In noodgevallen werkt Duitse federatie niet

De landelijke en regionale bestuurders in Duitsland slagen er nauwelijks in samen te werken in de grote EHEC- crisis. Daardoor weten de consumenten niet waar ze aan toe zijn.

Het waren niet de kiemgroenten. Of misschien toch wel. Wellicht was het een werknemer van de taugéfirma. Of van een tussenhandelaar. Eventueel is het een compleet andere besmettingshaard.

Er begint patroon te komen in de Duitse zoektocht naar de bron van de verraderlijke EHEC-bacterie. Na de Spaanse komkommers en restaurant Kartoffelkeller in Lübeck blijken nu ook de kiemgroenten van kwekerij Bienenbüttel in Uelzen waarschijnlijk niet de primaire haard van infectie. De laboratoriumproeven zijn tot nu toe negatief. Waarmee definitieve bewijzen ook dit keer zijn uitgebleven.

De Duitsers zijn de afgelopen tweeënhalve week bestookt met tegenstrijdige en voorbarige informatie over de EHEC-epidemie. Overzicht, coördinatie en centrale regie ontbreken. Dat heeft de zieken waarschijnlijk niet zieker gemaakt, maar het heeft wel geleid tot veel onzekerheid onder de burgers.

Genadeloos is de zwakke plek van het Duitse federale systeem in noodgevallen blootgelegd: tot vandaag was er zelfs geen centraal hotlinenummer dat mensen kunnen bellen voor informatie over de EHEC-bacterie. Taken en verantwoordelijkheden zijn opgedeeld tussen deelstaten, gezondheidsinstituten en de landelijke overheid in Berlijn. „Het hapert in de afstemming tussen de diverse instanties”, commentarieert het liberale dagblad Die Welt vandaag. „Bond en deelstaten, ministeries en andere autoriteiten moeten in dergelijke noodgevallen sneller kunnen reageren.”

De gevolgen zijn vernietigend. Dat Duitsland nog steeds geen greep heeft op de gevaarlijke darminfectie wordt, of dat nu terecht is of niet, door velen toegeschreven aan de chaotische wijze waarop deze gezondheidscrisis tot nu toe is aangepakt. Wat blijft hangen, is het beeld van langs elkaar heen werkende en elkaar beconcurrerende gezondheidsdiensten. Een beeld, kortom, van falend crisismanagement.

Een paar voorbeelden. Het Robert-Koch-Institut voor infectieziekten raadt de consumenten in Noord-Duitsland, waar de EHEC-epidemie is begonnen, het eten van komkommers, tomaten en sla af. Op een persconferentie van de regering in Berlijn vraagt een journalist naar een nadere omschrijving van deze nogal grote regio. Valt de noordoostelijk gelegen Duitse hoofdstad daar misschien ook onder? Het ministerie van gezondheid blijkt op dat moment niet in staat de geografische aanduiding nader te verklaren en moet het antwoord schuldig blijven. Het verwijst naar het Robert-Koch-Institut. De consumenten in Berlijn weten niet waar ze aan toe zijn. Voor de zekerheid eten ze geen groenten meer. Later blijkt dat Berlijn niet onder Noord-Duitsland valt. Maar dan is het voor de Berlijnse groenteboeren al te laat.

Toen minister Daniel Bahr van gezondheid eergisteren de universiteitskliniek in Hamburg-Eppendorf bezocht – waar veel patiënten met EHEC-infecties liggen – herhaalde hij de mantra van de daaraan vooraf gaande dagen: de bron van infectie zou liggen bij komkommers, tomaten of sla. Op dat moment had de deelstaat Nedersaksen al bekend laten maken dat kiemgroenten mogelijk de besmettingshaard zijn. De uitlatingen van Bahr hebben geen waarde meer. Van afstemming en regie, waarvoor hij verantwoordelijkheid draagt, lijkt geen sprake te zijn.

Bahr is pas begonnen als minister. Hij is weliswaar geen onbekende in de gezondheidszorg, maar in dit geval gaat het om andere kwaliteiten. Zoals een lid van de oppositie in de Bondsdag gisteren zei: „De regering moet daadkracht tonen en laten zien dat ze in noodgevallen de federale structuur en gezondheidsbureaucratie in Duitsland kan doorbreken.”

Ook andere bewindslieden wekken een indruk van terughoudendheid. Net als dat aanvankelijk het geval was in de dioxinecrisis afgelopen winter, waarbij het giftige dioxine in veevoer was beland, is minister Ilse Aigner van Landbouw en Consumentenzaken zo goed als onzichtbaar in de EHEC-crisis. Bondskanselier Angela Merkel is dezer dagen in de Verenigde Staten. „Ze leeft mee met de zieken”, zei haar woordvoerder Steffen Seibert troostend voor haar vertrek. Vicekanselier Philipp Rösler, tot een maand geleden zelf minister van Gezondheid, is met z’n hoofd nog bij het Duitse besluit om te stoppen met kernenergie.

Zo is de EHEC-crisis een crisis zonder leiding geworden, waarin ieder doet wat hij kan en in ziekenhuizen medisch-technisch knappe prestaties worden geleverd, maar waarin samenhang en overzicht ontbreken.

Intussen begint het aantal besmettingsgevallen iets af te nemen, met name in het zwaar getroffen Hamburg. En beginnen de Duitsers te wennen aan het idee dat de infectiehaard misschien nooit onomstotelijk zal worden aangetoond; dat aan de bron van de EHEC-epidemie wellicht een mens heeft gestaan; dat de bacterie mogelijk van mens op mens is overgedragen. In dat geval zijn de adviezen juist die alle Duitse autoriteiten de laatste tijd unisono hebben gegeven: goed de handen wassen na toiletbezoek en voor het eten.

Morgen willen de ministers Bahr en Aigner een crisisontmoeting in Berlijn organiseren, waaraan ook de Noord-Duitse deelstaten deelnemen. Van een plan van nationale aanpak lijkt nog geen sprake, maar morgen moeten wel, bijna drie weken na de uitbraak van de EHEC-epidemie, de eerste stappen naar landelijke coördinatie worden gezet.