Preventieve actie kon Srebrenica redden

Nederland verliest zijn tanks. Dat is onverstandig. De val van Srebrenica had kunnen worden voorkomen met meer afschrikwekkende wapens, betoogt Joris Voorhoeve.

Red onze tanks!, roepen de generaals b.d. De Jonge en Vermeulen. Zij vragen mij om dat standpunt te bepleiten bij minister Hillen (Defensie, CDA). Ze vinden ook dat Leopard-2-tanks de slachting in Srebrenica hadden kunnen voorkomen. Ik heb hen een maand geleden, al vóór hun wenken, bediend.

Het lijkt mij niet verstandig om alle Leopards weg te doen. Het argument van Defensie – „we hebben ze in het voorbije decennium niet nodig gehad” – is niet afdoende. Niemand weet hoe de toekomst eruit ziet.

Ik ben het eens met De Jonge en Vermeulen dat Leopards goed van pas kunnen komen in sommige vredesoperaties, als de vijand zware wapens gebruikt. Nog een ander argument is dat wie een wapensysteem wegdoet, ook militairen verliest die ermee kunnen omgaan en vijandelijke tankoperaties begrijpen. Dat zou nog op te vangen zijn door Nederlanders op te leiden bij de Bundeswehr, maar het is handiger om een klein aantal tanks plus kennis en ervaring in eigen huis te hebben en zo nodig weer snel tanksoldaten te kunnen opleiden. De internationale veiligheid kan snel veranderen.

De coalitie van de VVD en het CDA met gedoogpartner PVV bezuinigt te veel op inzetbare gevechtskracht en op andere belangrijke internationale uitgaven, zoals ontwikkelingssamenwerking. Ze moet niet alleen naar uitgaven kijken om de begroting op orde te krijgen, maar ook naar inkomsten. Met enkele kleine correcties op te lage belastingontvangsten kan veel goeds worden bereikt.

De stelling van beide generaals is dat de Serviërs hadden kunnen worden tegengehouden als Leopard-2-tanks Srebrenica hadden verdedigd. Als, ja. Het probleem was dat de Serviërs geen tanks naar Srebrenica lieten rijden. Zij knepen alle aanvoer af, zelfs diesel, voedsel en aflossende militairen. Hoe had Nederland Leopards door Servisch Bosnië naar Srebrenica willen rijden? Dat had alleen gekund door met een NAVO-macht een weg door Centraal Bosnië te vechten, stelde de chef-Defensiestaf in 1995. Was Nederland bereid om uit de VN-vredesoperatie te stappen en Servië maanden voor de aanval op Srebrenica de oorlog te verklaren?

Overigens stonden de lichtbewapende VN-blauwhelmen niet onder Nederlands bevel, maar onder bevel van Britse en Franse VN-commandanten in Sarajevo en Zagreb. De Britse generaal wilde ruim een half jaar voor de Servische aanval harder optreden. De VN wilde dat beslist niet. De Brit had daarom alle VN-blauwhelmen in het voorjaar van 1995 geïnstrueerd om geen geweld te gebruiken, behalve als zij zelf werden aangevallen. Hij nam overigens een paar dagen vóór de Servische aanval op Srebrenica vakantie en kwam terug toen het leed al was geschied. Van hem bestaan geen nare tv-beelden met overwinnaar Mladic.

Ik ben er nog steeds van overtuigd dat de bewoners van de enclave en de vluchtelingen hadden kunnen en moeten worden gered en dat Karremans c.s. hun nachtmerrie had kunnen worden bespaard als grote VN-leden tijdig preventieve maatregelen hadden genomen:

1 Preventieve evacuatie. Dit heb ik in september 1994 bepleit bij de Bosnische regering. Ik kreeg een afwijzing. Het werd beschouwd als meewerken aan etnische zuivering.

