Armen van Afrika worden steeds rijker

Sinds de economische crisis is de wereld gekanteld, stelt de Wereldbank. Voorspoed is niet langer uitsluitend voorbehouden aan het rijke westen. Een interview met Andrew Burns.

De economische wereld staat op zijn kop. Kijk naar hoe landen sinds de crisis groeien en het beeld is duidelijk: traditioneel arme landen, met lage inkomens, groeien stevig, ze hebben begrotingsoverschotten en trekken veel aandacht van buitenlandse investeerders. Dit jaar groeit Angola met 6,7 procent, Bangladesh met 6,2 procent en Algerije met 3,7 procent, blijkt uit economische voorspellingen die de Wereldbank gisteren presenteerde.

Dat zijn groeicijfers waar Europese en Amerikaanse regeringsleiders van zullen likkebaarden. Als Amerika in het huidige tempo groeit komt het land op jaarbasis niet verder dan 1,8 procent, de eurozone groeit naar verwachting even hard. „Het is duidelijk dat opkomende landen de crisis lang en breed achter zich hebben gelaten”, zegt econoom Andrew Burns van de Wereldbank. „Terwijl Europa en de VS nog met problemen zitten kan de opkomende wereld zich richten op de toekomst.”

Hoe komt het dat juist armere landen goed uit de crisis zijn gekomen?

Burns: „De gevolgen van een crisis zijn altijd heftiger en de nasleep langer daar waar ze begon. Opkomende landen hadden eind 2008 en 2009 vooral last van een scherpe en gelijktijdige crash van de wereldhandel. Maar ze hadden niet de financiële problemen en de schuldexcessen waar de VS en Europa mee zaten. Veel ontwikkelingslanden hadden juist comfortabele overschotten die als stootkussens de gevolgen van de crisis opvingen.”

Waar hadden ontwikkelingslanden die riante uitgangspositie aan te danken?

„In de jaren negentig ontstond het besef bij ontwikkelingslanden dat ze een strenger begrotingsbeleid moesten voeren om schulden af te betalen. Tegelijkertijd werd een belangrijk deel van de schulden die ze in de jaren zestig en zeventig hadden opgebouwd kwijtgescholden. Dat zorgde voor gezondere overheidsbalansen. De jaren vlak voor de crisis, van 2003 tot 2007, waren economisch fenomenaal. Als gevolg konden ontwikkelingslanden een veel actiever crisisbeleid voeren. Ze hadden meer ruimte om via overheidsuitgaven te stimuleren, waar rijke landen vooral moesten bezuinigen.”

Betekent economische groei ook dat de bevolking rijker wordt?

„Zeker. Het is bemoedigend dat niet alleen de bekende grote landen – India, China – of de landen met middelhoge inkomens – Zuid-Afrika – bijdragen aan de goeie groei van de opkomende wereld. Landen ten zuiden van de Sahara, traditioneel een arme regio, doen het ook goed. Nigeria groeit dit jaar waarschijnlijk met 7,1 procent. We zien ook dat de economische vooruitgang bij de bevolking terechtkomt. Het aantal mensen dat op minder dan een dollar per dag leeft, daalt ook daar. Is het een perfect verhaal? Nee. Afrikaanse landen zullen de VN-doelstellingen om armoede te bestrijden niet op tijd, in 2015, halen. Maar ze komen wel in de buurt en economische groei speelt daar een cruciale rol in.”

De Wereldbank waarschuwt wel voor de desastreuse gevolgen van een voedselcrisis voor de armsten op aarde.

„Klopt. Sinds juni vorig jaar is de gemiddelde prijs van voedsel dat internationaal verhandeld wordt met 43 procent gestegen. Deels komt dat door oogstproblemen – droogte in Rusland een belangrijk graanland, overstromingen in Australië – en deels komt het door een toenemende vraag. Hoe rijker de wereld wordt, hoe meer er gegeten wordt.

Wie wordt daar het zwaarst door getroffen?

