RBC Roosendaal krijgt uitstel van betaling

Dat betekent niet dat de voetbalclub gered is van een faillissement.

RBC Roosendaal heeft gisteren van de rechtbank in Breda uitstel van betaling gekregen. De voetbalclub ziet daarmee voorlopig af van de aangekondigde faillissementsaanvraag. RBC koos voor deze optie omdat schuldeisers hun goederen willen terughalen, en de uitgesproken surseance voorkomt dat ze dat kunnen doen. Aan de financiële situatie bij de club verandert niets.

De rechtbank heeft een bewindvoerder benoemd. Schuldeisers moeten zijn beslissing afwachten voor ze tot actie kunnen overgaan. De club uit de eerste divisie heeft door het uitstel van betaling wat meer tijd om initiatieven te ontwikkelen die de club van de ondergang moeten redden.

Eerder zei advocaat Hans van Oijen dat RBC minimaal 1,6 miljoen euro nodig had. Daarnaast moest de club volgens hem met een degelijk saneringsplan op de proppen komen om het dreigende faillissement af te wenden. De aandeelhoudersvergadering van de NV besloot vorige week het faillissement aan te vragen.

Als de bijna 84 jaar oude vereniging failliet gaat, verliest zij direct haar proflicentie. Volgens de KNVB kan surseance van betaling alleen al een reden zijn om de licentie in te trekken. Volgens de Nederlandse voetbalbond zal de licentiecommissie op korte termijn overleg plegen over de te volgen procedure.

Het naar de Topklasse gedegradeerde Almere City FC neemt bij degradatie mogelijk de plaats van RBC Roosendaal in de Jupiler League in. (Novum)