Trend: overal in Europa wint centrum-rechts

De electorale taxatie van de centrum-rechtse oppositieleider Coelho was correct. De kiezers in Portugal willen in meerderheid liever dat de overheid wordt getrimd dan dat ze de status quo in stand houden met een combinatie van bezuinigen en hogere belastingen.

Eind maart liet Coelho de socialistische minderheidsregering van premier Socrates vallen. Portugal verkeert in staatsschuldcrisis en heeft 78 miljard euro krediet nodig om zich staande te houden. Vervroegde verkiezingen leken niet bevorderlijk voor de bestuurlijke stabiliteit.

Maar gisteren heeft Coelho toch zijn slag geslagen. Samen met de conservatieve CDS-PP heeft zijn wat liberalere PDS – beide partijen zijn overigens aangesloten bij de christen-democratische Europese Volkspartij – een ruime meerderheid in het parlement gehaald.

Portugal volgt hiermee de Europese trend. Behalve in Griekenland is sinds de kredietcrisis van 2008 bijna overal centrum-links verslagen. Spanje is volgend jaar maart vermoedelijk aan de beurt. Coelho kan nu beginnen met zijn bezuinigingen op onderwijs, zorg en staatspensioenen en overheidsdiensten gaan privatiseren.

Buiten het parlement wordt het echter lastiger dan daarbinnen. De economie zal dit en volgend jaar mogelijk met 2 procent krimpen. De werkloosheid is intussen tot 12,3 procent gestegen. De vakbonden en nieuwe burgerbewegingen hebben stevig maatschappelijk protest in het vooruitzicht gesteld.

Dat de meerderheid van de nieuwe coalitieregering brozer is dan het zeteltal in de Assembleia da República doet vermoeden, blijkt ook uit de verkiezingsuitslag. Circa 45 procent heeft zich afzijdig gehouden: ruim 41 procent door thuis te blijven en 4 procent door ongeldig of blanco te stemmen. Dat is meer dan ooit in het democratische Portugal.

En dat is een signaal. Het politieke klimaat van Portugal is relatief rustig. Samenwerking en coalities zijn denkbaar. De polarisatie blijft binnen de perken. Maar de afbrokkelende participatie moet wel serieus worden genomen. In Spanje manifesteert zich sinds kort een jongerenbeweging als factor naast of tegen álle politieke partijen.

In Griekenland, van oudsher veel meer gespleten en virulent, keren burgers zich tegen de linkse regering zonder dat de oppositie dat kan incasseren.

Premier Coelho voorziet dat de komende twee tot drie jaar een „zeer moeilijke periode wordt”. Zijn voorganger en partijgenoot Barroso, nu voorzitter van de Economische Commissie, noemde de verkiezingen van gisteren de belangrijkste sinds de val van het fascistoïde bewind in 1974.

Beiden hebben gelijk. Dat is een zware, maar hopelijk niet ondraaglijke, last op de schouders van de politiek wat onervaren Coelho.