Archief Van der Meij ontdekt

Het archief van de architect die het Scheepvaarthuis en de krullen (urinoirs) in Amsterdam ontwierp, is teruggevonden in het Limburgse Geulle.

Hij ontwierp een van Amsterdams mooiste gebouwen: het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade , opgeleverd in 1928, tegenwoordig een hotel.

Hij stierf arm en miskend in Limburg. En ook het archief van architect Joan Melchior van der Meij (1878-1949) was zoek.

Maar daar heeft grafisch ontwerper Paul Smeets uit het Limburgse Geulle verandering in gebracht. Hij heeft na jaren speurwerk het verloren gewaande archief van Van der Meij boven water gehaald.

Uit die archieven blijkt ondermeer hoe vooruitstrevend Van der Meij te werk ging. Zijn collega’s werkten nog met schetsen en tekeningen, met aquarellen als ze klanten echt lekker wilden maken.

Maar Joan Melchior van der Meij gebruikte honderd jaar geleden al fotografie. Met potlood probeerde hij op een foto van de bestaande bebouwing op de hoek van de Prins Hendrikkade en de Binnenkant in hartje Amsterdam de juiste maatvoering voor zijn Scheepvaarthuis te vinden.

Paul Smeets ontdekte als student op de kunstacademie in Amsterdam dat Van der Meij in hetzelfde dorp had gewoond als hij. Verhalen over het verloren gaan van stukken in de oorlog leken hem onwaarschijnlijk. „Mijn vader vertelde altijd dat hier in de oorlog alleen de brug over het Julianakanaal is opgeblazen, maar verder geen schot is gelost.”

Zijn scepsis loonde. Het nu bijeengesprokkelde archief omvat brieven, reistekeningen, blauwdrukken, kaarten, plattegronden, schetsen, aquarellen en glasplaatnegatieven.

Smeets noemt omgevingsbewustzijn als een van de grote kwaliteiten van Van der Meij. Zijn ontwerpen werden niet zomaar ergens neergeplant. Het Scheepvaarthuis, onderkomen voor zes scheepvaartmaatschappijen, bracht moderniteit in een grachtengordel met eeuwen geschiedenis en toch borduurde veel in het ontwerp voort op het bestaande: de bakstenen, de dakkapellen, de schoorstenen, de twee aan twee gepaarde ramen die in het kolossale blok verticale lijnen creëerden.

Van der Meij’s Scheepvaarthuis in Amsterdam schuin tegenover het Centraal Station, wordt algemeen gezien als het eerste gebouw dat volledig in de stijl van de Amsterdamse School werd gebouwd.

„Hetgeen voornamelijk te danken is aan De Klerk en Kramer die in die tijd op het bureau van Van der Meij werkten”, voegt een handboek als de Architectuurgids Nederland (1900-2000) van Paul Groenendijk en Piet Vollaard daar aan toe.

„Onterecht”, meent Smeets. „Het archief laat zien dat De Klerk en Kramer over de detaillering gingen: de stoffering en de lampen, dat soort werk. Het totaalontwerp was van Van der Meij.”

De architect heeft nog een belangrijke schepping in Amsterdam nagelaten: de ijzeren urinoirs, de krullen, in de hoofdstad.

Kenners spreken van ‘Van der Meij-krullen’.

Van der Meij zat in zijn laatste jaren volledig aan de grond. In 1937 ging zijn kantoor failliet. In 1942 moest hij de door hemzelf ontworpen villa in Geulle verkopen. Met zijn vrouw ging hij wonen op de hooizolder van de boer ernaast. Zo bleef hij zicht houden op zijn geesteskind.

De uit de Rijnmond afkomstige Van der Meij streek in 1910 in het Zuid-Limburgse dorp neer, nadat hij als meervoudig winnaar van de Prix de Rome met zijn vrouw vier jaar door Europa had gereisd.

Hij kocht er een driehonderd jaar oude hoeve die hij ombouwde tot atelierwoning, vier uur treinen van zijn werk in Amsterdam.

Smeets hoopt dat hij met een boek over de archiefvondsten en een expositie Van der Meij meer recht kan doen: „Ook na het Scheepvaarthuis heeft hij nog zeker zijn verdiensten gehad. Hij richtte met anderen de NV Bouwmaatschappij De Lairesse op. Hij werd daarmee zijn eigen opdrachtgever, wat resulteerde in een complex met ateliers, een school, een hotel, tennisbanen en zijn eigen bureau. Dat zijn omgevingsbewustzijn werd herkend, blijkt uit het feit dat hij vaak voor lastige projecten werd gevraagd. Maar zakelijk was hij niet altijd de handigste, maar vooral de tijd zat niet mee: twee Wereldoorlogen en een crisis. Dat was te veel voor hem.”