Plato's schaduw in de grot van de eurozone

‘Niemand weet of de dood, waarvan men vreest dat zij het grootste kwaad is, misschien wel het grootste goed is”, zou Plato hebben gezegd. Voor de oude Griek was dat gissen, maar zijn hedendaagse nazaten weten het antwoord kennelijk al lang. Louka Katseli, de minister van Arbeid, maakte dit weekeinde bekend dat 4.500 ambtenaren nog steeds pensioen krijgen, hoewel ze al overleden zijn. Kosten: 16 miljoen euro per jaar. Hoe lang hun dood al geleden is, en de uitkeringen al ten onrechte worden gedaan? Nog niet bekend. Maar Katseli maakte ook bekend dat er ‘verdacht’ veel Grieken rondlopen die de leeftijd van honderd jaar al gepasseerd zijn.

De verhouding van de bevolking tot de staat is er een van publieke moraal, en de verschillen daarin vertonen binnen de eurozone een opvallend patroon. Tenminste, als de schaduweconomie er op wordt nageslagen. Die schaduweconomie bestaat uit de optelsom van alles dat het officiële circuit omzeilt, en waarover geen belastingen worden afgedragen. Van drugs- en vrouwenhandel tot zwartwerken en omzeilen van belastingen.

Volgens de Duitse econoom Friedrich Schneider bedroeg de gemiddelde omvang van de schaduweconomie in de eurozone in 2009 iets meer dan 16 procent van het officiële bruto binnenlands product (bbp). Het braafst zijn de burgers en bedrijven in Oostenrijk, waar de schaduweconomie 8,5 procent van het bbp bedraagt. Dan volgen Nederland (10,2) en Frankrijk (11,6). Ook Finland (14,2 procent) en Duitsland (14,6) staan nog aan de goede kant van de streep.

Het zal nu nauwelijks als een verrassing komen, maar toch: de omvang van de Portugese schaduweconomie is 19,5 procent, en dat geldt ook voor die van Spanje. Italië komt daarna met 22 procent en aan de top staat Griekenland, met 25 procent. Dat is een kwart van de officiële economie, waarmee mag worden gesteld dat eenvijfde van alle economische activiteit in het land zwart is.

Er zijn twee uitzonderingen. Probleemland Ierland kent een schaduweconomie van 13,1 procent van het bbp, terwijl België met 17,8 procent juist richting de Middellandse Zee gaat. Maar zelfs dan kent de omvang van de staatsschuld en die van de schaduweconomie binnen de eurozone een gezonde correlatie van 0,7.

Hier tekent zich een culturele kloof af, die sterk overeenkomt met de huidige schuldencrisis. De Amerikaanse onafhankelijkheidsoorlog tegen de Britten werd gevoerd onder de slogan: no taxation without representation. Burgers weigerden belasting te betalen als daar geen politieke vertegenwoordiging tegenover stond. Terecht, maar het omgekeerde is óók waar: no representation without taxation. Hoe slechter de belastingmoraal, hoe minder de staat de burgers kennelijk kan schelen. Dat verklaart wellicht de relatief hoge Belgische score.

Hoe meer duidelijk wordt over de Griekse economie en staatsfinanciën, hoe duidelijker het beeld van een overheid wordt wier enige bestaansrecht het lijkt om door haar eigen burgers te worden getild. Kan daar op korte termijn beterschap in worden verwacht?

Vraag dat aan de nabestaanden die illegaal het pensioen innen van de 4.500 overleden ambtenaren. Wellicht kan Plato hier nogmaals helpen, want die wist het 24 eeuwen geleden al: „Zijn kinderen kan men beter een goed geweten nalaten dan geld”.

Maarten Schinkel