Droom, realiteit, simulatie: zoek de verschillen

‘Source Code’ speelt met ideeën uit filosofie, wetenschap en experimentele literatuur. Die duiken ook in andere films steeds vaker op: we geloven niet meer zo in de realiteit.

Nepwereld

„Welke simulatie is dit?” Dat vraagt kapitein Colter Stevens van Source Code wanneer hij ontwaakt in een onbekend lichaam. In de jaren zeventig was dat „welke drug is dit?” geweest, maar Stevens is opgegroeid in een tijdperk van internet, videogames en simulatie. Een geheel kunstmatige wereld verbaast hem niet echt. Source Code raakt aan de ‘brein in een vat’-kwestie: hoe te bewijzen dat de realiteit geen simulatie is in een kunstmatig gestimuleerd brein dat in een vat ronddrijft? In de Matrix-trilogie (1999-2003) vervaardigen machines zo’n synthetische realiteit om mensen rustig te houden, in Dark City (1998) betreft het een experiment van aliens met ons als proefdieren. Ook in Adjustment Bureau met Matt Damon, eerder dit jaar in de bioscoop, blijken we radertjes te zijn in een meesterplan. De held gebruikt dan doorgaans zijn vrije wil om aan zo’n onvrije nepwereld te ontsnappen of hem naar zijn hand te zetten, liefst met zijn ( virtuele) meisje.

Droomwereld

Kapitein Stevens van Source Code leeft deels in een simulatie, deels in een zelfgeschapen illusie. Films die zich afspelen in iemands onderbewustzijn of dromen zijn ouder: men denke aan de The Wizard of Oz (1939). Varianten: de wereld als zinsbegoocheling van een stervend brein (Jacob’s Ladder, Enter the Void) of zelfs van een geest die zijn dood niet accepteert (The Sixth Sense, The Others). Normaliter ziet de held(in) tenslotte de realiteit onder ogen, en wij met hem. Maar in twee hitfilms van vorig jaar, Inception en Shutter Island, is het dubieus of aan de zinsbegoocheling valt te ontsnappen, en in The Matrix is de simulatie beter dan de realiteit. Ook Source Code verwerpt elke hiërarchie tussen realiteit, droom en simulatie.

Plooibare wereld

We zouden graag gedane zaken ongedaan maken: in de film kan dat ook. Door tijdreizen, zoals in The Butterfly Effect of Back to The Future, waarin Michael J. Fox net zolang in de tijd reist tot hij zijn ideale toekomst heeft gemaakt. Source Code herinnert eerder aan Groundhog Day (1993), waar Bill Murray steeds dezelfde dag in hetzelfde suffe dorp beleeft. Ook in Source Code benadert Stevens via herhaling, trial and error, zijn ideale realiteit. Dat veronderstelt een zeer plooibaar universum. Tegenovergesteld is de ‘predestinatie paradox’: elke ingreep om een ongewenste toekomst te voorkomen veroorzaakt die toekomst juist. Zie de Oedipusmythe, het gedicht ‘De tuinman en de dood’ en films als Twelve Monkeys.

Parallelle wereld

De theorie van een oneindig aantal parallelle werelden is populair in de film: zo kan je bijvoorbeeld werelden verzinnen waar apen over mensen heersen (Planet of the Apes, 1968, 2001). Mr. Nobody (2010) van Jacco van Dormael is een puzzelfilm die zelf een ‘multiversum’ is. Een jochie stelt zich op een perron mogelijke levens voor: met pa in Engeland blijven of bij ma in Amerika wonen? Trouwen met het meisje met de rode, gele of blauwe jurk? Parallelle werelden veronderstellen ook een oneindig aantal versies van jezelf: troost voor atheïsten. In Rabbit Hole (2011) bedenkt de rouwende moeder Nicole Kidman dat haar dode zoon Kevin elders dus nog wel leeft en dit „slechts de treurige versie van mij is.”

Meerkeuzewereld

Net als een simulatie, een droom of een tijdmachine kan een parallelle wereld een ontsnapping bieden uit een ondraaglijke realiteit. Maar elke parallelle wereld kent weer eigen winnaars en verliezers: Source Code heeft niet voor iedereen een happy end in petto. Dat raakt de meerkeuzewereld van Lola rennt, Sliding doors en vooral Krysztof Kieslowski’s Blind Chance (1981). Daarin haalt of mist de jonge Witek driemaal nipt een trein, wat leidt tot drie radicaal andere levens waarin Witek communist, religieus anticommunist en conformist wordt. Dat laatste leven lijkt het beste – tot Witek nogal abrupt sterft in een dom vliegtuigongeluk. We zijn architecten van ons lot, maar weten niet hoe dat eruit ziet. Kapitein Stevens van Source Code gun je iets beters dan de held van Possible Worlds (2000): hij denkt tussen parallelle werelden te reizen, maar is slechts een brein dat in een vat ronddobbert.

Coen van Zwol