Aziatisch lieveheersbeestje eet sneller luis dan het inheemse

Met stapels petrischaaltjes vol lieveheersbeestjes zaten Hadewych van der Burgh en Astrid Kruitwagen vorig jaar zomer in de trein. Ze waren op weg naar huis, na een bezoek aan promovendus Lidwien Raak-van den Berg op de Universiteit van Wageningen. Zij doet onderzoek naar lieveheersbeestjes en gaf de twee scholieren van het Corderius College in Amersfoort een inheemse (Adalia bipunctata) en een Aziatische lieveheersbeestjessoort mee (Harmonia axyridis). De laatste soort komt nog niet zo lang in Nederland voor, en heeft zich in een paar jaar tijd breed verspreid.

Hun hele zomervakantie kweekten Astrid en Hadewych beide soorten lieveheersbeestjes. Gewoon thuis, op de kamer van Astrid.

Het kweken was een hele klus. „We moesten de lieveheersbeestjes regelmatig te eten geven en kijken of er in alle bakken eitjes waren gelegd. Per dag haalden we zo’n twintig klontertjes met eitjes weg, om verder te kweken”, zegt Astrid aan de telefoon. „Dat het zo veel werk zou zijn, had ik niet gedacht.”

De twee vergeleken de in- en uitheemse soorten in een serie experimenten. Larven van het lieveheersbeestje lusten luizen. Bij een van hun proeven plaatsten ze één larve en één luis op een blad. Dat was priegelwerk: „Larven van lieveheersbeestjes zijn een maar halve centimeter groot. Bladluizen zijn zelfs nog iets kleiner”, vertelt Astrid. Daarna klokten de twee scholieren hoe lang het duurde voordat de larve was opgepeuzeld.

De Aziatische exoot won. Dit diertje bleek een stuk efficiënter in het vinden en verschalken van zijn prooi dan zijn Europese tegenhanger.

Waarom kozen Hadewych en Astrid lieveheersbeestjes als onderwerp voor hun profielwerkstuk? „Ik was lieveheersbeestjes aan het determineren met een oud tabellenboekje. Toen vond ik er eentje die niet in het boekje stond. Op internet kwam ik er later achter dat het ging om de exoot Harmonia”, vertelt Astrid. „Harmonia heeft een deukje in het dekschild en een zwarte letter ‘M’ op zijn kop. Als je dat eenmaal weet, herken je ze meteen.”

De twee scholieren gaan door in de biologie. Hadewych gaat het vak volgend jaar in Utrecht studeren, Astrid begint in Wageningen.