2 De plaatsing van blauwhelmen uit diverse NAVO-landen, bij voorkeur uit grote leden van de Veiligheidsraad, die verantwoordelijk waren voor de valse belofte van de safe area-resolutie. Dit zou de politieke drempel om de enclave heen enorm hebben verhoogd. Ik heb diverse NAVO-landen in oktober 1994 benaderd. Even zo vaak kreeg ik nee.

3 Versterking van de hele UNPROFOR-macht, voorgesteld op een conferentie in december 1994 in Nederland. Hierbij zou Nederland extra middelen ter beschikking stellen, als ook anderen over de brug zouden komen. De bijeenkomst is begin mei 1995 herhaald. Geen van de uitgenodigde landen had iets bijgedragen. Het bleef bij nee.

4 Afschrikking toepassen. De NAVO zou de enclave moeten overnemen van de VN. Als de Serviërs zouden aanvallen, zou de NAVO militair relevante doelen van Servië moeten bombarderen. Dit heb ik begin 1995 voorgesteld. Het gevolg was een heftige botsing met mijn collega-minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken, D66). Hij vond dat ik buiten het VN-kader was getreden. Dat was ook zo. Dat kader ontbeerde vanaf 1994 elke regie en leiding.

5 Dan maar een helikopterluchtbrug organiseren. Daarvoor waren bewapende heli’s en transportheli’s nodig. Ik benaderde in april 1995 vier landen. Alleen Noorwegen zei ja. Dat land had alleen geen bewapende heli’s. Een grote bondgenoot bood lege Apaches aan, zonder piloten. Dat was een leeg gebaar. Nederland had toen nog geen Apachepiloten. Het kost ongeveer een jaar om hen op te leiden. Too little too late is nog een vriendelijke samenvatting van de hulp van onze vrienden van de VN en de NAVO in die periode.

Ik ben nog steeds ervan overtuigd dat deze opties het afgrijselijke lot van de enclave had kunnen afwenden, mits ze tijdig zouden zijn toegepast. Toen ik op de Joegoslaviëconferentie van Parijs op 2 juni 1995 een luide oproep deed om Srebrenica niet te vergeten, was het stil. Slechts twee ministers van Defensie reageerden – de Deen, die zei dat ik gelijk had, en de Brit, die droogjes opmerkte dat de VN de blauwhelmen moest terugtrekken als de enclave niet goed kon worden bevoorraad.

De Servische strategen wisten dus allang voor het offensief in juli 1995 dat de VN machteloos waren, door de gijzeling van de Bosnische vluchtelingen. Dat had ook Mladic al begrepen toen de Veiligheidsraad in april een VN-voorstel besprak om alle blauwhelmen uit de oostelijke enclaves te vervangen door enkele onbewapende waarnemers. Servische leiders wisten dat ze de enclaves Srebrenica, Zepa en Gorazde konden oprollen wanneer ze wilden. Ze maakten daarvoor een plan dat al minstens een maand van tevoren bekend was bij twee grote, westerse inlichtingendiensten.

Gelukkig is Gorazde overeind gebleven. Na de val van Srebrenica pasten de troepen leverende landen eindelijk afschrikking toe. Vanuit Londen berichtten zij Belgrado op 22 juli 1995 dat het NAVO-luchtwapen tegen Servië elders zou worden ingezet als zij ook Gorazde zouden aanvallen. Dit dreigement kwam elf dagen te laat voor de mannen en jongens van Srebrenica. De Britse blauwhelmen waren overigens in het holst van de nacht weggereden, met gedoofde lichten. Ze wilden gijzeling en gezichtverlies, zoals Nederland had geleden, een stap voor zijn.

President Sarkozy zag onlangs een ramp als Srebrenica afkomen op Benghazi. Het is aan zijn initiatief te danken dat die stad niet is gedecimeerd. Gelukkig worden niet alle lessen van de geschiedenis vergeten. Hou dus een aantal tanks. Laat politici vooral niet vergeten dat afschrikking nog steeds het beste middel is om misdaden te voorkomen.

Joris Voorhoeve was minister van Defensie, tussen 1994 en 1998.