'Arabische Lente' heeft de wereld gevaarlijker gemaakt

De opstanden in het Midden-Oosten brengen een verhoogd risico mee voor het internationale bedrijfsleven. Daarnaast blijft terrorisme een ernstig gevaar.

Dat heeft de internationale verzekeringsmakelaar en risico-adviseur Aon gisteren gemeld bij de publicatie van de ‘terrorisme en politiek geweld kaart’, een risico-analyse van tweehonderd landen. De afgelopen jaren bleef de kaart beperkt tot de terrorismedreiging; wegens het gegroeide risico is politiek geweld dit jaar toegevoegd. „De combinatie van politiek geweld en terrorisme maakt het aantal ingrijpende risico’s voor bedrijven breder en meer divers van aard”, aldus Erwin Muller, directeur van het Instituut voor veiligheids- en crisismanagement van Aon.

Waar vorig jaar zeven landen in de gevaarlijkste categorie terechtkwamen – risicolanden als Afghanistan, Somalië, Irak en Jemen – hebben nu zestien landen de kwalificatie „zeer hoog risico”. ‘Arabische Lente’-toevoegingen zijn Egypte, Libië en Syrië. Daarnaast zijn verscheidene Afrikaanse landen, waaronder Nigeria, Zimbabwe en Soedan, in deze categorie ingedeeld wegens het risico van staatsgreep en rebellie. India, vorig jaar nog in de gevaarlijkste klasse wegens het grote aantal aanslagen, wordt dit jaar een geringer risico geacht.

Aon Nederland meldde in het afgelopen jaar veel internationaal opererende Nederlandse bedrijven te hebben ondersteund die gevolgen ondervonden van de opstanden in Noord-Afrika, waaronder evacuaties uit Libië. Volgens woordvoerders van Aon ondervinden bedrijven ook indirecte hinder, zoals problemen van toeleveranciers.

Verder blijven terreurgroepen actief. Als voorbeelden worden genoemd de aanslag begin dit jaar op de internationale luchthaven Domodedovo in Moskou (35 doden) en de – mislukte – poging van het Al-Qaeda-filiaal in Jemen om vliegtuigen op te blazen, vorig jaar oktober.