Frankrijk zet druk op Syrië in Veiligheidsraad

Volgens Frankrijk is het ondenkbaar dat de VN zich niet uitspreken over het geweld in Syrië. Een resolutie moet Damascus veroordelen.

Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk proberen de druk op Syrië op te voeren, met een resolutie van de VN-Veiligheidsraad waarin het geweld tegen demonstranten wordt veroordeeld. Hoewel Rusland heeft gedreigd met een veto, willen Parijs en Londen de resolutie toch snel in stemming brengen, mogelijk deze week al.

Vooral Frankrijk dringt aan op snelle diplomatieke actie. Volgens de Franse minister van Buitenlandse Zaken Juppé is het „ondenkbaar dat de Verenigde Naties blijven zwijgen” nu het geweld in Syrië toeneemt.

Frankrijk heeft als eerste, en tot nu toe enige land in de Veiligheidsraad gezegd dat de Syrische president Assad zijn „legitimiteit om het land te regeren” heeft verloren, in de woorden van Juppé. „Het hervormingsproces in Syrië is dood.”

De Britten gaan wat minder ver in hun veroordeling. „President Assad is bezig zijn legitimiteit te verliezen, hij moet hervormen of plaatsmaken”, zei minister van Buitenlandse Zaken Hague gisteren in het Lagerhuis.

Maar samen doen de twee landen hun best binnen de VN-Veiligheidsraad zoveel mogelijk steun te krijgen voor een resolutie tegen Syrië, net zoals ze in februari en maart samen voorop liepen om resoluties tegen Libië aangenomen te krijgen. De VS en Portugal steunen het initiatief, en volgens Juppé hebben al elf van de vijftien landen in de raad gezegd dat ze voor de resolutie zullen stemmen.

Maar Rusland en China, die beiden een veto kunnen uitspreken, hebben al duidelijk gemaakt weinig voor zo’n resolutie te voelen. Beide landen onthielden zich in maart van stemming over resolutie 1973 over Libië, die aangenomen werd en het militair ingrijpen van de NAVO mogelijk maakte. Moskou heeft sindsdien herhaaldelijk geklaagd dat de resolutie wel stelt dat „alle noodzakelijke maatregelen” genomen mogen worden om de Libische burgers te beschermen, maar dat de NAVO dat, met haar aanhoudende bombardementen, veel te ruim uitlegt.

Rusland en China voelen zich hierdoor genomen en willen herhaling van dat scenario in Syrië voorkomen. Bovendien heeft Moskou van oudsher goede banden met Syrië, vooral uit strategische overwegingen, terwijl China steeds sterkere economische banden met Syrië heeft.

De Veiligheidsraad zou er naar moeten streven „de problemen met politieke middelen op te lossen”, zei de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov gisteren, „en niet de voorwaarden moeten creëren voor nog een gewapend conflict”.

In de ontwerptekst is geen sprake van mogelijk gewapend ingrijpen, maar alleen van een veroordeling van het geweld en een oproep hulporganisaties toe te laten tot Syrische steden. Maar behalve Rusland en China vrezen ook andere leden van de Veiligheidsraad, (India, Brazilië en Zuid-Afrika) dat zo’n resolutie een eerste stap kan zijn naar gewapend ingrijpen. Juppé hoopt dat de Russen er voor zullen terugdeinzen hun veto te gebruiken, als ze eenmaal zien hoe breed de steun voor de resolutie is.

Tegelijk proberen westerse landen Syrië door het Internationaal Atoom Energieagentschap te laten berispen. Het land wordt tegenwerking verweten bij onderzoek naar een gebouw, mogelijk een kerncentrale in aanbouw, dat Israël in 2007 verwoestte. Ook in die zaak ligt Rusland dwars.