Wie steunt het akkoord nog?

Gemeenten stemmen morgen over het bestuursakkoord. Het verzet lijkt groot. Aan alle kanten heerst verdeeldheid, ook binnen VVD en CDA.

Machomanagement. Zo noemt hoogleraar bestuurskunde Bas Denters de actie van minister Donner (Binnenlandse Zaken, CDA). De minister zei zondag dat het land onbestuurbaar wordt als lokale bestuurders zich tegen het kabinetsbeleid keren. Dat zullen ze morgen waarschijnlijk doen als gemeenten zich uitspreken over het zogeheten bestuursakkoord, waarmee het rijk bevoegdheden overdraagt aan gemeenten en tegelijk bezuinigt.

Gemeenten en rijk staan lijnrecht tegenover elkaar. De controverse is uniek voor Nederland. „Dit past helemaal niet in onze consensustraditie. Opmerkelijk dat Den Haag die spelregels niet meer volgt. Vooral ook omdat de basis van dit kabinet juist nu zo smal is”, zegt Denters. „Ik vind de ramkoers van Donner zorgwekkend. Het gaat hier voor Rijk, provincies en gemeenten om een majeure operatie. Niet het moment voor machomanagement.”

De situatie rond het bestuursakkoord is complex geworden. Lokale bestuurders, ook die van VVD- en CDA-huize, lopen ertegen te hoop. Tegelijkertijd kan het kabinet wijzen op een akkoord met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) waarvan Annemarie Jorritsma (VVD), burgemeester van Almere, voorzitter is.

Hetzelfde speelt bij provincies, die taken op het gebied van natuurbeheer van het Rijk overnemen: Noord-Holland, Flevoland en Friesland hebben zich al tegen het akkoord uitgesproken. Maar ook hier kan Donner wijzen op de handtekening van de vertegenwoordiger van de provincies, het Interprovinciaal Overleg, onder voorzitterschap van Jan Franssen (VVD), commissaris van de koningin in Zuid-Holland.

„Jorritsma en Franssen hebben duidelijk de weerstand in hun eigen kring niet goed aangevoeld. Stevige inschattingsfouten”, zegt Denters. Mirko Noordegraaf, hoogleraar bestuurskunde in Utrecht, vindt die verdeeldheid passen in deze tijd. „Mensen conformeren zich tegenwoordig minder gemakkelijk. Het leiden van zulke verenigingen wordt steeds lastiger. Eigenlijk kan je dat zien als een verlate ontzuiling. De relatie met de achterban is veel minder vanzelfsprekend”.

Aan alle kanten heerst dus verdeeldheid. Ook binnen de VNG, waarin in elk geval de G4 (de vier grootste steden) en de G32 (de club van middelgrote steden) tegen de sociale paragraaf van het bestuursakkoord zijn. Juist op het punt van de sociale arbeidsvoorziening hebben veel wethouders de indruk dat zij in de praktijk de bezuinigingen moeten doorvoeren die het Rijk wenst. Het kabinet zou te weinig geld meegeven als gemeenten vanaf 2013 volledig verantwoordelijk worden voor sociale werkplaatsen, jonggehandicapten en bijstandsgerechtigden.

Dat er op lokaal niveau ook verzet is bij regeringspartijen VVD en CDA verbaast Denters niet. „Het is de taak van lokale bestuurders om op te komen voor de belangen van hun ingezetenen”, zegt hij. „Ik denk dat ze zich met redelijke argumenten verzetten. Je kan niet zeggen dat het om partijpolitieke motieven gaat.”

Noordegraaf zet de woorden van Donner nog in een ander perspectief. „Wat was de onderliggende gedachte in 2007, toen voor het eerst een bestuursakkoord werd gesloten? Het doel was vertrouwensvol samenwerken tijdens de overdracht van bevoegdheden. Maar die uitspraken van Donner schaden juist het vertrouwen. Dat is zorgwekkend.”

Hoe moet het nu verder als de gemeenten daadwerkelijk een streep zetten door het bestuursakkoord? Het kabinet heeft al aangegeven voorbehouden niet te slikken. Twee opties zijn er voor het kabinet: de harde koers vasthouden en met wetgeving de decentralisatie doorzetten. Of opnieuw met gemeenten en provincies om tafel gaan zitten.

Positief vindt Noordegraaf dat weinig mensen tegen de overdracht van taken aan gemeenten (naast sociale arbeidsvoorziening ook op het vlak van jeugdzorg en AWBZ) en provincies zijn. „Die strubbelingen horen bij een overgangsperiode. Maar het aanvankelijke thema, vertrouwensvol samenwerken, raakt op de achtergrond. Er ontstaat irritatie en dat kan precair zijn, zeker bij zulke grote bestuursprocessen.”