Kemal Kilicdaroglu spreekt Turken aan op dorpsheid

De Turkse oppositie mikt niet langer op de verwesterde Turk en zijn angst voor islamisering van het land. De nieuwe leider keert terug naar het platteland.

Als in gebed staat de leider van Republikeinse Volkspartij (CHP), Kemal Kilicdaroglu, voor in zijn campagnebus. Hij prevelt de woorden van de toespraak die komen gaat. Een extra pauze hier, een klemtoon minder daar. Langs hem razen de groene bergen van het Anatolische achterland voorbij. Hij is bijna thuis nu, dit kind van Tünceli. Hij recht zijn rug en geeft toe: „Het heeft te lang geduurd.”

Het was Mustafa Kemal Atatürk, de stichter van het moderne Turkije en zijn verre voorganger als leider van de CHP die het volk inpeperde: de echte meester van het land is de dorpeling. Maar de afgelopen twintig jaar had de partij alleen oog voor de verwesterde stedeling en zijn angst voor de islamisering van de politiek. Elitair, bang voor iedere verandering, geïsoleerd van het land en vooral druk met zichzelf. „We zijn het volk vergeten”, zegt Kilicdaroglu, die 63 jaar geleden in Tünceli werd geboren. „We kwamen hier te weinig. En zij wezen ons beleid af. Maar dat gaan we nu doorbreken.”

Kilicdaroglu werd een jaar geleden in het harnas gehesen, na de roemloze ondergang van zijn norse voorganger Deniz Baykal die door een verborgen camera werd gesnapt in een hotelkamer met een partijmedewerkster. Kilicdaroglu moet afrekenen met de bijna twee decennia durende politiek van zijn voorganger, van rechtlijnig nationalisme en uitsluiting van minderheden.

Hij komt uit een nest van minderheden. Zijn vader was een van de duizenden alevieten die Tünceli moesten ontvluchten nadat hier eind jaren dertig tienduizenden alevieten werden vermoord in een opstand tegen Turkse troepen.

Zijn moeder is Koerdisch, wordt door velen beweerd maar daarmee loopt de nieuwe leider liever niet te koop. „Het maakt niet uit of mijn moeder nu Turks, Koerdisch of Armeens is, ik houd van haar”, zegt hij. Die afwijkende afkomst is in de snoeiharde campagnes van de afgelopen maand een cadeau gebleken voor de tegenstanders. „U weet toch waar hij vandaan komt”, vraagt Erdogan zijn aanhang keer op keer. Waarop tienduizenden supporters van de regerende AK-partij steevast met boe-geroep reageren. Een aleviet als Kilicdaroglu is eigenlijk geen echte moslim, is de boodschap. En die pesterijen zijn hier in Tünceli hard aangekomen bij de alevieten die zich al zo lang voelen uitgesloten van de Turkse politiek. Alevieten (te onderscheiden van de shi’itische alawieten in Syrië) geloven anders dan sunnieten als premier Erdogan. Hun vrouwen dragen geen hoofddoeken, hun mannen gaan niet naar de moskee en doen niet mee aan de ramadan.

„Het doet me verdriet om te horen dat de premier zo praat”, zegt zijn twee jaar oudere broer Yusuf, die onder de duizenden aanhangers is die Kemal Kilicdaroglu in Tünceli ontvangen. Het is gevaarlijk om zo met religieuze identiteit te spelen, vinden ze hier. In buurlanden als Irak hebben Turken kunnen zien wat daarvan komt. In Tünceli houden ze een rotsvast geloof in de beginselen van Atatürk die zijn landgenoten bij de vorming van de republiek in 1923 opdroeg om godsdienst en politiek strikt van elkaar te scheiden.

Kilicdaroglu staat voor een onmogelijke taak. Alle opiniepeilingen voorspellen dat de AK-partij van Erdogan zondag voor een derde keer op een rij de verkiezingen gaat winnen. Na negen jaar van onafgebroken economische groei is onder regie van deze partij Turkije een regionale grootmacht geworden die niet langer genegeerd kan worden.

De premier is zo zeker van zijn overwinning dat zijn hele campagne draait om het jaar 2023, met de belofte dat op de honderdste verjaardag van de republiek Turkije een van de tien grootste economieën ter wereld zal zijn. De AK kwam in 2002 aan de macht als de partij voor de arme diepgelovige Turken die de klassenstrijd aanvoerde tegen de seculiere elite die dit land 80 jaar had geregeerd. Kilicdaroglu probeert in zijn toespraken zijn aanhang te overtuigen dat de AK nu de partij van de macht is en het grootkapitaal. „De AK is geen hervormingspartij, maar een partij van status quo. Als ze hervormers zouden zijn, waarom zitten er dan nu 60 journalisten in de gevangenis? Wie profiteert van die economische groei in Turkije? De werkeloosheid groeit even hard mee. De armoede is chronisch geworden.”

Maar de AK is de afgelopen jaren vooral succesvol gebleken in het mobiliseren van aanhang in de kleinste dorpen, de kleinste wijken. Bij deze verkiezingen draait het er vooral om de overwinning van de AK zo beperkt te houden dat de regeringspartij niet eigenhandig de grondwet kan aanpassen. Kilicdaroglu heeft beloofd af te treden als de CHP minder dan een derde van de stemmen krijgt. In de coulissen wachten de partijgenoten die staan te trappelen om korte metten te maken met zijn hervormingskoers.

Zijn broer Yusuf weet: Kemal is geen vechtersbaas. „Als er vroeger vrienden ruzie hadden, was hij altijd degenen die ze uit elkaar haalde. Hij is zo ontzettend aardig.” In de snoeiharde Turkse politiek is dat niet per se een compliment.