'EU-landen doen te weinig tegen crisis'

Voor het eerst heeft de Europese Commissie de ontwerpbegrotingen van de EU-landen doorgelicht. Het moet uitglijders voorkomen, zoals Griekenland, Ierland en Portugal overkwam.

Nederland brengt voortvarend zijn overheidsfinanciën op orde. Misschien wordt het begrotingstekort zelfs vóór de deadline teruggebracht onder de limiet van 3 procent. Maar de vergrijzing kost Nederland meer dan andere Europese landen, en daarom moet de regering ingrijpen in de zorg en het pensioenstelsel.

Verder moeten vooral Nederlandse vrouwen meer gaan werken en moet het fileprobleem dringend worden aangepakt, omdat dit bedrijven meer geld kost dan elders in Europa.

Dit zijn de belangrijkste aanbevelingen die de Europese Commissie gisteren aan Nederland heeft gedaan in haar eerste beoordeling van de ontwerpbegrotingen en hervormingsplannen van alle EU-landen.

De beoordeling (‘Europees Semester’), die vooral voor landen als Spanje, Frankrijk, België en Italië vrij streng is, maakt deel uit van een nieuw systeem dat de EU-landen vorig jaar hebben ingesteld om de eurocrisis te lijf te gaan. Het idee is dat Europa zozeer één economie is geworden, dat de problemen van één land direct gevolgen hebben voor de andere landen.

„Onze economieën zijn meer vervlochten dan ooit en dit vereist dat we nauwer en efficiënter samenwerken”, zei Commissievoorzitter José Manuel Barroso gisteren in het Europees Parlement in Straatsburg, waar hij de beoordelingen presenteerde.

Meer Europese economische en begrotingscoördinatie (‘economic governance’), waarvan het Semester deel uitmaakt, moet voorkomen dat er opnieuw landen uitglijden zoals met Griekenland, Ierland en Portugal gebeurde. Afgelopen jaren zijn Europese economieën sterk uit elkaar gegroeid. Zo werden noordelijke landen steeds meer exportlanden, en importeerden zuidelijke landen vooral. Elk land stemde daar zijn beleid op af. Politici grepen nooit in.

Laatst schreef Simon Johnson, voormalig topeconoom van het IMF, dat hij Europese regeringen hiervoor nog in 2007 waarschuwde. Maar zij wuifden de gevaren weg. „In de eurozone betekende dit niets meer.’’ De crisis gaf hen ongelijk.

De aanbevelingen van de Commissie zijn niet bindend. In theorie kunnen regeringen ze naast zich neerleggen. Maar ze zijn wel openbaar. En nu financiële marktanalisten alle Europese economieën onder het vergrootglas leggen, kan de Commissie zich weinig politieke censuur meer veroorloven. Vandaar dat Barroso, die volgens critici te coulant is voor regeringsleiders die Europese regels schenden, gisteren keihard zei dat sommige landen „niet genoeg ambitie tonen” en dat andere landen „niet specifiek genoeg zijn”.

In het Europees Parlement is intussen achter de schermen felle strijd ontbrandt over andere onderdelen van de ‘economic governance’, met name sancties. Frankrijk en Duitsland hebben vorig najaar beslist om sancties nagenoeg, maar niet helemaal automatisch te maken als een land de nieuwe, strengere Europese spelregels overtreedt. Sommige Europarlementariërs willen, gesteund door de Europese Centrale Bank, die sancties toch volautomatisch maken. Een ongunstige Commissiebeoordeling in het Semester kan een stap zijn op weg naar sancties.

De beoordelingen over Griekenland, Ierland en Portugal zijn summier. Zij liggen aan het infuus van IMF en andere eurolanden en moeten stevig bezuinigen en hervormen. Bij elke portie leningen krijgen zij al gedetailleerde beoordelingen.

Hoe pijnlijk dat kan zijn, ervaart Griekenland: belastinginning en privatisering liggen zó ver achter op schema, dat het dit, bijna koloniaal, deels moet overlaten aan de ontevreden crediteuren in Noord-Europa.

Spanje, Italië, Frankrijk en België krijgen er flink van langs. Zij hebben, elk om eigen redenen, moeite om hun financiën in het gareel te houden. Ze liggen duidelijk in het vizier van de financiële markten. Daardoor bevatten de Commissie-aanbevelingen weinig nieuwe elementen.

De Commissie vindt de Spaanse begroting te optimistisch en waarschuwt voor de uitgaven van regionale overheden. Ook zijn Spaanse nationale of regionale spaarbanken, niet uit de gevarenzone.

België en Frankrijk moeten meer bezuinigen om het begrotingstekort op tijd te verminderen. Frankrijk is te optimistisch over zijn eigen groei. Ook moet de Franse arbeidsmarkt flexibeler worden en wordt het volgens de Commissie tijd dat Parijs de belastingvlucht aanpakt.

Duitsland krijgt een veeg uit de pan omdat het de bezem te weinig door ongezonde banken heeft gehaald. De Commissie waarschuwt zelfs voor een nieuwe „kredietcrisis” als er geen verbetering in komt.

De manier waarop de Commissie de banken beoordeelt, ook in andere landen, is niet erg concreet. Vooral in Noord-Europa teren kwakkelende banken nog op staatssteun. Saneren schiet niet op. Momenteel worden er weer stresstests gedaan. Maar de resultaten daarvan worden maar deels openbaar: autoriteiten willen geen paniek zaaien, waardoor bankruns kunnen ontstaan.

In de beoordeling over Nederland, dat bijna 30 pagina’s beslaat, staat dat de banken er beter aan toe zijn dan in het begin van de crisis, maar „nog blootgesteld zijn aan externe risico’s vanwege activiteiten in instabiele buitenlandse markten. Ook pensioenfondsen hebben klappen gekregen. Sommige delen van het financiële systeem blijven broos.”