Gemeenten maken zich boos over machomanagement

Het Rijk kán op eigen houtje taken aan lagere overheden afstoten.

Maar het werkt natuurlijk beter als iedereen daar ook werkelijk achter staat.

Ze zijn gewaarschuwd. Als de vertegenwoordigers van de 418 Nederlandse gemeentes, vandaag bijeen in het Gelderse Ulft, zich blijven verzetten tegen het akkoord van rijk, provincies, gemeenten en waterschappen over een nieuwe verdeling van bestuurstaken en een groot aantal bezuinigen, dan wordt het land onbestuurbaar. En dat is hun schuld.

Met die waarschuwing zette minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) de zaak afgelopen weekend op scherp. Vandaag zal, op het jaarcongres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), blijken of de lokale bestuurders zich iets aantrekken van Donners dreigement.

In april werden vertegenwoordigers van de landelijke en regionale overheden het in het zogeheten ‘bestuursakkoord’ nog eens over het overhevelen van een groot aantal rijkstaken naar provincie en gemeenten. Maar inmiddels lopen gemeenten te hoop tegen het kabinetsbeleid. De provincies maken ruzie. En het kabinet gaat er, bij monde van Donner, met gebalde vuist in. Veel gemeenteraden hebben hun bestuurders met een negatief stemadvies naar Ulft gestuurd.

„Je kan een parallel met de droogte trekken. Het bestuursakkoord zorgt voor scheuren in de polder. Het zijn zware tijden voor het land en zijn bestuur”, zegt de Utrechtse hoogleraar bestuurskunde Mirko Noordegraaf.

Is het bestuursakkoord werkelijk zo explosief? Dat valt wel mee, maar het akkoord levert wel problemen op. „Alles staat onder druk van het veranderende economische klimaat. Door bezuinigingen moeten er scherpe keuzes worden gemaakt.”

Bestuursakkoorden dienen in Nederland als smeermiddel tussen de verschillende overheden die allerlei taken aan elkaar moeten overdragen. Het Rijk kán op eigen houtje taken aan lagere overheden afstoten. Maar het werkt natuurlijk beter als iedereen daar ook werkelijk achter staat, zo was de gedachte. Het poldermodel in optima forma: iedereen houdt rekening met de belangen van de ander. Zo’n bestuursakkoord maakt concreet wat al eeuwen gebeurt in de gedecentraliseerde eenheidsstaat Nederland: samenwerking op basis van consensus.

Die consensus is er nu dus even niet. Vooral op het vlak van de sociale werkvoorziening hebben veel wethouders de indruk dat zij gewoon de bezuinigingen moeten doorvoeren die het Rijk wenst. Machtspolitiek, geen zorgvuldige belangenafweging. Volgens het akkoord worden gemeenten vanaf 2013 volledig verantwoordelijk voor sociale werkplaatsen, jonggehandicapten en bijstandsgerechtigden. Maar met te weinig geld, zeggen de kritische wethouders.

„De ramkoers van Donner vind ik bepaald zorgwekkend. Het gaat hier voor het Rijk, provincies en gemeenten om een majeure operatie. Dat is niet het moment voor machomanagement”, zegt bestuurskundige Bas Denters van de Universiteit Twente. Zo’n operatie kan alleen maar goed verlopen als alle overheden erachter staan.

De huidige controverse tussen overheden en het machtswoord van Donner is uniek voor Nederland. „Dit past helemaal niet in onze consensustraditie. Opmerkelijk dat Den Haag die spelregels niet meer volgt. Des te opmerkelijker omdat de basis van dit kabinet zo smal als maar mogelijk is”, vindt Denters.

De situatie rond het bestuursakkoord is complex en onvoorspelbaar geworden. Lokale bestuurders, ook die van VVD- en CDA-huize, lopen ertegen te hoop. Tegelijkertijd kan het kabinet wijzen op een akkoord met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), onder voorzitterschap van Annemarie Jorritsma, VVD-burgemeester van Almere en partijprominent. Vergelijkbare conflicten beheersen de provincies die natuurbeheertaken van het Rijk overnemen. Noord-Holland, Flevoland en Friesland hebben zich al tegen het akkoord uitgesproken. Maar ook hier kan Donner wijzen op de handtekening van de vertegenwoordiger, het Interprovinciaal Overleg (IPO), onder voorzitterschap van Jan Franssen in Zuid-Holland en óók al VVD-prominent.

„Jorritsma en Franssen hebben duidelijk de weerstand in hun eigen kring niet goed aangevoeld. Stevige inschattingsfouten”, zegt Denters. Noordegraaf vindt die verdeeldheid passen in deze tijd. „Mensen, bestuurders, conformeren zich tegenwoordig minder gemakkelijk. Het leiden van zulke verenigingen wordt steeds lastiger. Eigenlijk kan je dat zien als een verlate ontzuiling. Relaties met de achterban zijn veel minder vanzelfsprekend.”

Nog in 2007 werd een bestuursakkoord gesloten om de vertrouwensband tussen overheden te vergroten, nadat er veel wrevel was ontstaan tussen gemeenten en het Rijk. „Vertrouwensvol samenwerken tijdens de overdracht van bevoegdheden. De uitspraken van Donner over de onregeerbaarheid van het land schaden juist het vertrouwen. Dat is zorgwekkend.”

Hoe moet het nu verder als de gemeenten daadwerkelijk een streep zetten door het bestuursakkoord? Het kabinet heeft al aangegeven voorbehouden niet te slikken. Dus als de sociale paragraaf – de verschuiving van de sociale werkvoorziening – niet wordt goedgekeurd, is het complete akkoord van tafel. Twee opties zijn er voor het kabinet: de harde koers vasthouden en met wetgeving de decentralisatie doorzetten. Of opnieuw met gemeenten en provincies om de tafel gaan zitten. Gezien de bestuurlijke verhoudingen is het eerste bijna ondenkbaar in Nederland.

De sfeer is gespannen, maar Noordegraaf ziet ook één positief punt: dat maar weinig mensen echt tegen de overdracht van taken aan de gemeenten en provincies zijn. De discussies gaan bijna uitsluitend over de financiële gevolgen. „Dit soort strubbelingen hoort eigenlijk wel bij een overgangsperiode naar een nieuw bestuursmodel.”