De tram en de bus zijn goed voor de economie

Gisteren staakte het stadsvervoer in Amsterdam, vandaag staakt het in Den Haag, morgen in Rotterdam. De stakingen zijn gericht tegen het kabinetsbeleid om de lokale vervoersbedrijven aan te besteden en 142 miljoen euro te bezuinigen.

Het is niet voor het eerst dit jaar dat het openbaar vervoer in de grote steden platgaat. Minister Schultz (Infrastructuur, VVD) toonde zich op de valreep een beetje gevoelig door 23 miljoen voor investeringen toe te zeggen. Maar voor de bonden was dat geen reden de stakingen alsnog af te blazen. De vraag is hoeveel zin deze acties, met alle ongemak van dien voor de reizende clientèle, eigenlijk hebben. De financiële ingrepen van het kabinet in andere sectoren van de maatschappij gaan veel verder.

De actievoerders strijden niet alleen tegen de kortingen door het rijk maar ook tegen het voornemen van VVD en CDA, gesteund door de PVV, die daarmee een verkiezingsbelofte brak, om het stadsvervoer te privatiseren, zoals in het streekvervoer is gebeurd.

GVB (Amsterdam), RET (Rotterdam) en HTM (Den Haag) zullen straks met andere bedrijven moeten strijden om het lokale vervoer te mogen verzorgen. Hoewel de bonden menen dat het openbaar vervoer in bijvoorbeeld de provincies Groningen en Drenthe er op is achteruitgegaan sinds de privatisering, is het de vraag wat er eigenlijk tegen aanbesteding is. Er zijn ook goede voorbeelden. Bovendien: als GVB, RET en HTM goede bedrijven zijn, hebben ze een voorsprong en maken ze kans op de opdracht. Als ze hun klanten slecht bedienen, is het maar goed dat een ander bedrijf zich kan bewijzen.

Essentiëler is de bezuiniging van circa 120 miljoen euro op het openbaar vervoer in de drie grote steden. Die gaat ten koste van de kwaliteit van de dienstregeling en misschien wel duizenden banen. Het openbaar vervoer en de passagiers betalen zo de prijs van de financiële crisis die het kabinet heeft genoopt om 18 miljard te bezuinigen. Net zoals in de zorg wordt die pijn stevig gevoeld. Alle sectoren moeten bijdragen.

Maar de ene bezuiniging is de andere niet. De Amsterdamse vervoerswethouder Etic Wiebes (VVD) heeft twijfels over de aard van het beleid. Hij is niet tegen vollere bussen, doelmatiger lijnen en duurdere kaartjes. „Laten we snoeien om te groeien”, aldus de VVD’er. „Deze bezuinigingen leveren geen groei op”. Wiebes heeft daarom, nota bene op de website van de VVD zelf, opgeroepen tot protest tegen het „eigen kabinet”.

De noodzaak van goed openbaar vervoer is buiten kijf. Volgens het GVB stapte er in 2009 dagelijks 817.000 maal een reiziger in een tram, metro of bus. Moet dat zo blijven? Liefst wel. De economie vaart er wel bij. Pijnlijke bezuinigingen zijn onvermijdelijk. Maar het kabinet doet er goed aan oog te houden voor de kritiek van wethouders als Wiebes.