'De grote vraag is: hoe lang kun je nog zwijgen?'

Regisseur Pablo Larraín maakt verontrustende films over de zwarte bladzijden van de geschiedenis van Chili. ,,Van veel doden weten we niet eens wie ze zijn.”

Met Tony Manero voegde de Chileense filmmaker Pablo Larraín (1976) een seriemoordende, discodansende Saturday Night Fever-maniak aan de filmgeschiedenis toe. Maar eigenlijk was die veelbekroonde film natuurlijk een politieke film over het geweld onder de dictatuur van Pinochet in zijn land. Pikant, omdat zijn vader als rechtse politicus en senaatsvoorzitter een enthousiaste Pinochet-aanhanger was en zijn moeder afkomstig uit een van de rijkste families van zijn land, omstreden om hun mensenrechtenschendingen en landonteigeningen van Mapuche-indianen: ,,Ik denk niet dat mijn ouders mijn films zien. Maar het is gecompliceerd. Net als alle ouders willen ze natuurlijk ook gewoon trots op hun kinderen kunnen zijn.”

Het kale en nog verder uitgebeende Post mortem (2010) brengt het engagement van de filmmaker nog een stukje verder aan de oppervlakte. De lijken die zich rondom hoofdpersoon Mario opstapelen in het mortuarium in Santiago, daags na de staatsgreep van 1973, laten niets te raden meer over. Een bizar en een gruwelijk beeld. Waarom moest dat zo expliciet? Larraín, te gast op het Filmfestival Rotterdam eerder dit jaar: ,,Het is opvallend hoe verschillend er in Europa en in Chili naar mijn films wordt gekeken. Buiten Chili ziet men meteen de politieke metaforen. Thuis worden de films eigenlijk een beetje doodgezwegen en vragen de weinige recensenten zich af waarom ze zo weinig politiek zijn. Je ziet helemaal niets, zeggen ze dan, waar zijn de tanks, waar zijn de militairen?”

Waar zijn ze?

,,Haha. Voor mij zijn ze meer dan aanwezig. Ik heb die scènes wel gedraaid, maar ik heb ze eruit gesneden. De enige exterieurs van de demonstraties en rellen en razzia’s die er zijn overgebleven zien we vanuit Mario’s auto. Heel claustrofobisch. Maar noodzakelijk, want de situatie was claustrofobisch: wie kun je nog vertrouwen, wie is tegen wie, voor wie moet je zijn, wie moet je helpen.’’

Waar komt het idee vandaan om een film met een stapel lijken te maken?

,,Google. Ik was aan het researchen, maar je weet nooit precies waar je naar zoekt in een creatief proces. Dat is vaak ook een kwestie van intuïtie. Van iets vinden. En toen was het daar. Op het web. Het autopsierapport van Salvador Allende is gewoon openbaar. Het is een ijzingwekkende tekst. Technisch, technocratisch, onpersoonlijk. Meteen snap je hoe de dictatuur van de bureaucratie werkt. Als je dat leest lees je niet alleen de autopsie van een president. Je leest de autopsie van een land. De rapporten waren door drie mensen ondertekend. Twee van hen waren bekende dokters, de derde was onbekend. Mario Cornejo. Dat intrigeerde mij. Wie was die derde man? Uiteindelijk bleek hij overleden te zijn, maar zijn zoon heeft me zoveel mogelijk over zijn vader verteld. Wat er op neer kwam dat hij zeer behulpzaam was, maar me niets kon vertellen. Zijn vader heeft altijd zijn mond gehouden over die periode. Dat is zo kenmerkend voor Chili. Dat grote zwijgen.’’

Dat zwijgen van personages die als slaapwandelaars op de meest gruwelijke situaties reageren staat zowel in ‘Tony Manero’, als in ‘Post mortem’ centraal. En beide keren kijken we naar het uitgestreken gezicht van acteur Alfredo Castro.

,,Alfredo kan dat soort apathische karakters als geen ander spelen. Mensen die in een permanente staat van ontkenning leven. Die denken dat als ze niets doen, dat dan het leven geen greep op ze kan krijgen. Maar alles wat er om je heen gebeurt laat altijd zijn sporen na. De grote vraag is: hoe lang kun je blijven zwijgen? Hoe lang kun je die morele verwarring aan?’’

Het einde van uw film is tamelijk verwarrend. Kunt u er zonder het te verklappen in algemene termen iets over zeggen?

,,Er zijn in Chili zoveel mensen verdwenen. We weten niet waar ze zijn, en we weten niet door wie ze gedood zijn. En er zijn doden waarvan we niet weten wie ze zijn. Ook daarvoor geldt dat het makkelijk lijkt om alles wat je niet bevalt letterlijk onder het tapijt te vegen, in de kast te stoppen. Pas in februari van dit jaar is Allende’s zaak geopend. Let wel: niet heropend. Nee, voor de eerste keer geopend. Nu pas kan het raadsel rond zijn dood – was het moord of zelfmoord? – worden opgelost. In Chili beginnen we pas nu met onze geschiedenis te leven.’’