'Selecteer kunststudenten'

Elco Brinkman heeft advies uitgebracht over de kunstopleidingen. Ze moeten strenger selecteren en opleidingen bundelen. „Het kwartetten begint nu.”

Naast zijn voorzitterschap van Bouwend Nederland en zijn diverse andere functies was Elco Brinkman de afgelopen maanden ook voorzitter van een adviescommissie voor het kunstvakonderwijs. Het kunstvakonderwijs wordt gegeven op zestien hogescholen, van Gerrit Rietveld Academie tot Fontys Hogescholen, die opleidingen verzorgen van barokviool tot games.

Onder andere in de Tweede Kamer zijn vragen gesteld over de kwaliteit van het onderwijs, of er niet te veel studenten zijn en of de opleidingen wel aansluiten op de snel veranderende beroepspraktijk. Staatssecretaris Zijlstra (VVD, Cultuur) heeft gezegd dat de scholen zich moeten profileren: minder aanbieden en opleidingen onderling verdelen. Maar geen enkele school wil zomaar een studierichting ‘opgeven’. Om het overleg tussen de scholen in goede banen te leiden, werd daarom de adviescommissie ingesteld met Brinkman als voorzitter. Brinkman heeft nu gerapporteerd aan de HBO-raad.

Wat staat er in uw bevindingen?

„Als je de kwaliteit van het kunstvakonderwijs wilt verhogen, moet je je afvragen of er nu voldoende selectiemechanismen zijn. Wij vinden dat er strengere selectie komen aan de instroomkant. Er zou een landelijke toets moeten komen. Ten tweede is er de vraag: kun je de leerlingen voldoende bieden als je opleidingen hebt met weinig aanmeldingen? Scholen die kleine opleidingen aanbieden, moeten kijken naar het belang van studenten én docenten. En kijken vanuit het belang van de sector. Het aanbod moet gebundeld worden. Dat is een bestuurlijk gevecht dat wij niet kunnen oplossen.”

In februari stelde u dat het aantal leerlingen, nu ruim 20.000, met eenvijfde minder moet. Vindt u dat nog steeds?

„Het verschilt per opleiding, maar in grote lijnen zeg ik ‘ja’. Bij de opleiding dans bijvoorbeeld zal je, om frustratie te voorkomen, eerder zeggen tegen een leerling: je bent niet aan de maat. Als de instroom aan de basis minder is, kun je het geld dat je overhoudt gebruiken voor het versterken van de masters opleidingen. Het ministerie heeft daar wel oren naar. De kunst is: hoe ga je dat praktisch vormgeven?”

Wat gebeurt er met uw advies?

„We hebben afgesproken dat de opleidingen zelf verder aan de slag gaan. De HBO-raad heeft dat gisteren aan alle scholen gemeld. Ze moeten intensiever samenwerken en dat gaan ze per regio bekijken. Ik houd me beschikbaar voor aanvullende suggesties. Inhoudelijk volgen de scholen onze redenering dat je moet kijken naar aantallen. Bijvoorbeeld: hoeveel fagottisten heb je op je opleiding? Ook kijken ze naar wat het advies van de Raad voor Cultuur betekent met zijn concentratie van artistieke knooppunten. Ik heb wel gezegd: blijf kijken naar het arbeidsmarktperspectief. Leid je op voor hobby of voor beroep? Voor de creative arts, zoals design, is veel werk, voor andere opleidingen is dat de vraag.”

De HBO-raad wil dat het plan begin juli af is. Komen de scholen eruit?

„Ze moeten wel, anders komen ze in budgettaire problemen. Ze moeten kwartetten: wie houdt wat. En: waar komen die masters opleidingen.”

Wat heeft u het meest verrast?

„Ik ben 63 en oud-minister van Cultuur. Het blijft me verbazen dat scholen spreken over ‘mijn opleiding’. Ik zeg: bekijk het vanuit de kunstbeoefening. Kunstenaars zijn niet in de weer voor Tilburg of Enschede. Een heel goede leerling moet een vervolgopleiding krijgen in Sint Petersburg en niet op een opleidinkje hier.”