Eindspel rond pensioenakkoord

De spanningen rond het pensioenakkoord lopen weer op. Cijfers lekken, concepten circuleren en direct betrokkenen maken elkaar verwijten op weg naar een ‘nieuw’ definitief akkoord.

Wat was 4 juni 2011 toch een mooie datum om een pensioenakkoord te sluiten, vond minister Kamp van Sociale Zaken (VVD). Die dag had een bijzondere lading. Precies een jaar na een akkoord op hoofdlijnen zou het zeer welkom zijn voor het kabinet als de werkgevers en werknemers de details zouden uitwerken.

Vlak voor de landelijke verkiezingen van vorig jaar sloten de sociale partners een overeenkomst over de oudedagsvoorzieningen. Onzekerheid over de AOW-leeftijd en over het aanvullend pensioen noopten tot actie. Nadere afspraken over de AOW-leeftijd zouden „dit najaar” worden gemaakt. En over de aanvullende pensioenen zouden werkgevers en werknemers „uiterlijk in januari 2011 sluitende afspraken” maken.

Maar 4 juni ging geruisloos voorbij. Ruim een jaar na dato worstelen werkgevers en werknemers nog steeds met de bijkans gordiaanse knoop van de oudedagsvoorzieningen. Vooral FNV Bondgenoten heeft het moeilijk met het dossier en zichzelf. Twee maanden geleden legde de vakbondsorganisatie de onderhandelingen tijdelijk stil om interne verdeeldheid over de uitwerking van het akkoord te verkleinen en een onrustige achterban tot kalmte te manen. Sinds medio mei zit de FNV weer aan tafel om te onderhandelen.

Maar hoe lang gaat dat nog duren? Het ongeduld van de onderhandelingspartners neemt toe, getuige details die nu uitlekken van een ‘conceptakkoord’. Komende vrijdag zou de definitieve uitwerking al getekend kunnen worden, maar FNV-voorzitter Agnes Jongerius ontkent. „Hier gaan cijfers over tafel die ik helemaal niet ken”, zei ze vanochtend. Zij concludeert dat het ministerie van Sociale Zaken bewust de boel zit op te stoken. „Als Kamp denkt zo druk op mij te kunnen uitoefenen, dan kent hij mij nog niet.” Minister Kamp ontkende vanochtend de aantijgingen en liet weten. „Dit is volledig uit de lucht gegrepen. De reactie van mevrouw Jongerius kan ik absoluut niet plaatsen.”

Hogere politiek of niet, op die manier is weinig zinnigs te zeggen over de uitwerking van het raamakkoord van vorig jaar. Om de pijn van een hogere AOW-leeftijd te verzachten zou tot 2028 de AOW-uitkering jaarlijks met 0,6 procent worden verhoogd bovenop de stijging van de cao-lonen waaraan de hoogte van de uitkering is gekoppeld. Het betekent miljardensteun van de overheid voor iedereen die vóór 1961 is geboren. Iedereen betaalt daar aan mee, al zullen de belasting- en premiebetalers van vijftig jaar of jonger daar minder van profiteren. Maar misschien worden hier nog flankerende maatregelen getroffen. Jongerius zei vanochtend dat ze het getal van 0,6 procent niet eens herkende.

Zeker is dat de AOW-gerechtigde leeftijd per 2010 naar 66 jaar gaat. Kamp heeft daarvoor al een wetsvoorstel ingediend en de sociale partners waren het vorig jaar ook al over dit uitgangspunt eens. Daarna wordt het beeld diffuus. Vergrijzing en kredietcrisis maken verworvenheden van AOW en aanvullende pensioenen onzeker. Werkgevers en werknemers besturen samen de pensioenfondsen die met geldtekorten kampen. Met andere definities willen zij toezichthouder De Nederlandsche Bank op afstand zetten. Maar daarvoor is een wetswijziging nodig die Kamp moet initiëren.

Daarnaast willen betrokkenen de onzekerheid over aanvullende pensioenen oplossen door het risico van beleggingen expliciet bij deelnemers te leggen. Dat is nu feitelijk ook al het geval, maar de juridische werkelijkheid verschilt wel. Hoe kunnen zij deelnemers er toe bewegen een contractaanpassing te ondertekenen waarbij de risico’s explicieter bij de gepensioneerde wordt gelegd? En als partijen hiervoor een sluiproute vinden, hoe kunnen burgers dan gedwongen worden risicovol te beleggen bij een pensioenfonds?

Martin Pikaart, een van de oprichters van het Alternatief voor Vakbond, publiceerde onlangs een onthutsend boek over de pensioenperikelen. Hij verzet zich al langer tegen het gebrek aan vertegenwoordiging van jongere generaties in de organen die over de oplossing van het vergrijzingsprobleem gaan. In De pensioenmythe schetst hij een ontluisterend beeld van de afspraken en zekerheden in het Nederlandse pensioenstelsel. Het is geen pamflet, maar een grondig onderbouwde analyse. Zijn devies: de slogan ‘Je werkt één dag in de week voor je pensioen’ kan beter vervangen worden door ‘Je werkt twee dagen in de week...voor iemand anders zijn pensioen. Het is aan sociale partners en politici om zulke conclusies te weerleggen.