'Wij zijn volkomen transparant'

KLM-topman Peter Hartman wordt de nieuwe voorzitter van luchtvaartorganisatie IATA. De organisatie kampt door de crisis met grote interne tegenstellingen.

President-directeur Peter Hartman van KLM heeft sinds vandaag een nevenfunctie. De overkoepelende organisatie van luchtvaartmaatschappijen IATA benoemde hem op de jaarvergadering in Singapore tot voorzitter. Het komt op een moment dat de tegenstellingen binnen IATA toenemen. De maatschappijen uit de Golf vinden dat ze te weinig stem krijgen in de organisatie en rebelleren openlijk.

Topman Tim Clark van Emirates uit Dubai deed IATA gisteren af als „een instelling voor weinigen die wordt gerund door die weinigen”. Heeft hij gelijk?

„Nee, natuurlijk niet. De Board of Governors van IATA wordt democratisch gekozen op basis van alle regio’s en ook de Golf is wel degelijk vertegenwoordigd. Hoe groter het aandeel in de luchtvaart van een gebied, hoe groter de vertegenwoordiging. Meneer Clark zegt wel vaker wat. Hij weet feiten en fictie niet zo goed te scheiden. Als jij niet bent gekozen en je buurman wel, dan zijn de druiven zuur. Als het zo erg was gesteld met IATA, waarom komt Clark hier dan al jaren?”

Het woord achterkamertjespolitiek is gisteren gevallen.

„Niemand is met bewijzen gekomen. In de statuten van IATA zijn alle regels vastgelegd. En daar houden we ons aan. Wat we hier hebben gezien is een open discussie, zichtbaar voor iedereen, in een volwassen organisatie.”

Een andere criticaster uit het Midden-Oosten, Akbar Al Baker van Qatar Airways, stelde gisteren het financiële beleid van de IATA ter discussie. Er zou met geld worden gesmeten, onder meer door een reisbudget van 18 miljoen dollar en 29 miljoen dollar voor consultancy. Is die kritiek terecht?

„Nee, alle uitgaven van IATA zijn bekend en worden keurig verantwoord. Zowel het beleid als de financiën zijn volkomen transparant. Als er één regio in de wereld is die geen recht van spreken heeft als het om transparantie gaat is het het Midden Oosten wel.”

De topman van een maatschappij uit Papoea-Nieuw-Guinea bepleitte een betere vertegenwoordiging van kleine maatschappijen in IATA.

„Dat is mijns inziens doorgestoken kaart. Het was hem vast ingefluisterd door maatschappijen uit het Midden-Oosten. Die man uit Papoea-Nieuw-Guinea zegt normaal nooit iets en ineens doet hij zijn mond open. IATA is een organisatie die democratisch wordt bestuurd, maar je hebt altijd mensen die zich niet aan de democratie willen houden.”

Het aandeel van de luchtvaart in Azië en het Midden-Oosten is gegroeid, moet dat niet beter zichtbaar worden bij IATA?

„Sommige Arabische maatschappijen doen het voorkomen alsof de anderen zijn blijven stilstaan, maar dat is kul. De hele koek van de luchtvaart is de afgelopen tien jaar groter geworden en ja, het aandeel uit de Golf is wel iets sneller gegroeid. In de nieuwe ‘board of governors’ zitten vier vertegenwoordigers van maatschappijen uit het Midden-Oosten. Op 31 leden zegt dat toch genoeg.”

De kritiek op het functioneren van IATA is hard aangekomen bij Giovanni Bisignani, die binnenkort na tien jaar vertrekt als directeur-generaal.

„Ja ik vind dat niet chique voor hem. Ze hadden best even kunnen wachten.”

U bent nu voorzitter van IATA, is dat louter een erefunctie?

„Zeker niet. Ik zit daar namens alle luchtvaartmaatschappijen, onbezoldigd. Met de ‘board of governors’ zet ik het beleid van IATA uit, dat vervolgens wordt uitgevoerd door de directeur-generaal.”

De directeur-generaal is ook nieuw. De Brit Tony Tyler volgt de Italiaan Bisignani op. Gaat er een andere wind waaien?

„Ik ben een ‘Jantje recht vooruit’ en dat is Tony ook. We zullen beleid voeren op basis van feiten, geen fictie. Wij streven naar een sector met eerlijke concurrentie en zo weinig mogelijk bemoeienis van overheden.”

Intussen al met Al Baker gesproken?

„Jazeker. ‘Mijn vriend Hartman, je moet snel naar Qatar komen’, zei hij. Dat gaan we dan maar doen.”