Christenslaven komen op 18 september op de buis

In zijn wisselcolumn (Opinie, 1 juni) refereert Martin Bosma aan een bijdrage mijnerzijds in een bijlage bij NRC Handelsblad van 23 december 2008, waarin familieverhalen waren opgenomen. Bosma meldt ten onrechte dat de NTR in zijn komende vijfdelige serie over de slavernij geen aandacht schenkt aan de christenslaven. De eerste aflevering, die zal worden uitgezonden op 18 september, zal hierover gaan. Ik werk hieraan mee. De overige vier afleveringen gaan over de trans-Atlantische slavernij.

Het misverstand van Bosma is begrijpelijk. Tot op heden zijn de christenslaven ongenoemd gebleven in de publiciteitsuitingen van de NTR over deze serie.

Ook het NiNsee laat op zijn website over Nederlands slavernijverleden de christenslaven ongenoemd. Verder verzwijgt het NiNsee de rol van de Arabieren in de geschiedenis van de slavernij. De Arabieren waren allang voor de Europeanen actief en zijn ook veel langer doorgegaan.

Historicus Harry Jansen reageerde op de column van Bosma (Opinie, 3 juni). In zijn reactie meldt hij dat de rifpiraten vaak Nederlanders zijn. In de literatuur is sprake van circa vijfhonderd zogeheten renegaten. Dit aantal rechtvaardigt niet de kwalificatie ‘vaak’. Verder stelt hij dat Turkije de Nederlandse opstand tegen Spanje op verregaande wijze steunde. Ook deze mededeling is ongefundeerd. In de Nederlanden waren geen Turkse regimenten actief. Ook heeft Turkije geen financiële bijdragen verleend aan de opstand.

Wel hadden Turkije en Nederland Spanje als gemeenschappelijke vijand. Toen de Nederlandse schepen de Middellandse Zee gingen gingen bevaren, ontdekten ze al snel dat dit voor de Turken geen reden was om geen Nederlandse schepen te kapen.

Peter Hollander

Heemstede