die die schaal, tot dan toe voorbehouden aan de schilderkunst, inzetten voor foto’s. „Ik heb altijd het gevoel gehad dat de schaal van de traditionele fotografie te klein was”, vertelt hij. „Tot de jaren zeventig was het formaat van foto’s toegesneden op kranten, tijdschriften en boeken. Ik vond dat fotografie meer te vertellen had. Het viel me op dat in musea schilderijen ook altijd meer ruimte om zich heen hadden dan foto’s. Zodat er meer bezoekers tegelijk voor konden staan. Ik stelde mij voor dat er op die momenten gesprekken tussen toeschouwers konden ontstaan, dat mensen hun ervaring met elkaar deelden. Dat zou bij fotografie ook moeten kunnen, vond ik, en daarom maakte ik mijn foto’s groter.”

Jeff Wall is vaak omschreven als een flaneur. Hij is iemand die de stad afstruint en mensen, plaatsen, houdingen en situaties observeert. Het liefst laat Wall de beelden nog weken of maanden sudderen in zijn hoofd, voordat hij ze probeert te recreëren. Dus het lijkt misschien wel of hij die rij wachtende jongeren voor een nachtclub zo heeft aangetroffen op straat (In Front of a Nightclub, 2006), maar in werkelijkheid is de groepsscène opgebouwd uit talloze negatieven die op de computer aan elkaar gemonteerd zijn. En de foto Boy Falls from Tree (2010), van een jongen die een smak maakt in een achtertuin, is bij nader inzien geen toevalstreffer maar trucage.

‘Near documentary’, noemt Wall die werkwijze. Het is theater, maar toch echt. Een performance vermomd als snapshot. Wall: „ Ik houd van het idee dat ik mijn beelden laat ontsnappen aan de foto. Dat is dus het tegenovergestelde van wat de grote reportagefotografen deden. Zij jaagden en vingen, zij legden vast. Maar als ik jaag dan vang ik niets.”

tentoonstelling

Jeff Wall: The Crooked Path.

T/m 11 sept in BOZAR, Brussel. www.bozar.be