„De wereld is niet gelijk en de markt is niet perfect. De gemiddelde prijs van lokaal geproduceerd en geconsumeerd voedsel is wereldwijd met 12 procent gestegen. Een land waar de bevolking afhankelijk is van geïmporteerd voedsel als rijst, wordt dus veel harder geraakt dan een land waar de bevolking zwaar leunt op lokale producten als cassave of sorghum. Een land dat niet totaal verbonden is met de internationale handel kan minder last hebben van hogere prijzen. Vorig jaar haalden Zambiaanse maisboeren een recordoogst binnen waardoor de prijs met 30 procent daalde, terwijl wereldwijd de maisprijs vorig jaar over de kop ging. Veel kleine eilandstaatjes en woestijnlanden moeten voedsel op de internationale markten kopen. Niet toevallig zijn de Seychellen een van de landen waar voedselprijzen het hardst stegen. Twaalf van de veertien landen in het Midden-Oosten importeren 80 procent van hun graan. Dat zijn kwetsbare plekken.”

Hoe belangrijk is China voor de groei van ontwikkelingslanden?

„Zeer. China gebruikt 40 procent van de jaarlijkse wereldvoorraad van metalen. Grondstofrijke landen in Azië en Latijns-Amerika profiteren van de groei in China. Het is geen toeval dat Brazilië, Argentinië en Congo tegen de limiet van hun maximale productiecapaciteit zitten met oplopende inflatie als gevolg.

Er zijn grote zorgen over een mogelijke vastgoedzeepbel in China.

„Met recht zijn autoriteiten in China daar zeer bezorgd over. De vastgoedprijs stijgt snel en er is sprake van speculatief handelen. Daarom heeft de overheid maatregelen getroffen en kredietverlening beperkt in een poging de markt af te koelen. Mocht dat niet lukken en mocht er inderdaad een zeepbel knappen dan zijn de gevolgen voor de Chinese economie groot. Ook opkomende landen die afhankelijk zijn van export van koper, ijzererts, staal en kolen zullen aanzienlijk minder exporteren.”

Vormen de twee zwarte zwanen van dit jaar – Fukushima en de Arabische Lente – een gevaar voor groei?

„Beide gebeurtenissen hebben vooral lokaal invloed op de economie. In Egypte daalde de economische productie met 20 procent in Tunesië met 17 procent door de politieke instabiliteit. We zien wel dat die landen snel de draad weer oppakken. De productie in Tunesië steeg in maart met 8 procent. Het grootste risico voor de buitenwereld is de olieprijs. Tijdens de Iraanse revolutie en de uitbraak van de Iran-Irakoorlog verdubbelde de prijs van olie. Hetzelfde gebeurde toen Irak in 1991 Koeweit binnenviel. Nu steeg de olieprijs van 90 dollar per vat in december tot 112 dollar eind april. Als de onlusten in het Midden-Oosten aanhouden en erger worden is het goed mogelijk dat de olieprijs nog heftiger reageert. In ontwikkelingslanden zouden voedselprijzen nog verder stijgen.”

Wat gebeurt er als de eurocrisis uit de hand loopt?

„Los van de rol die Europa speelt als belangrijke handelspartner? Financiële markten zouden door de Europese schuldencrisis een algemene angst voor schulden kunnen krijgen. Beleggers zouden dan sneller schulden in opkomende landen kunnen bestraffen. Tot nu toe is dit niet gebeurd. De premies op faillissementsverzekeringen van opkomende landen bewegen nauwelijks met de crisis in Europa. Een ander risico is dat sommige Europese banken een belangrijke rol spelen in opkomende landen. Spaanse en Portugese banken zijn grote jongens in Latijns-Amerika. Het gevaar is dat zij hun buitenlandse activiteiten terugschroeven als het minder in Europa gaat. Dat is de neiging om in moeilijke tijden risico’s te willen beperken. Het grappige is dat momenteel juist het tegenovergestelde plaatsvindt: de winstgevende dochterdivisies in Brazilië, Argentinië, Chili en ook Centraal Europa zijn een zegen; ze vullen juist de gaten en versterken de balansen van de West-Europese banken.”